FIOD legt zaak bij Justitie; ABN Amro betrokken bij witwassen

ROTTERDAM, 25 JUNI. ABN Amro heeft transacties voor Marokkaanse en Turkse cliënten uitgevoerd die tot doel hadden de fiscus te ontwijken. Dit blijkt uit onderzoek van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. De FIOD heeft de zaak doorgespeeld naar Justitie.

ABN Amro ontkent niet bij het onderzoek betrokken te zijn, maar spreekt over een oude zaak die speelde in 1991. Goed ingelichte bronnen meldden echter dat pas in de afgelopen maanden het onderzoek kon worden afgerond. Dit komt doordat het hoofdkantoor van ABN Amro ruim een jaar bezig is geweest met het opvragen van stortingsbewijzen van personen die door de FIOD als verdacht zijn aangemerkt. De Amsterdamse persofficier verwacht in augustus mededelingen te kunnen doen over vervolging van witwaspraktijken in deze zaak.

ABN Amro geeft toe dat de bank de FIOD heeft verboden bankmedewerkers te ondervragen. De inlichtingendienst wilde weten of bankemployé's cliënten herkenden die grote contante stortingen hadden gedaan. De juristen van de bank hebben met succes de FIOD bestreden. Er zou voor de bank geen belang zijn bij het controleren van mensen die geld storten.

De bank kon de FIOD tegenwerken omdat de wet Melding Ongebruikelijke Transacties, die banken verplicht dubieuze stortingen te melden, pas begin dit jaar in werking is getreden.

Volgens de Nederlandse Vereniging van Banken zijn banken al sinds 1992 gemakkelijker aanspreekbaar op eventuele betrokkenheid bij witwastransacties, omdat de nieuwe regelgeving toen al bij hen bekend kon worden verondersteld. Voor die tijd gold slechts een legitimatieplicht bij grote contante stortingen.

Het FIOD-onderzoek richt zich op het witwassen van geld in het jaar 1991. Zeker is dat ook in die tijd gold dat banken die meewerken aan het ontduiken van belasting zich schuldig maken aan heling en strafbaar zijn. De nieuwe wet dient er alleen toe de bewijslast te vergemakkelijken.

Het onderzoek naar ABN Amro houdt nauw verband met invallen die de FIOD in mei van dit jaar heeft gedaan bij 23 zogenoemde 'representative offices' van Turkse en Marokkaanse banken waaronder de Banque Commerciale du Maroc en de Banque Chaabi du Maroc. Dit zijn kantoren die geen bancaire diensten mogen verlenen. Daarom vallen ze niet onder het toezicht door De Nederlandsche Bank. Wilden deze kantoortjes hun klanten 'helpen' bij het sturen van zwart geld naar Marokko en Turkije, dan moesten zij gebruik maken van banken die over een aansluiting beschikten op het internationale bankennetwerk Swift, zoals ABN Amro.

De 'repoffices' waren in het verleden vooral bekend wegens hun diensten aan Marokkanen en Turken die de Nederlandse taal niet machtig zijn en overschrijvingen naar het moederland willen verrichten. De FIOD verdenkt de kantoortjes ervan dat hun dienstverlening zich ook uitstrekte tot het wegsluizen van zwart geld voor bepaalde cliënten. Zij zouden zelf het geld hebben meegenomen en het hebben gestort bij ABN Amro. De ABN Amro-woordvoerder erkent dat een bank die zwart geld aanneemt en in het girale circuit brengt verantwoordelijk is voor heling.

Uit het onderzoek van de FIOD bij ABN Amro blijkt dat er talrijke stortingen van Marokkanen en Turken bij ABN Amro-kantoren zijn gedaan ten bedrage van 25.000 gulden - de grens waarbij legitimatie al verplicht was - of meer.