Moord & doodslag voor de gretige consument

Serie-moord is in Amerika en Groot-Brittannië big business geworden. Schrijvers, uitgevers en fabrikanten verdienen goed geld aan boeken, t-shirts met afbeeldingen van Charles Manson erop en tijdschriften als 'Murder Can Be Fun'.

Ook de moordenaars zelf blijken in hun cel aan hun daden te verdienen. De aantrekkingskracht van herhaalde moord en gruwelijke doodslag.

Boeken: Criminal Shadows, Inside the Mind of of the Serial Killer, door David Canter. Harper Collins, Londen 1994. ISBN 0 00 255215 9. £16,99. Killing for Company: the Case of Dennis Nilsen, door Brian Masters, Coronet Edition, London 1985. ISBN 0 340 38634 7. £4,99.

Artikelen: 'Serial Offender', interview met John Waters door Kate Muir, The Times Magazine, 11/6/1994. 'The Interest in Murder Multiplies; but Serial Killer Buffs Say it's not a Crime to Be Fascinated' door Brenda Hermann, The Chicago Tribune 3/2/1994. 'Serial Killers in the Hall of Fame' door Margaret Tinsley, Daily Telegraph 28/12/1993. 'Journey into Iniquity' door Catherine Bennett, The Guardian 26/1/1993.

Bij de agenda voor de bijeenkomsten in de village hall van Caterham, in het groene hart van Surrey, zit tussen de bloemententoonstelling van de ene week en de diashow over India de tweede week, ook de uitnodiging voor een bijeenkomst met Brian Masters. De auteur van het boek 'Killing for Company - The Case of Dennis Nilsen' houdt een voordracht over seriemoordenaars. Na afloop is er gelegenheid tot het stellen van vragen.

Moord en doodslag, maar vooral herhaalde moord en gruwelijke doodslag, zijn in Groot-Brittannië - net als in de Verenigde Staten - big business aan het worden. Brian Masters pikt daar zeven jaar na het verschijnen van zijn boek, “geschreven met Nilsens volledige medewerking”, op bescheiden wijze een graantje van mee. In het lezingencircuit komen meer toehoorders om nog eens uitgemeten te krijgen hoe Dennis Nilsen tegen de lamp liep dan dat ze aangetrokken worden door de verdiensten van de Fuchsia Society. Hij spoelde de resten van zijn slachtoffers door de goot en veroorzaakte daarmee verstoppingen bij de buren.

Massamoordenaars, strikt genomen daders die in één keer een massa mensen om het leven brengen, dienen niet te worden verward met seriemoordenaars. Groot-Brittannië heeft ze allebei, maar - als je de IRA en zijn bommenbuiten beschouwing laat - de eerste categorie zinkt qua omvang in het niet bij de tweede.

In Hungerford, een plaatsje vol antiekwinkels in Berkshire, schoot in augustus 1987 een pseudo-Rambo op een achternamiddag zestien van zijn buren en dorpsgenoten neer en sloeg vervolgens de hand aan zichzelf. Die massamoord is nog niet vergeten, maar valt als gruwelijke gebeurtenis toch weg bij - bijvoorbeeld - de macabere ontwikkelingen in 25 Cromwell Street in Gloucester. Daar alleen al trof de politie deze winter na diep graven in achtertuin en kelder de stoffelijke resten van 11 vrouwen aan. De eigenaar van de woning, de 52-jarige bouwvakker Frederick West, verwees de agenten ook nog naar korenvelden elders in Gloucester, daar waar hij 25 jaar geleden zijn caravan had gestald. Het lijkental is inmiddels gestegen tot 13. En nog graaft de politie voort. Onder de vermoedelijke slachtoffers bevinden zich de eerste echtgenote en een dochter, een zwangere vriendin, en de 16-jarige dochter uit zijn tweede huwelijk plus een aantal loslopende jonge meisjes dat op ongeregelde tijden over - en uiteindelijk: onder - de vloer kwam.

