Het groene verleden

J.L. van Zanden en S.W. Verstegen: Groene geschiedenis van Nederland 216 blz., geïll, Het Spectrum 1993, ƒ 39,90

Geschiedenis is een discipline die vanouds is ondergebracht bij de faculteit der letteren. Het was een uitgesproken alfa-vak. De bronnen waren in hoofdzaak documenten. Kennis van de menselijke geschiedenis was geen onderwerp van de natuurwetenschap.

Er waren enkele randgevallen. De archeologie heeft altijd een beroep moeten doen op hulpwetenschappen: geologie, C-14 datering, stuifmeelonderzoek, groeiringtellingen en wat verder in haar kraam te pas kwam. Dat maakte de archeologie een buitenbeentje, reden waarom dit vak meestal niet bij letteren is ondergebracht. Ook wetenschapsgeschiedenis is geen zaak voor historici pur sang. Wie de geschiedenis van de natuurkunde wil bestuderen, zal om te beginnen voldoende van natuurkunde moeten begrijpen. En daarvoor is meer nodig dan gymnasium-alfa.

Sinds kort hebben historici hun werkterrein aanmerkelijk verbreed door ook de geschiedenis van de natuur en het milieu als onderwerp te kiezen. Het gaat daarbij vooral om het milieu en de natuur zoals die door de mens is beïnvloed - de evolutie en de aardgeschiedenis wordt nog aan de biologen en geologen overgelaten.

Het milieu wordt al enkele decennia door het ambtelijk apparaat nauwlettend in het oog gehouden. Er is dan ook het nodige papier geproduceerd, waarna historici aan de slag gingen. Aarzelend leek er zoiets als een 'ecologische geschiedenis' op gang te komen. Maar een echte uitdaging was het vooralsnog niet. Daar kwam enkele jaren geleden verandering in door het verschijnen van de Groene geschiedenis van de wereld van de Engelse historicus C. Ponting. Deze schilderde met een brede kwast de dramatische veranderingen die de wereld had ondergaan door ingrijpen van de mens. Bossen werden geveld, vruchtbare akkers spoelden door wanbeheer de zee in en diersoorten werden uitgeroeid. Per cultuur en per landschap werd een overzicht gegeven.

Kritiek

Er kwam nogal wat kritiek op de Groene geschiedenis van de wereld. Het boek had een chaotische indeling, Ponting had zich aan het onderwerp vertild en veel belangrijke zaken waren ongenoemd gebleven. Vegetatiekundigen, paleozoölogen, archeologen en geologen konden overal wel fouten aanwijzen. Maar ondanks de kritiek bestond er ook veel lof: het werd inderdaad tijd dat dit boek geschreven werd. En het was misschien maar het beste dat dit brede onderwerp niet beschreven werd door een specialist maar door een buitenstaander: een historicus.

Toen prof.dr. J.L. van Zanden en dr. S.W. Verstegen, de een als historicus verbonden aan de Universiteit Utrecht, de ander aan de Vrije Universiteit, begonnen waren aan een bescheiden 'schets van de ecologische geschiedenis van Nederland', verscheen net het boek van Ponting. “Om de herkenbaarheid te vergroten”, schrijven zij, “waren wij haast genoodzaakt het boek om te dopen tot Groene geschiedenis van Nederland”. Zij haasten zich te verklaren dat ondanks deze forse titel het boek niet als standaardwerk gezien moet worden, maar als een eerste voorlopige schets.

Van Zanden en Verstegen onderscheiden in navolging van anderen drie lagen in de ecologische geschiedenis. De eerste laag is fysisch van aard, het is de ecologische geschiedenis in enge zin: hoe nam het aantal vogelsoorten af, welke gassen werden geloosd in de atmosfeer, hoe veranderde het grondwaterpeil? Dit is wat de natuurwetenschappers en milieukundigen interesseert. De tweede laag is de ontwikkeling van de techniek die het milieu beïnvloedt. Zo heeft de uitvinding van bestrijdingsmiddelen en van de kunstmest nergens ter wereld zo'n nadelige uitwerking gehad op de natuur als in Nederland. De derde laag is mentaliteitsgeschiedenis: hoe kijkt de mens aan tegen de natuur. Het is de geschiedenis van de milieubeweging en de natuurbescherming. Ten slotte is er zoiets als 'groene politiek', waarbij het woord 'groen' niet langer landbouw maar juist natuur betekent.

Hoger plan

Met de drie lagen willen Van Zanden en Verstegen de milieugeschiedenis van Nederland op een hoger plan tillen - het is niet louter een samenvatting van ecologische rapporten gebleven. Maar net als bij Ponting maakt dat deze indeling in lagen, toegepast op een indeling in thema's (visstand, landbouw, chemische vervuiling etc.) en een indeling in tijdperken, het boek een enigszins chaotische structuur dreigt te krijgen. Bij Ponting, waar ook nog eens een regionale indeling bijkwam, ontaardde deze overindeling in een serie losse anekdoten - als zodanig heel aardig, maar de greep raakte verloren.

De Groene geschiedenis van Nederland is gelukkig nog wel een geheel gebleven. Dat komt vooral door de bescheiden omvang - door de reuzenstappen die het boek neemt blijft de vaart erin. Veel blijft echter onbesproken of wordt uiterst summier behandeld. Zo wordt de driedelige Atlas van de Nederlandse Flora (Mennema c.s.) waarin minutieus de achteruitgang van een duizendtal plantesoorten wordt beschreven, teruggebracht tot een enkele alinea. Voor een buitenstaander of iemand die slechts specialist is in een klein deelgebied vormt de Groene geschiedenis van Nederland echter een uitstekende samenvatting.

Kritiek op deze eerste aanzet van de Nederlandse milieugeschiedenis zou moeten zijn de weging van de verschillende onderwerpen. Zo laat de inleiding al weten dat door de vogelhobby van een van beide auteurs er wel erg veel vogels in het boek terecht zijn gekomen. Dat staat inderdaad buiten kijf. Maar het aparte hoofdstuk over de visstand is ook enigszins overdreven.

Loe de Jong

Wie de geschiedenis van de Nederlandse natuur wil beschrijven, moet aan planten en dieren ongeveer even veel ruimte besteden - zeker als hierover voldoende informatie beschikbaar is. De lagere diersoorten blijven in dit boek zelfs geheel onbesproken, terwijl de achteruitgang van vlinders, zweefvliegen, platwormen en vlokreeften waarschijnlijk die van de vogelstand in grootte-orde vele malen overtreft.

Voor een uitgebreide ecologische geschiedenis van Nederland is er voldoende materiaal om een serie van de omvang van dr. L. de Jongs Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland te schrijven. Van Zanden en Verstegen gelden als twee veelbelovende historici. Ik hoop dat ze deze taak op zich nemen.