De wedloop voorbij

UITSTEL op Korfoe, zo luidde het nieuws van vanochtend, maar het moet vreemd lopen wil dit voor premier Lubbers niet het einde van zijn Euro-ambitie betekenen. Dat is - geheel los van de kwaliteiten en charmes van de Belgische premier of een eventuele andere troef - voor Nederland op het eerste gezicht een bittere uitkomst. Immers, de Nederlandse premier geldt in eigen land als een man met een grote staat van dienst, een vaardig coalitie-smeder en een zondagskind. Hij mag de laatste maanden dan een dolende indruk hebben gemaakt, dat doet aan de optelsom van kwaliteit en ervaring niet zoveel af.

Tot het voornemen om Lubbers opzij te schuiven als kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie is enige tijd besloten in het centrum van de Europese macht, dat wil zeggen op de as Bonn-Parijs. Het gemak waarmee dat is gebeurd, leidde tot woede in Nederland en dat was begrijpelijk. Een nieuwe ervaring is het daarentegen niet, want drie jaar geleden ontwaakte Nederland ook al eens uit de droom dat de rest van Europa - en voorop Duitsland - ernstig rekening zou houden met Nederlandse verlangens en humeuren. Dat was in september 1991, toen op de zogenaamde Zwarte Maandag alle EG-landen (minus België) tot verrassing van het Nederlandse kabinet het Nederlandse Maastricht-ontwerpverdrag van tafel veegden.

NU KAN men verongelijkt vaststellen dat het een boze buitenwereld is, die zich aan Nederland maar weinig gelegen laat liggen. Voor zover de laatste weken van Lubbers' Euro-campagne in dat teken hebben gestaan, is dat wonderwel gelukt. De Nederlandse premier heeft zich nationaal en internationaal opgeworpen als de kampioen van het verzet tegen de groten, bovenal tegen Frankrijk en Duitsland. Maar wat heeft het allemaal opgeleverd? De irritatie in Duitsland is alleen maar groter geworden, in Parijs heeft men het vermoeden bevestigd gezien dat een Nederlander provoceert en in Londen is ook dit keer niemand warm of koud geworden van alle Haagse opwinding. Zelfs de relatie met de Belgen is dit keer kind van de rekening. Kortom, als de acties van Lubbers bedoeld waren om nu eens paal en perk te stellen aan het albedil en de arrogantie van de macht der groten, dan is de operatie jammerlijk als een boemerang teruggevlogen.

HET IS hier dan ook dat de kritiek op de Euro-operatie van Lubbers, en dus op een opzichtig aspect van buitenlands beleid, allereerst hoort te beginnen. Want op de kandidatuur van Lubbers zelf was niets aan te merken (en dat is trouwens ook op deze plaats meer dan eens onderstreept). Maar de Nederlandse regering heeft zich in elk geval geruime tijd verkeken op de ware onderlinge betrekkingen. Dat duidt op een gebrekkig antenne-stelsel voor verhoudingen en op een beperkte capaciteit om wervend op te treden in steden waar de macht ligt. Sinds wanneer moet een premier met een twaalfjarige staat van dienst zich publiekelijk kandidaat stellen in plaats van rustig te wachten tot een dergelijke functie hem wordt aangedragen? De stijl van de campagne was niet bepaald verheffend.

Maar los daarvan: Nederland verkijkt zich herhaaldelijk en hardnekkig op de krachtsverhoudingen in Europa. Het beschouwt zichzelf niet alleen als grootste van de kleine landen - hetgeen juist is - maar ontleent daaraan ook een soort leiderschapsrol, hetgeen nergens op is gebaseerd. Andere kleine en kleinere landen worden niet zo gedreven door een verongelijktheid jegens grotere buurlanden, laat staan dat zo'n verongelijktheid onder één, Nederlandse, noemer tot een machtsfactor kan worden gebundeld.

Te betreuren valt dat het Nederlandse kabinet geen gevoel voor verhoudingen aan de dag heeft gelegd. Toen eenmaal duidelijk was geworden hoe de kaarten lagen, had het kabinet ook kunnen kiezen voor een diplomatieke oplossing achter de schermen. Dat had schade vermeden, had eventueel de kansen op compensatie vergroot. (Wat te denken bijvoorbeeld van het Nederlandse belang dat er een vrijhandelaar komt op de zware handelsportefeuille van de Commissie?). Pokerspel van Nederland, zoals nu op Korfoe, kan men beter bewaren voor kwesties waar werkelijk Nederlands belang speelt.

DE CAMPAGNE van Lubbers leek de laatste weken sterk op een solo-actie, maar uiteindelijk was het kabinet verantwoordelijk en had hij ook de steun van alle fractieleiders. Zelfs groeide er een ongemakkelijke ambiance van solidariteit op een primitieve manier: wie kritiek had, hield niet van het vaderland.

Het scenario verloopt voor Nederland zoals dat in een Griekse tragedie gaat - onvermijdelijk de nederlaag tegemoet. Maar de reeks van verkeerde vooronderstellingen, overtrokken verwachtingen, teleurstellingen en ontnuchteringen is inmiddels groot genoeg om eens rustig de balans op te maken van Nederlandse doelstellingen, van middelen, van grenzen en van mogelijkheden. Een vermindering van het verwachtingspatroon en een vergroting van de persoonlijke contacten op diverse niveaus horen in elk geval als aanbeveling op zo'n balans. Het alternatief is immers weinig aantrekkelijk, namelijk afzijdigheid, een aangenaam gevoel van wrok jegens de machtigen in Europa en een pijnstiller in de vorm van zelfgenoegzaamheid.