Homoseksuele 'trots' in politiekorps VS; Herdenking 'Stonewall' uit juni 1969

WASHINGTON, 25 JUNI. Na 25 jaar is het volbracht bij de New Yorkse politie. Op de eerste tussenverdieping van het hoofdkwartier is een tentoonstelling ingericht 'Lesbische and Homoseksuele Trots in het Politiewerk'. Er hangt een vlag van de Gay Officers Action League.

Op 28 juni 1969 stormde de politie de Stonewall Inn binnenstormde, een kroeg in Greenwich Village met een gemengde klandizie van travestieten, blanke, zwarte en Latino homoseksuelen in kantoortenue of in spijkerdracht en mannelijke hoeren. Dergelijke invallen waren routine maar dit keer lieten de klanten zich niet als makke schapen naar de overvalwagen leiden maar werden ze woedend. Ze vielen de zes verbaasde politie-agenten aan met hoge hakken, flesjes en vuisten aan.

Zo ontstond de Stonewall opstand, vijf dagen van rellen, waar honderden mensen aan mee deden. Stonewall is inmiddels tot een mythe verheven. Het is de Boston Tea Party voor de moderne homobeweging in Amerika. Vermaard is een soort homo-Marseillaise, die de opstandelingen, gearmd in een menselijke keten dansend zongen terwijl de grote maats-pumps richting politie vlogen.

We are the Stonewall Girls

We wear our hair in curls

We wear our dungarees

Above our nelly knees

Morgen zal dit alles vooral in New York worden herdacht met een grote mars naar de Verenigde Naties en een massabijeenkomst in Central Park. Het is tevens een afsluiting van de Homoseksuele Olympische Spelen in New York. Meteen al bij de organisatie van de Stonewallherdenking protesteerde de radicale vleugel van de homobeweging tegen de volgens hun burgerlijke opzet van de manifestatie. De veteranen van de Stonewall-opstand vinden dat ze er te weinig bij zijn betrokken. Een leidster vond dat er meer nadruk zou moeten komen op travestieten. Sommigen klaagden over de commercie. Er zijn speldjes, t-shirts en hoeden en petjes te koop. Grote bedrijven als Visa en Campari zijn sponsoren. De organisatoren moesten voor geld wedijveren met de Homoseksuele Olympische Spelen, die geld kregen van onder andere American Express en mega-telefoonbedrijf AT&T.

Voor de organisatoren is dergelijke steun juist een bevestiging van maatschappelijke aanvaarding van homoseksuelen. Volgens Bruce Bawer, auteur van A Place At the Table: The Gay Individual in American Society, moet de tweede generatie na Stonewall de radicaliteit afzweren. “Het gaat erom de heteroseksuele Amerikanen aan homoseksualiteit te laten wennen”, zei hij. In het progressieve opinieweekblad The New Republic beschuldigt hij de radicale vleugel van “nostalgiepolitiek”. Hij vindt dat de drag queens en de leren klederdracht teveel het publieke beeld bepalen, terwijl het er juist om gaat om hetero's “in hun eigen taal” aan te spreken. “De meeste heteroseksuelen bezien homoseksuelen zoals ik een bladzijde in het Duits zie. Ik kan er een paar woorden uit halen maar ik voel me lomp als ik ze gebruik en als ik een zin formuleer dan zeg ik iets wat ik helemaal niet meen en wat misschien beledigend of kwetsend is”, aldus Bawder.

In feite heeft Bawder het pleit allang gewonnen. Vorig jaar werd er in Washington een massale demonstratie gehouden voor openlijke toelating van homoseksuelen tot de krijgsmacht. In de stoet domineerde de gewoonheid. Uiteraard konden de media het niet laten om ook een paar heupwiegende mannelijke mevrouwen erbij te filmen en dergelijke beelden blijven nu eenmaal in het geheugen gegrift. Radicaal-evangelische dominees verspreidden foto's en video's van kussende mannen met leren tanga en aanplakwimpers. De gelovigen riepen vergenoegd “schande” en bellen hun Congreslid.

Het homoseksuele bohémientijdperk is maar van korte duur geweest. Stonewall opende een fase van zelfontdekking en van zorgeloze seksuele experimenten, die eindigden in de aids-epidemie van de jaren tachtig. Die dodelijke ziekte heeft de agenda van de homobeweging in de jaren tachtig in beslag genomen, met radicale oprispingen. Nu heeft zich de agenda verruimd tot maatschappelijke aanvaarding in alle geledingen. Activisten houden galadiners in smoking en cocktailjurk voor geldinzameling. Greenwich Village is een toeristenoord geworden. Bezoekers worden in bussen langs de bekende homobars in Christopher Street gevoerd. Ikea adverteert met een mannelijk homostel dat meubeltjes koopt. AT&T koketteert in mailings aan homoseksuelen met het aantal homo's, dat het in dienst heeft.

Toch zijn tolerantie en intolerantie nog in alle variëteiten te vinden in dit uitgestrekte continent. Grote steden als New York, San Francisco, Los Angeles, Houston, Seattle, Miami en de belendende metropolen bevinden zich in de voorhoede en daar ontmoeten homoseksuelen weinig problemen. Maar op het platteland en in de meer afgelegen steden en voorsteden van Amerika is het aanzienlijk slechter gesteld. Veel Amerikanen hebben in door pioniers opgebouwde samenleving meer moeite dan Europeanen met het definiëren wat “normaal” is en zijn banger om met alle dagelijkse uitdagingen en verleidingen sociaal uit het evenwicht te raken. Ze klampen zich uiterlijk vast aan een strakke normaliteit, vaak met hulp van de bijbel.

Grote bedrijven houden zich over het algemeen goed aan de burgerrechtenwetgeving en nemen homoseksuelen aan. Bij kleinere bedrijven is het sterk afhankelijk van degenen die in de directie zitten. De krijgsmacht is van de burgerrechtenwetgeving uitgezonderd en mag alleen verborgen homoseksuelen toelaten. Over het algemeen zitten in Amerika veel homoseksuelen tijdens hun werk 'in de kast'. Van de weeromstuit houden ze zich in hun vrije tijd vast aan een contracultuur met eigen kledinggewoonten, zoals hoge schoenen, smetteloos witte gympies, bepaald kort geknipt haar.

Washington, een liberale stad, kent een gespleten cultuur. 'Sodomie' is er nog steeds bij wet verboden onder druk van de zwarte, puriteinse kerk. Toch heeft Washington een sterk ontwikkeld open sociaal homoseksueel leven, gelokaliseerd rond een centraal plein, Dupont Circle. Politici kunnen er niet aan deelnemen uit angst voor boze reacties van de kiezers elders in het land. Slechts drie van de 535 Congresleden zijn openlijk homoseksueel.

President Clinton heeft slechts één openlijke lesbienne opnenomen in het Witte Huis. Stafleden van Congresleden houden hun seksuele geaardheid geheim uit angst de herverkiezingskansen van hun baas te schaden. Soms moeten ze telefoontjes beantwoorden van kiezers die in obscene termen te keer gaan tegen homo's. Washingtonse homoseksuelen hebben hun eigen ondergrondse circuits en netwerken, ook als ze voor conservatieve presidenten werken. De tweede generatie na Stonewall heeft nog veel missiewerk te verrichten.