Britse hulp bij zoeken ideale pitch

AMSTELVEEN, 25 JUNI. Hoog bezoek voor de Koninklijke Nederlandse Cricket Bond. Harrie Brind is een dagje over uit Engeland. Hij is groundsman, de terreinmeester van The Oval, een van de meest bekende cricketvelden in de wereld. Brind komt praten met vertegenwoordigers van de bond, NOC*NSF en de gemeente Amsterdam over een zogenaamde grass-pitch. Hij noemt zijn bliksembezoek aan Nederland “een leuke afwisseling”. “Morgen ben ik weer op Old Trafford in Manchester om het veld te bekijken. Daar wordt straks de volgende testwedstrijd tussen Engeland en Nieuw-Zeeland gespeeld.”

In Nederland wordt cricket beoefend op kokosmatten. Alleen uit beleefdheid lachen de Engelsen daar niet om. Maar wie echt wil meetellen in het cricket moet een een slagperk van gras hebben. Dat kost echter veel geld en vooral heel veel onderhoud. Nu Nederland zich voor het eerst in de historie heeft geplaatst voor het A-WK vindt men het de hoogste tijd om ook zo'n hoogwaardige grasstrook aan te leggen. “We kunnen onze tegenstanders uit de grote landen niet op een kokosmat blijven ontvangen”, zegt bondsvoorzitter Steven van Hoogstraten.

Met een ton hoopt de KNCB het te kunnen redden. Dat bedrag heeft het ministerie van wvc als subsidie ter beschikking gesteld. De nieuwe strook komt op het veld van hoofdklasser VRA te liggen. Op hetzelfde complex heeft de bond ook zijn kantoor. Brind bekijkt het veld in Amstelveen en geeft een positief waardeoordeel. Hij heeft zijn handleiding bij zich. Recommendations on the preparation of pitches suitable for First Class Cricket. Er worden onder meer aanwijzigingen gegeven over de te gebruiken ondergrond en grassoort. Er komt, zo blijkt, veel bij kijken. Het is duidelijk dat de KNCB een aantal machines moet aanschaffen.

Brind is streng. Hij praat over een cricketveld als over een mooie vrouw. Een secure behandeling is gewenst. Ook als de pitch er eenmaal ligt moet hij dagelijks worden onderhouden. “Dat valt mee, hoor”, stelt Brind gerust. “Het kost zo'n half uur tot een uur per dag.” Het is dan vooral, zo legt hij uit, een kwestie van rollen. Hij hoeft dat op The Oval niet in zijn eentje te doen. Brind heeft liefst zes assistenten die fulltime in dienst zijn.

Wat is een ideale pitch? Een die de kleur heeft van stro, verduidelijkt Brind. Het gras moet kurkdroog zijn en kort. En zowel de bowler als de batsman moet er op uit de voeten kunnen. Brind is ook de pitch-consultant van de Engelse cricketbond, de TCCB. Vroeger werd die functie pitch-inspector genoemd, maar het eerste klinkt vriendelijker. Zijn belangrijkste taak is ook om zijn collega-groundsman te adviseren. Hij reist doorlopend langs alle velden in het land.

Opmerkelijk is dat Brind zelf nog nooit één cricketbal heeft geslagen of gegooid. Hij komt uit het voetbal, reikte tot het tweede elftal van Chelsea, maar zag zijn droom om ooit de top te halen verstoord door een onwillige knie waaraan hij vijf keer is geopereerd. Inmiddels is hij al ruim dertig jaar expert in cricketvelden. Hoe het allemaal begon? “Ik ging trouwen en ik had geen huis. Als groundsman kreeg je destijds een woning op het complex van de club.”