India houdt water Ganges zelf

De relatie tussen Bangladesh en India raakt steeds verder vertroebeld door een geschil over de verdeling van het water van de Ganges. Beide landen hebben te kampen met een almaar groeiende vraag naar water. Bangladesh trekt vooralsnog aan het kortste eind.

DHAKA/ NEW DELHI, 25 JUNI. Hoewel Bangladesh bekend staat als een land van machtige rivieren en reusachtige overstromingen, heeft het zuidwesten sinds enkele jaren te kampen met een nijpend watertekort. Aan een gril van de natuur ligt dat niet, aan het buurland India des te meer.

Vlak voor de grens met Bangladesh ligt de Farakka-dam. Daar vangen de Indiërs sinds 1975 het water van de Ganges op. Grote hoeveelheden worden afgevoerd naar de rivier de Hooghly om te voorkomen dat de haven van Calcutta dichtslibt. Alleen op het hoogtepunt van de moesson tonen de Indiërs zich genereus met water voor Bangladesh. Zo genereus dat er prompt overstromingen ontstaan. India geniet van de lusten van de dam, Bangladesh draagt de lasten.

Tijdens het droge deel van het jaar ontvangt Bangladesh volgens Dhaka tegenwoordig soms maar amper een kwart van het water dat het in de jaren tachtig kreeg. Toen stelde India zich nog inschikkelijker op. Ooggetuigen melden dat er in de wintermaanden en het voorjaar slechts een schamel stroompje binnenkomt. “Je kunt het goed vanuit de lucht zien”, zegt een Westerse diplomaat in Dhaka. “Het is zielig, er is bijna niets meer van over.”

De boeren in het eens vruchtbare zuidwesten van Bangladesh zien hun oogsten slinken. De irrigatiekanalen staan langdurig droog, het grondwaterpeil daalt en de verzilting rukt op. De afgelopen twee jaar was er zelfs onvoldoende water om een pompstation nabij de Indiase grens, dat water moet voortstuwen naar irrigatiekanalen, draaiende te houden.

Volgens de regering in Dhaka heeft het zuidwesten al voor drie miljard dollar aan inkomsten gederfd. Miljoenen boeren, die net boven het bestaansminimum balanceerden, produceren nu alleen nog genoeg rijst voor zichzelf. Ze houden niets over om naar de markt te brengen. Anderen hebben niet eens genoeg meer om zichzelf in leven te houden en vluchten, meestal naar India.

De tragiek voor Bangladesh is dat de goede oude tijd van een onbelemmerde, overvloedige wateraanvoer via de Ganges voorgoed voorbij is. India wordt geconfronteerd met een gestadig toenemende vraag naar water. De bevolking groeit nog steeds met 2 procent per jaar. Steeds meer dorstige kelen moeten worden gelaafd, terwijl de boeren intussen steeds meer water nodig hebben voor irrigatie. Ook de haven van Calcutta kan niet met minder water toe.

Onder die omstandigheden is India niet geneigd tot concessies. Dat Bangladesh intussen eveneens met een stijgende vraag naar water wordt geconfronteerd, bezorgt de Indiërs geen slapeloze nachten.

Bangladesh heeft zich al dikwijls bij India beklaagd over de Ganges-kwestie en geëist dat het een vast deel van het water krijgt. De laatste overeenkomst daarover is zes jaar geleden verstreken. Sindsdien weet Bangladesh nooit van tevoren hoeveel water het krijgt, maar het is altijd beduidend minder geweest dan voor 1988. “En dat was volgens ons al het volstrekte minimum”, zegt een ambtenaar van het ministerie van buitenlandse zaken in Dhaka.

Van tijd tot tijd voeren beide kanten overleg, maar tot ergernis van Dhaka is het resultaat nihil. “We kunnen er niets aan doen dat we na 236 bijeenkomsten van de gezamenlijke riviercommissie het gevoel hebben dat India niet serieus is en niet van voldoende goede wil”, tekende The Times of India vorige week op uit de mond van de Bengaalse minister van buitenlandse zaken, Mustafizur Rahman. “Dit heeft het beeld versterkt van India als een aanmatigende, grote bullebak die iedereen door zijn enorme omvang intimideert.”