Gedetailleerde onthullingen over dit House of Horrors - een titel die de Britse pers eensgezind lijkt te hebben overgenomen - staan een deels ontzet, deels verlekkerd publiek nog te wachten. De rechter geeft ze niet vrij omdat ze het proces tegen West en diens medeplichtig geachte tweede echtgenote Rosemary zouden kunnen beïnvloeden. Maar nu al is duidelijk dat het feuilleton 'Cromwellstraat 25' kan worden bijgeschreven in de griezel-annalen, die - wat Groot-Brittannië betreft - gaan van Jack the Ripper tot de Kray Brothers. Van de Moors Murderers Moira Hindley en Ian Brady tot de Yorkshire Ripper Peter Sutcliffe, en van Dennis Nilsen en zijn in stukjes gesneden geliefden, tot de nog maar net naar het gevang gestuurde Colin Ireland en zijn naar sadomasochisme hunkerende slachtoffers. Het is maar een gedeeltelijke opsomming, en alleen Ireland pleegde zijn herhaalde wurgpartijen heel kort geleden (zomer 1993). Maar een buitenstaander heeft al gauw de indruk dat Groot-Brittannië overbedeeld is met psychopaten van dit soort. Geen deskundige die dat wil bevestigen of ontkennen. Maar zeker is dat het fenomeen seriemoordenaar hier algemener lijkt dan in het relatief volgepakte, elkaar op de vingers kijkende Nederland, waar killers misschien minder gelegenheid hebben te ontaarden in serial killers.

Leesvoer

In de gespecialiseerde boekhandel van Maxim Jakubowski, Murder One, op Charing Cross Road is misdaad als leesvoer te koop. De collectie boeken beslaat uitsluitend criminaliteit en sociale deviantie - fictie en feit. Van de afdeling True Crime, vele planken lang, houdt Jakubowski persoonlijk niet zo. Hij vindt veel van het materiaal “inspelen op sensatiezucht” en “eerlijk gezegd nogal parasiteren op de laagste gevoelens”. Met een boek als 'Deadly Doses - a Writer's Guide to Poisons' kan hij best leven. Het is een ambachtelijke handleiding voor misdaadschrijvers. Anders is het met titels als 'Killer Doctors' of 'Sex Killers' met uitvoerige beschrijvingen die bijna een handleiding voor navolgers kunnen vormen.

“Maar het is mijn taak niet om censuur uit te oefenen. Ik heb deze winkel vijf jaar geleden naar Amerikaans voorbeeld opgezet en het genre is een succes. True Crime is maar een klein percentage van mijn omzet. De klanten? Ik krijg hier van alles: van politiemensen tot criminelen. De grootste afnemers van werkelijk gebeurde misdaden zijn vrouwen van onder de veertig. Ik denk dat er in het algemeen een fascinatie bestaat met het doen en laten van mensen die geestelijk en moreel over de schreef zijn gegaan. Het is het gevoel: daar ben ik aan ontsnapt - maar waarom?”

Alsof het zo is geënsceneerd, stapt op dat moment een politieman in uniform de winkel in en begeeft zich naar de afdeling detectives. “De meeste politiemensen onder mijn klanten hebben hun buik vol van echte misdaad, die zoeken verstrooiïng. De psychologische analyse - dát is het fascinerende van het genre van de detective-roman.”

Toch kent Jakubowski materiaal dat hij buiten zijn winkel houdt. Al te plastische handleidingen over het maken van bommen of het leggen van knopen - in de VS bij bepaalde uitgevers verkrijgbaar - importeert hij niet uit angst dat de Britse politie daartegen bezwaar zou maken. En de bandjes van de Britse uitgeverij Nemesis, met “authentieke bekentenissen van de moordenaars op Death Row” zijn bij hem evenmin verkrijgbaar, ogenschijnlijk alleen “omdat ik niet in audiocassettes doe”.

Brian Masters had vóór zijn boek over Dennis Nilsen twaalf andere boeken geschreven, waaronder vijf werken over Franse literatuur en een geschiedenis van alle hertogdommen in Groot-Brittannië. Nu heeft hij ontdekt dat echte misdaad een oneindig veel lonender gebied is, net als de overal opduikende Colin Wilson (Encyclopaedia of Modern Murder, The New Murderers Who's Who en vele andere) en de ex-gevangene (overval met geweld) Brian Marriner. Alle drie filosoferen lustig los op het thema dat “sadistische gewelddaden zo enorm zijn toegenomen”. Tegelijkertijd erkennen ze dat een verklaring voor het telkens weer verkrachten of achter elkaar moorden “nog onontgonnen terrein isvoor de bestudering van crimineel gedrag”.

