Het paarse gevoel van J.C.M. Hovers; 'Van bezemwagen- naar kopgroepbeleid'

De onderhandelingen over een paarse coalitie tussen PvdA, VVD en D66 gelden als een trendbreuk in de Nederlandse politieke verhoudingen. Maar leeft het paarse gevoel ook in de samenleving? Als derde in een serie gesprekken J.C.M. Hovers, voorzitter van de raad van bestuur van Stork.

DEN HAAG, 24 JUNI. Topman J. Hovers (50) van Stork (20.000 werknemers, waarvan 12.000 in Nederland) is niet gegrepen door het 'paarse gevoel'. Anders had hij geen CDA gestemd, zegt hij. Bij Brinkman bespeurde Hovers in de verkiezingsstrijd de bereidheid om bij kiezers onpopulaire maatregelen te nemen teneinde de concurrentiekracht van het bedrijfsleven te vergroten. Van Bolkestein, Kok en Van Mierlo verwacht hij wat dat betreft weinig.

“Bij Bolkestein bespeur ik geen warme gevoelens voor het bedrijfsleven”, licht Hovers toe. “Bolkestein is negatief kritisch. Hij zegt dat de Nederlandse ondernemers niet deugen, maar zegt niet hoe het anders moet. Wat betreft de rol van de overheid is Bolkestein te liberaal. Van alleen meer markt wordt de Nederlandse economie niet sterker. De overheid moet op bepaalde terreinen, zoals het industrie- en technologiebeleid, juist gericht ingrijpen.”

Van Mierlo en D66 worden door Hovers in de kast met oude relikwieën bijgezet. “D66 profileert zich met onderwerpen uit de jaren zestig”, zegt Hovers misprijzend. “Maar daar liggen niet de knelpunten in de economie. Met staatsrechtelijke vernieuwing vergroot je de concurrentiekracht niet.”

Over minister van financiën W. Kok is Hovers nog het meest te spreken. Hij heeft hem een paar keer meegemaakt bij bedrijfsbezoeken. Kok toonde zich bij die gelegenheden zeer geïnteresseerd. “Indrukwekkend hoe hij zich heeft voorbereid; wat hij weet”, zegt Hovers. “Kok komt eerlijk voor zijn mening uit en beschouwt het bedrijfsleven niet als een andere wereld.” De sympathie voor Kok verdwijnt echter als diens politieke daden en openbare optredens tegen het licht worden gehouden. “Ten behoeve van de herkenbaarheid van het kabinetsbeleid naar de achterban van de PvdA hoor ik Kok in de openbaarheid vaak heel andere dingen zeggen. Wat dat betreft is Kok tweeslachtig. Ik betwijfel dus of hij het tijdens bedrijfsbezoeken geuite begrip voor onze problemen ook echt zal vertalen in beleidskeuzen.”

Van de drie paarse partijen verwacht Hovers niet veel slagvaardigheid. Terwijl een versterking van de Nederlandse concurrentiepositie en bevordering van economische groei volgens Hovers juist gebaat zijn met een integraal en actief kabinetsbeleid.

De kans daarop met paars acht Hovers klein. Bolkestein maakt vanuit liberale invalshoek bewust geen specifieke keuzes ten gunste van bepaalde ondernemingen of sectoren. En met Kok, zo heeft hij bewezen, is het al niet beter gesteld. “Kok is als minister van financiën heel terughoudend met het verlenen van exportkredieten en kredietverzekeringen. Uit angst voor precedentwerking. Hij vond het maar niks om voor een bedrijf als Fokker, dat te maken kreeg met fors gewijzigde marktomstandigheden, kredietfaciliteiten te creëren. Stel je eens voor. Dan willen al die andere bedrijven het ook. Die angst om te kiezen, om te discrimineren, die allesoverheersende wil om iedereen gelijk te willen behandelen, daar zal zo'n paarse coalitie van doortrokken zijn. Daarom verwacht ik er weinig van.”

Hovers vergelijkt de economische problemen van Nederland met die van de wielrennerij. “Hoe kun je wielrenners een betere prestatie laten neerzetten? In Nederland hebben wij gekozen voor de methode van luxe grote bezemwagens die achter het peloton rijden. Wij zeggen niet tegen onze renners dat ze meer moeten trainen, dat ze zich beter moeten voorbereiden om over die hoge cols te komen. We wijzen ze niet op de grotere inzet en het technologisch geavanceerde materiaal bij de concurrenten. Nee, wij bergen renners die niet willen trainen of niet goed mee kunnen op in luxe bezemwagens met airconditioning. Fout. We moeten ons juist concentreren op de kopgroep. De renners die anderen uit de wind houden. We moeten omschakelen van een bezemwagen- naar een kopgroepbeleid. Daar zie ik bij paars weinig aanzetten toe.”