Creëer een aparte arbeidsmarkt voor uitkeringstrekkers

Nederland heeft honderdduizenden werklozen, maar als er asperges moeten worden gestoken of bollen gepeld doen we een beroep op buitenlanders. Eenvoudige diensten worden onbetaalbaar, terwijl de mensen met de geringste opleiding en scholing het moeilijkst aan de slag komen. Van tijd tot tijd worden plannen gelanceerd om met gebruikmaking van uitkeringsgelden werklozen in te schakelen voor taken, waarvoor anders geen geld zou zijn.

Standaardbezwaren van economen daartegen zijn budgetvervalsing en/of concurrentievervalsing. Het eerste bezwaar staat voor een vertroebeling van de kostenstructuur voor de overheid. Daaraan hoeft men niet zwaar te tillen als de overheid leert boekhouden. Het tweede bezwaar is wezenlijker: als je geen objectieve manier hebt om vast te stellen welke arbeid hoeveel mag kosten breng je een element van willekeur in onze markteconomie waar het stelsel erg slecht tegen kan. Moeten we daarom de combinatie van overtollige arbeid en onvervulde taken maar accepteren om ons systeem niet in gevaar te brengen? Die conclusie ligt voor de hand als ons sociale systeem uitzicht gaf op stabiliteit, maar het tegendeel is waar. Het huidige systeem van (impliciete) vrijetijdssubsidiëring is volledig uit zijn krachten gegroeid. Het grote aantal inactieven drukt als een loden last op zowel het overheidsbudget als op de nationale produktiekosten.

De gevaren van concurrentievervalsing of budgetvervalsing zijn reëel. Maar het is kortzichtig oplossingen voor de problemen van de onderkant van de arbeidsmarkt daarop te laten afstuiten. Dan ontkennen we immers dat we de marktwerking toch al fors verstoren door ons sociale verzekeringssysteem. Wat we nu doen is dit: in beginsel laten we de markt het loon bepalen. Werkgevers betalen daarbij veel meer voor arbeid dan werknemers verdienen, vooral wegens ons duur sociaal verzekeringssysteem. Vervolgens merken we dat eenvoudige arbeid te duur is geworden. Dat geeft forse werkloosheid. Ten slotte sluit de cirkel omdat de werklozen een uitkering krijgen waarvan de kosten weer zwaar op arbeid drukken.

Of we vinden de direct uit de markt resulterende verdeling van inkomens en werk ideaal, òf die verdeling bevalt ons niet, maar dan kunnen we beter vooraf corrigeren dan achteraf. Want als van tevoren bekend is dat de inkomensverdeling naar Nederlandse maatstaven te ongelijk wordt als die volledig aan de markt wordt overgelaten, is het doelmatiger vooraf de markt te confronteren met een zodanig systeem van premies en heffingen, dat de uitkomsten van het marktproces direct een aanvaardbare verdeling opleveren. Dan worden de nadelen van het huidige systeem vermeden. Dat houdt iedereen buiten het arbeidsproces, die niet zo produktief is dat hij een loon kan verdienen, dat wij als inkomen redelijk achten. Het is verre van eenvoudig een systeem van premies en heffingen te bedenken dat voldoende objectief en restrictief is, niet uitlokt tot oneigenlijk gebruik, niet fraudegevoelig is, iedereen prikkelt tot hogere produktiviteit en de marktwerking niet frustreert maar ondersteunt.

Kernelement van mijn voorstel is een aparte arbeidsmarkt met verminderde lastendruk voor iedereen, die op de gewone arbeidsmarkt niet aan de slag kan komen. In een land als Nederland met een uniek netwerk van uitzendbureaus zou dat best kunnen meevallen. Als uitzendbureaus eraan kunnen verdienen, zullen zij willen meewerken aan een goed gecontroleerd systeem waarin uitkeringstrekkers met gedeeltelijk behoud van hun uitkering tegen een relatief laag loon hun diensten aanbieden. Dat kan een enorm aanbod van arbeid tegen lage kosten losmaken, waardoor diensten, die ten dode leken opgeschreven, weer levensvatbaar worden. Kortom een ongekende werkgelegenheidsstijging ligt voor de hand.

Natuurlijk zal ook wel verdringing van reguliere arbeid optreden, omdat die duurder is, maar door aanvullende maatregelen, zoals een maximale omvang van de arbeid uit het niet-reguliere circuit per werkgever is daaraan paal en perk te stellen. Aanvullende maatregelen zijn ook nodig om de superioriteit van reguliere arbeid te bewaren. Zo moet iemand in het niet-reguliere circuit natuurlijk niet meer kunnen verdienen dan een vergelijkbare reguliere werker. Niet iedere uitkeringstrekker zal in staat zijn bij te verdienen. Voor degenen die door verlaging van de basisuitkering in moeilijkheden zouden komen moet een opvang worden gehandhaafd. Maar bij een geschikte keuze van de tarieven kan een flink deel van de uitkeringstrekkers aan de slag. Dat bespaart sociale uitkeringen. Het ligt voor de hand de opbrengsten daarvan deels te gebruiken voor een algemene verlichting van de lasten op arbeid, wat nog meer werkgelegenheid schept. Bovendien kan er zo voor gezorgd worden dat reguliere werkers er netto niet op achteruit gaan als hun bruto loon door concurrentie van 'deelverdieners' onder druk komt. Ondersteunende maatregelen zijn nodig, zoals een machtigingssysteem voor uitzendbureaus, de instelling van een fraudebestendig registratiesysteem en afschaffing van het minimumloon voor niet-reguliere arbeid. Ook allerlei verfijningen zijn uiterard nog denkbaar.

Het voorstel werklozen te mobiliseren tegen speciale tarieven is misschien weinig origineel, maar ik ken geen andere voorstellen waarin sprake is van de instelling van een nieuwe en aparte markt. Als gevolg van dat element gaan conventionele bezwaren in dit geval niet op. Van concurrentievervalsing en budgetvervalsing is geen sprake. In feite beslist de markt over wie in welk circuit kan werken en tegen welk loon. Met een systeem van onderling concurrerende uitzendbureaus heeft elke werkgever, ook de overheid, toegang tot alle soorten arbeid.

Voor de werkgevers heeft de uitbreiding van het arbeidsaanbod tegen lagere kosten alleen maar voordelen. Een mogelijke daling van de reguliere bruto lonen kan partieel bezien voor de betrokken werknemers een inkomensachteruitgang impliceren, maar door de voorziene lastenverlichting kunnen zij er per saldo op vooruit gaan. Uitkeringstrekkers moeten als regel aan de slag om hun inkomen op peil te houden, maar gemiddeld kunnen ze er best in inkomen op vooruit gaan als door de lastenverlichting en de gunstige indirecte effecten ook de netto reguliere lonen stijgen. De overheid kan wel wat verliezen in termen van lagere heffingen op arbeid, maar daar staat een grotere besparing aan uitkeringen tegenover. Dus ook het overheidstekort kan omlaag. Onder andere door lagere arbeidskosten gaat ook onze nationale concurrentiepositie erop vooruit. Een precieze inschatting van de gevolgen is moeilijk door de grote breuk met het verleden. Het systeem leent zich echter voor een geleidelijke invoering, zodat gaandeweg kan worden vastgesteld welke tarieven en bovengrenzen de meest aantrekkelijke constellatie opleveren.