Niet dat de vorsers naar de grondslagen van dit soort gedrag dat niet proberen. Thomas Harris maakte met zijn 'Silence of the Lambs' algemeen het werk bekend dat de Amerikaanse FBI voor het eerst ontwikkelde als offender profiling, het uit de gegevens van de misdaad afleiden van de mogelijke persoonlijkheid van een dader. In Groot-Brittannië heeft een leger psychologen en psychiaters zich inmiddels op crime profiling gestort. De indruk bestaat dat ook hier een commerciëel aantrekkelijke markt is aangeboord. De enkeling uit deze sector die bereid was met mij over zijn werk te spreken, bleef over dat werk uiterst vaag en deed het werk van collega's af als “niet van betekenis”.

Eén van de recente publikaties op dit gebied komt van de klinisch psycholoog David Canter, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Surrey, die zich op de flaptekst van zijn Criminal Shadows (Inside the Mind of the Serial Killer) laat aanprijzen als Groot-Brittanniës 'pionier en expert in psychologische profilering'. Canter beschrijft in zijn boek hoe elke misdadiger psychologische aanwijzingen achterlaat, reflecties van zijn eigen doen en laten die Canter als 'schaduwen' aanduid. Deze schaduwen kunnen in het geval van seriemoordenaars leiden tot begrip van de manier waarop de dader te werk gaat en vandaar tot het 'in kaart brengen' van zijn gedrag. En uiteindelijk tot het duidelijk worden van de inner narrative volgens welke de seriemoordenaar handelt. Canter heeft inmiddels in meer dan zeventig gevallen de politie geholpen uit een overvloed aan mogelijke daders de meest waarschijnlijke te selecteren en nader te onderzoeken.

Canters boek rekent af met de Freudiaanse stereotypen over seriemoordenaars als onderdrukte persoonlijkheden, de “eenzame man die bij zijn moeder inwoont” zoals zelfs de serieuze detectiveschrijfster P. D. James die tot haar sjabloon maakt. Canter is deze in werkelijkheid nooit tegengekomen. In 1988 nog verscheen er een boek van een Amerikaanse psycholoog Joel Norris die geloofde dat serial killers biologisch verschillen van 'gewone' mensen: 23 kenmerken waaronder asymmetrische oorinplant zouden dat bewijzen. Zoals Canter Freudianen en Lombrosianen verwerpt, zo gelooft hij ook niet in een vaste set psychologische karakteristieken, die misdadigers van dit type onderscheidt van 'gewone' stervelingen. Canter concentreert zich daarentegen op de manier waarop criminelen in hun hoofd 'hun eigen verhalen' schrijven en daaraan vorm geven in het leven dat ze leiden.

Was het de uitgever (Harper Collins) die het nodig vond op de flaptekst melding te maken van “de onthulling voor de eerste keer van geheime gegevens over enkele van 's werelds meest gruwelijke misdaden”? Het is het soort aanprijzing dat erop gericht is andere lezers te trekken dan alleen serieus geïnteresseerden. Colin Ireland, de 39-jarige ex-beroepsmilitair die vorig jaar in Londen vijf homoseksuele mannen opppikte, ze vastbond in bed en ze vervolgens doodmartelde, bekende later aan de politie dat hij in een medisch-psychologisch handboek had gelezen dat iemand pas na vier moorden een “massamoordenaar” genoemd kon worden. Dus pleegde hij er vijf. Volgens de politie wilde Ireland alleen maar “van niemand iemand worden”. De rechter zond hem naar de gevangenis met de aanbeveling dat hij nooit meer vrijgelaten zou worden.

In zijn boek over Dennis Nilsen, Groot-Brittanniës beruchtste serial killer tot nu toe, belooft Brian Masters de lezer dat hij hem “iets van de ware aard van waanzin” zal laten zien. Hij hanteert allerlei indrukwekkende psychologische instrumenten om begrip te creëren voor het feit dat Nilssen zich gedwongen voelde tussen 1979 en 1983 vijftien jonge mannen te doden, maar een echte oorzaak voor Nilsen gedrag weet hij niet aan te wijzen. Noch was dat het geval met de rechtbank: omdat Nilsen wist wat hij deed, toen hij zijn homoseksuele partners doodde en tot moes kookte in de keuken, achtte zij hem 'bij zinnen' en stuurde hem niet naar een inrichting voor geesteszieken. Nilssen genoot vervolgens van zijn nieuw verworven beroemdheid en van Masters inspanningen om die te handhaven.

