LAATSTE MAN

Er bestaat een hardnekkig cliché in de voetbalkritiek: het cliché dat Latijnse voetballers warmbloediger zouden zijn dan Noordwest-Europese voetballers. De Latijnse voetballer, zo wil het verhaal, speelt met zijn hart, de Europeaan met zijn verstand.

Dat cliché dient sinds de 66ste minuut van de wedstrijd Mexico-Ierland geamendeerd te worden. Langs de lijn staat John Aldridge. Hij is bijna 36 jaar maar speelt nog steeds in de spits. Aldridge moet Tommy Coyne, naar Ierse verhoudingen pas 28 jaar, vervangen. De grensrechter laat hem echter het veld niet op. Waarna Aldridge een scheldkanonade op de lijnrechter loslaat, daarin ondersteund door zijn coach Jack Charlton die voor deze gelegenheid ook zijn korte hemdsmouwen nog eens heeft opgestroopt.

En dat houdt de daarop volgende 24 minuten in het veld niet op. Vloekend en tierend baant hij zich een weg, hetgeen beantwoord wordt met twee provocerend omhoog gestoken vingers van de Mexicaanse doelpuntenmaker Luis Garcia. Hoezo cool versus emotie? Zou het niet adequater zijn om de overeenkomst tussen de Mexicanen en Ieren in hun beider godsdienst te zoeken?

Totdat Aldridge in de 83ste minuut, op een voorzet van Jason McAteer, koppend scoort en de achterstand tot 2-1 terugbrengt. Dan ineens blijkt dat ook de religieuze verklaring toch niet afdoende is. Want Aldrigde juicht niet. Nee, hij haalt zelf de bal uit het doel, precies zoals het hoorde in de tijd dat Charlton nog bij Leeds United speelde. Hij is namelijk geen freak als Romario, geen componist als Hagi en ook geen circusartiest als Rashid Yekini. Aldridge is een working class hero.

Tegen Mexico heeft hij verloren, net als Charlton. Maar dat betekent voor dinsdag maar één ding in groep E. Er komt daar bloed aan de paal. Zou voetbal dan toch een vorm van klassenstrijd zijn?