Europese Commissie is spil van Unie

De Europese Commissie vervult een 'spilfunctie' in het besluitvormingsproces binnen de Europese Unie omdat zij de voorstellen doet waarover de Raad van Ministers - waarin de ministers uit de twaalf lidstaten zitten - beslist. Dit initiatiefrecht maakt de Commissie tot de motor van de Europese Unie omdat de lidstaten alleen kunnen beslissen op basis van haar voorstellen. Het werkterrein dat het verdrag van Maastricht aan de Commissie toekent is groot en omvat onder andere het landbouwbeleid, de handelspolitiek, de eenmaking van de interne markt, het milieubeleid, het mededingingsbeleid, het beheer van de fondsen voor steun aan arme lidstaten en regio's. Op al deze terreinen neemt de Commissie het voortouw. Ook stelt de Commissie de begroting van de Europese Unie - die circa 150 miljard gulden omvat - voor aan de Raad en het Europees Parlement.

De Commissie onderhandelt met landen buiten de EU op basis van een mandaat dat door de Raad van Ministers wordt verstrekt. De onderhandelingen kunnen gaan over handelsakkoorden, associatie- en toetredingsverdragen. De Commissie bespreekt de voorwaarden waaronder kandidaat-lidstaten kunnen toetreden en legt het resultaat voor aan de Raad, die in laatste instantie beslist.

Voorts houdt de Commissie toezicht op de uitvoering van wetgeving. Ongeveer éénderde van de Nederlandse wetgeving is afkomstig uit Brussel via Europese richtlijnen die in de nationale wetgeving moeten worden omgezet. Als dit niet of niet goed gebeurt kan de Commissie een lidstaat voor het Europees Hof van Justitie dagen.

De Europese Commissie bestaat uit zeventien commissarissen; de kleine landen sturen een commissaris en de grote twee. Elke lidstaat bepaalt zelf wie als commissaris naar de Commissie wordt gestuurd. De Europese Raad van de elf regeringsleiders en de Franse president - in feite de hoogste instantie in de Europese Unie - spreekt tevoren af wie er de voorzitter wordt. Formeel is de voorzitter 'eerste onder gelijken' maar zijn positie is de afgelopen jaren in belang toegenomen. Delors gebruikte het initiatiefrecht om Europa nieuw elan te geven. Hij doet voorstellen om de interne markt en de monetaire unie tot stand te brengen. Ook groeiden onder zijn voorzitterschap de fondsen voor steun aan arme landen en regio's. Hij maakte van de voorzittersrol een sturende functie en kwam in feite boven zijn mede-commissarissen te staan. De voorzitter is ook het gezicht naar buiten geworden en het vaste ankerpunt voor landen als de VS en Japan die voortdurend worden geconfronteerd met een roterende voorzitter van de Europese Unie. Elke lidstaat is een half jaar voorzitter. Tot 1 juli was dat Griekenland, daarna wordt het Duitsland en in 1995 Frankrijk.

Het verdrag van Maastricht houdt rekening met deze sterkere positie van de voorzitter. De Europese Raad moet de voorzitter voordragen aan het Europees Parlement dat zijn instemming moet geven. De nieuwe voorzitter legt aan het Europees Parlement voor wat zijn visie is op Europa en welke plannen hij in petto heeft. Daarna dragen de lidstaten - in overleg met de voorzitter - hun commissaris ter goedkeuring voor aan het Europarlement. Ten slotte worden de voorzitter en de overige leden door de lidstaten benoemd. In deze procedure neemt de voorzitter een speciale rol in, en is het goedkeuringsrecht van het Parlement versterkt. De Europese Commissie wordt benoemd voor een periode van vijf jaar die parallel loopt met de termijn van het Europees Parlement. Op die manier kan het pas verkozen Parlement de pas voorgestelde Commissie aan zijn goedkeuring onderwerpen.