Marketing

Het 'marketen' van gruweldaden is ondertussen een lucratieve business geworden. In California, zo stond in The Daily Telegraph van december 1993 te lezen, was een van de cult-cadeaus van afgelopen kerstmis het Charles Manson t-shirt. Dan waren er nog de Manson-hoed, het jasje, de jurk, het haarspeldje en zelfs - de Heer sta ons bij - kinderkleren met Mansons afbeelding. Manson, een geflipte commune-aanvoerder, zit in de gevangenis voor gruwelijke moorden op Sharon Tate, Roman Polanski's echtgenote, en twee anderen in 1969.

Ook al in Amerika is een tijdschrift te koop met de titel MURDER CAN BE FUN. Eén van de afleveringen bevatte een uitklapbare opzet-foto van de Engelse moordenares Moira Hindley, die twintig jaar geleden gruwelijke dingen met kinderen deed op Dartmoor. Bij zoveel inventiviteit steekt het nieuwe Britse tijdschrift Killers (bloedrode omslag en de belofte van details over werkelijk gebeurde moorden) relatief bleekjes af. Maar dan is er nog het standaardwerk in delen, Real-Life Crimes, met een oplage van 300.000 exemplaren per week dat als eerste ook praktische tips geeft: een geïllustreerde handleiding in tien stappen voor het uitvoeren van een lijkschouwing. “Oudere beenderen dienen te worden doorgezaagd.”

In de Verenigde Staten, waar verreweg het merendeel van de true crime-literatuur wordt uitgegeven, signaleren uitgevers een “gezonde belangstelling” voor boeken over serial killers, vooral bij teenagers en jong volwassenen. In de Chicago Tribune van 3 februari jl. zegt de vice-president van de uitgeverij Simon & Schuster, Michaela Hamilton, dat de serial killer-craze onder jonge mensen deel uitmaakt van de popcultuur. “We hebben te maken met een generatie kinderen die zijn opgegroeid met verhalen over geweld en misdaad en moord. Elke generatie is vervolgens een tikje ruwer en harder geworden en een beetje meer uitgesproken. Als je dat samenvoegt met de natuurlijke behoefte bij jonge mensen om zich af te zetten tegen hun ouders, dat is het niet zo verrassend dat ze het heerlijk vinden volwassenen te shockeren door met elkaar in discussie te gaan over de vraag wie de coolest serial killer eigenlijk is.”

Hamiltons eigen “fascinatie met misdaad” begon, naar ze zegt, met het lezen van Truman Capote's In Cold Blood. Sinds dat boek verscheen, in 1966, heeft de uitgeverswereld de belangstelling voor werkelijk gebeurde misdaden geleidelijk zien stijgen. Speciaal voor televisie gemaakte docu-drama's en reconstructies voedden die belangstelling nog meer en kregen hoge kijkcijfers.

De trend in verkoopcijfers van true crime-boeken bleef volgens het Amerikaanse Publisher's Weekly tot 1990 stijgen. Toen bedierf een stroom van armzalige produkten de markt en keerden sommige fans zich af van het genre. Dat veranderde door de arrestatie van Jeffrey Dahmer. Diens gedrag - hij at het vlees van drie van zijn slachtoffers - was zo bizar, dat het Amerikaanse tijdschrift People in augustus 1991 een omslagverhaal aan hem wijdde. Daarmee was het onderwerp serial killers uit zijn genre getreden en gemeengoed geworden, voer voor een breder publiek dan misdaad-fanaten alleen.

Het kon niet uitblijven: Brian Masters heeft nu ook een boek over Jeffrey Dahmer uitgebracht. De Amerikaanse 'menseneter' heeft sinds zijn veroordeling in februari 1992 tot duizend jaar gevangenisstraf fanmail gekregen van over de hele wereld. Onder zijn adorerend publiek, zo lekte dit voorjaar in Engeland uit, was ook de jeugdige Debbie Watson uit Londen-Kensington. Die stuurde hem in totaal vierduizend pond en stapels brieven. Dahmer gaf het geld uit aan bestellingen bij postorderbedrijven. Hij kocht massa's stripverhalen, kunstboeken en cassettebandjes met muziek van Bach en Schubert en met Gregoriaanse zangen. Verder stuurde hij zijn moeder tweeduizend dollar, hij betaalde een rekening van bijna drieduizend dollar aan zijn advocaat en hij zette duizend dollar op een spaarbankboekje. Aan dat uitgavenpatroon kwam pas een einde toen de nabestaanden van de slachtoffers klaagden over zoveel extravagantie. Zij wachten nog steeds op schadevergoeding.