Zo groot is de irritatie aan Bengaalse zijde dat premier Khaleda Zia de kwestie vorige herfst tijdens de jaarlijkse plenaire zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York aan de orde stelde. De premier sprak over het begin van woestijnvorming in het zuidwesten. Veertig miljoen mensen zouden er door in moeilijkheden zijn geraakt. “Deze Farakka-dam is een kwestie van leven en dood voor ons”, aldus Khaleda Zia.

De Indiërs waren des duivels dat het kleine buurland de grote buurman in het openbaar aan de schandpaal nagelde. In een vinnige verklaring heette het dat Bangladesh “een politiek spel” speelde. Ook hekelde New Delhi het feit dat Dhaka de zaak poogde te “internationaliseren”. Tegenover kleinere buurlanden is India vanouds een overtuigd voorstander van bilaterale onderhandelingen.

“We hebben er alle vertrouwen in dat de kwestie door een zinvolle dialoog kan worden opgelost”, verklaart plechtig een ambtenaar van het Indiase ministerie van buitenlandse zaken in New Delhi. Volgens hem heeft India aangetoond van goede wil te zijn door de hoeveelheid water voor Bangladesh dit jaar te verhogen. Met hoeveel dan wel? Op die vraag moet de functionaris, die anoniem wil blijven, het antwoord schuldig blijven.

India weigert de dramatische cijfers van Bangladesh over de schade door de Farakka-dam te aanvaarden. “Als het werkelijk een kwestie van dood en leven is voor Bangladesh, hoe valt dan te verklaren dat de Bengaalse landbouw het uitstekend doet”, vraagt de ambtenaar zich af, daarbij voorbijgaand aan de mogelijkheid dat deze verbetering aan andere delen van het land te danken kan zijn. “Bangladesh heeft in feite minder water nodig dan het op het ogenblik ontvangt”, meent de ambtenaar.

Met verbazing vraagt hij zich verder af waarom Bangladesh niet meer doet met het water van zijn andere levensader, de Brahmaputra. “Dat wordt allemaal verspild, het stroomt direct de zee in.” Volgens hem kunnen er heel makkelijk projecten worden opgezet om daar meer van te profiteren. Gevraagd hoe dit precies zou moeten, heeft hij echter andermaal het antwoord niet paraat.

Van Indiase zijde is in het verleden geopperd een groot kanaal aan te leggen van de Brahmaputra naar het zuidwesten. De Bengalen voelen hier echter niets voor omdat het niet alleen een zeer kostbaar project zou zijn, maar ook van twijfelachtige waarde omdat de Brahmaputra in de wintermaanden maar betrekkelijk weinig water aanvoert.

Bangladesh heeft weinig middelen om pressie uit te oefenen op India. Het probeert India tot concessies over de Ganges te bewegen door de faciliteiten van de Bengaalse havenstad Chittagong ter beschikking te stellen voor doorvoer naar de geïsoleerde noordoostelijke provincies van India.

Een belangrijker pressiemiddel is op termijn de stroom illegale Bengaalse migranten naar India. Naarmate de problemen in het zuidwesten van Bangladesh verergeren, besluiten meer Bengalen ten einde raad hun geluk in India te beproeven. Daar hebben ze toch altijd meer kans dan in hun eigen land. Naar schatting twee miljoen mensen uit het zuidwestelijke gebied zijn op deze manier al naar India gevlucht, zeer tot ongenoegen van New Delhi.

Is er dan geen oplossing voor het probleem? “We hebben uitgerekend”, zegt Amjad Hossain Khan, een voormalige voorzitter van de Bengaalse Raad voor Waterprojecten, “dat er genoeg water voor alle betrokken landen is. Maar de landen moeten samenwerken en we moeten vooral Nepal erbij betrekken.”

Bangladesh heeft ervoor gepleit in Nepal dammen aan te leggen, waarachter zich in de regenachtige zomermaanden grote reservoirs kunnen vormen die vervolgens in de droge tijd kunnen worden gebruikt. In Bangladesh zelf kan dit niet, omdat het land te vlak is. Via een gezamenlijk waterbeheer zouden de betrokken landen het probleem van de watertekorten aanmerkelijk kunnen verlichten.

Nepal is geïnteresseerd, omdat het uit de stuwmeren extra elektriciteit zou kunnen winnen. De Indiase regering, die een sleutelrol zou moeten spelen bij dergelijke projecten omdat het water via haar grondgebied naar Bangladesh zou moeten stromen, heeft tot dusverre echter weinig belangstelling aan de dag gelegd voor dit soort multilaterale samenwerking.