Drie variaties op het maken van een expositie

Tentoonstelling: (Im)possible Waltz. T/m 4 september in de Stadsgalerij Heerlen, Raadhuisplein 19. Di t/m vr 11-17u, za en zo 14-17u. Boekje ƒ 9,50

De sterk gegroeide belangstelling voor de kunst van het tentoonstellen heeft als gevolg dat de mise-en-scène soms meer aandacht krijgt dan de kunst. Tegelijkertijd zijn de rollen van tentoonstellingsmaker en kunstenaar verwisselbaar geworden: kunstenaars treden op als curator en omgekeerd. Een (Im)possible Waltz noemt Meta Knol hun verhouding. Het onderzoek van Knol, studente kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht, naar de verschillende presentatievormen van moderne kunst en de rol van de organisator resulteerde in een expositie die tot begin september te zien is in de Stadsgalerij Heerlen.

(Im)possible Waltz heeft niet de pretentie om een overzicht te geven van deze problematiek. Men heeft zich beperkt tot drie typen organisatoren, de 'gewone' tentoonstellingsmaker en de kunstenaars die met eigen werk of dat van anderen tentoonstellingen inrichten. Als voorbeelden zijn gekozen Rudi Fuchs, J.C.J. Vanderheyden en H.W. Werther. Een twintigtal foto's geeft een beeld van vergelijkbare situaties in het verleden.

In Heerlen krijgt de bezoeker aan de hand van een foto, een schilderij van Robert Mangold en een bronzen torso van Arp uit de collectie van het Stedelijk Museum te Amsterdam een indruk van de eerste zomeropstelling van Fuchs als de nieuwe directeur van het Stedelijk. Het materiaal heette deze tentoonstelling: de kunstwerken vormden het 'materiaal' waarmee Fuchs 'dialogen' tot stand bracht.

Voor de kunstenaar Vanderheyden bestaat er geen verschil tussen het maken van een kunstwerk en een tentoonstelling. De verhoudingen binnen een schilderij zijn voor hem even belangrijk als de verbanden die in een ruimte tussen de werken onderling kunnen ontstaan. Vanderheyden neemt in zijn installaties soms foto's op die in zijn atelier zijn genomen. Is het atelier voor een kunstenaar de meest ideale plek om zijn werk te tonen? Een prachtige maquette van het Parijse atelier van Mondriaan onderstreept deze vraag.

Terwijl Vanderheyden met zijn eigen schilderijen en foto's installaties componeert, maakte Werther voor haar expositie Double Distance met het werk van andere kunstenaars 'één groot stilleven'. In de Stadsgalerij is een hoekje uit deze presentatie die in 1991 in het Kruithuis te Den Bosch plaatsvond, gereconstrueerd.

Uit de fotodocumentaire blijkt dat kunstenaars zich vroeger ook al met de inrichting van exposities bemoeiden. Een spectaculair voorbeeld is de inrichting die Duchamp begin jaren veertig voor een surrealistententoonstelling bedacht: een ruim 1,5 km lange draad die in de ruimte gespannen was, belemmerde het zicht op de schilderijen.

Het aanschouwelijk maken van dit complexe thema is eigenlijk een onmogelijke opgave. Hoe goed de foto's ook zijn gekozen, voor de kenner ontbreekt er nogal wat en de leek wordt met te veel onbeantwoorde vragen naar huis gestuurd. Voor de catalogustekst geldt hetzelfde: er wordt van alles opgeworpen, maar het meeste blijft in de lucht hangen.