“Waarom zal ik jullie vertellen wat ik met mijn geld doe en waarom?” bitste miss Watson tegen Britse verslaggevers die haar om een uitleg vroegen. “Waarom gaan jullie niet bij anderen vragen wat ze met hun geld uitvoeren?”

En dan is er nog het befaamde incident met het album uit 1992 van de popgroep Guns N' Roses, waarvan de laatste song - niet vermeld op de bijgaande tekst - geschreven bleek door Charles Manson. Aan het eind van het lied Look at your Game, Girl slaakt Rose een diepe zucht en zegt Thanks, Chas. Voor die bijdrage zou Charles Manson in zijn cel 60.000 dollar aan royalties ontvangen, voor elke miljoen aan verkochte schijven. Toen dat bekend werd brak er een storm van verontwaardiging uit, die zo hoog opliep dat de platenmaatschappij door het stof moest om zich te verontschuldigen. Mansons honrarium werd ingetrokken, het geld ging in plaats daarvan naar de slachtoffers en Rose werd gedwongen toe te zeggen dat het geld dat hij aan het lied verdiende naar een milieu-organisatie zou gaan.

Betere mensen

Brian Masters, door Catherine Bennett van The Guardian ondervraagd over zijn nieuw gevonden genre-boeken, zegt dat hij gelooft dat het goed voor mensen is om over gruwelijke daden van medemensen na te denken. “Daar worden we betere mensen van”. Hij illustreert zijn fascinatie met het onderwerp door te herinneren aan die eerste keer dat hij een foto van Dennis Nilsen in de krant zag. “Hij had een boek onder zijn arm dat eruit zag als de Complete Werken van Shakespeare. Ik dacht: 'Aha...' Ik kon me dat niet voorstellen: de ene minuut dat koken van die hoofden en dan het volgende ogenblik de sonnetten. Ik dacht: die man is interessant. En ik dacht: iemand moet er toch over schrijven en waarom ik dan niet?”

Zo is het ook gegaan met het boek over Dahmer: Masters wil zijn lezers laten 'begrijpen' wat er in de geest van de moordenaar omging. Zijn vaste overtuiging is dat in ons allen donkere, destructieve impulsen schuil gaan, 'een Freudiaans moeras' waarvan we ons maar beter bewust kunnen zijn. Masters citeert ter rechtvaardiging zijn collega en vriend Colin Wilson: “Onze belangstelling voor moord is een vorm van onrustig bewegen in onze slaap.”

In een buurtbisocoop in Londen was ik deze week één van de vijf bezoekers in de middagvoorstelling van John Waters' satirische film Serial Mum. Kathleen Turner speelt daarin een Doris Day-type Amerikaanse moeder, die steeds verder losslaat in het zoeken naar vergelding voor acties die haar storen. In een interview met The Times zei Waters vorige week dat sommige details uit de film op waarheid berustten. Zoals daar waar moordproces-groupies elkaar in de film begroeten met de zin: “Héé, hebben wij elkaar niet al eerder bij Hinckley (een andere moordenaar) gezien?” En om de dubbele bodem nog te compliceren: de real life Patty Hearst (Symbionese Liberation Army), een goede vriendin van Walters, speelt in de film een jurylid.

Satire of niet, de film liet een nare bijsmaak achter. De drie Japanners die twee rijen verder met popcorn zaten te piepen werden in deze ambiance onvermijdelijk geassocieerd met het gedrag van hun landgenoot die in Parijs een Nederlandse studente vermoordde en deels opat. De mevrouw verderop wierp steelse blikken op mij en ik op haar: wat deden wij hier, zo in ons eentje bij zo'n film? Was de ander misschien een potentiële serial mum?

“Het Britse publiek is net als wij, dol op serial killers,” legde Waters aan The Times uit. “Alleen niemand wil het toegeven. En eigenlijk is het bij jullie nog lekkerder, want jullie hebben tien kranten die het onderwerp kunnen uitmelken.”

De hoofdredacteur van Killers ontloopt een dieper gesprek over het hoe en waarom van de Britse fascinatie met het onderwerp. Hij heeft vroeger in Nederland gewerkt, zegt hij. En hij herinnert zich nog heel goed de opmerking van een hoge VNU-baas die tegen hem zei: “Zeg John, voor een echte sáppige moord moet je toch echt bij de Britten zijn. Dat zullen wij hier nooit zo leren.”