Bouquinistes aan banden

De regenten van Parijs zijn van mening dat de boekverkopers langs de Seine zich te veel vrijheden veroorloven en daarom hebben zij het oude reglement uit 1859 nieuw leven ingeblazen. De 'bouquinistes' protesteren.

“Wij zijn het decor van Parijs. Waarom laat de gemeente ons niet met rust.” Nijdig sjort Didi Forgé de verkleurde prenten vast, die wapperen aan zijn kraampje. Forgé (40) werkt al jaren als boekverkoper aan de Quai de la Mégisserie. Vaak staat hij tien uur per dag bij zijn kraam, in weer en wind. Maar het ongerief weegt ruimschoots op tegen de voordelen van zijn vak: het contact met klanten, met oude boeken en vooral de vrijheid. Maar dan moet de gemeente niet met allerlei regels komen om het hem moeilijk te maken. “Op die manier wil straks niemand nog boeken verkopen langs de Seine”, sombert Forgé.

Wie Parijs kent, kent de bouquinistes. De boekverkopers met hun donkergroene kraampjes onder de platanen langs de Seine. Ze verkopen oude boeken, prenten, tijdschriften, posters en ansichtkaarten. “Ik loop zelden langs hun kraampjes zonder een paar boeken te kopen die ik miste”, schreef Anatole France al in 1881, “zonder dat ik tot op dat moment het geringste idee had dat ik ze miste.”

De bouquinistes zijn al honderden jaren in Parijs. In Le long des quais (voor 80 gulden te koop op de Seinekade) beschrijft Charles Dodeman hoe in de zeventiende eeuw op straat boeken en schilderijen werden verkocht, vooral in de buurt van de Pont Neuf. Aanvankelijk werden de straatverkopers verjaagd, maar onder Napoleon III werd hun bestaan vastgelegd in een reglement. Mits ze aan de strenge regels voldeden, mochten de boekverkopers hun stalletjes laten staan op de Seinekade.

Inmiddels behoren de ruim 240 boekenstalletjes tot de toeristische trekpleisters van Parijs. Nog altijd zijn de boekverkopers aan de strikte voorschriften uit 1859 gebonden. Niet alleen de kleur (vert wagon) van hun kraampjes is omschreven, ook de maximale lengte (2,00 meter), breedte (0,75 meter) en hoogte (0,60 meter). Ze mogen in totaal vier kraampjes beheren. Verder moeten ze ten minste vier dagen per week open zijn, mogen ze alleen tweedehands boeken verkopen, moeten ze staan ingeschreven in het handelsregister en mogen ze niet elders nog een boekwinkel drijven.

De laatste jaren echter wordt de hand gelicht met de regels, zo constateerde de gemeente Parijs. Naar schatting de helft van de boekverkopers staat niet ingeschreven bij het handelsregister en betaalt geen sociale premies. De stalletjes blijven bovendien steeds vaker gesloten. Om de Seinekade weer “een plek om te flaneren” te maken “vol cultureel en toeristisch leven” voerde de gemeente eind vorig jaar de regels uit 1859 opnieuw in. Alle boekhandelaren ontvingen een brief waarin hun werd gemeld dat ze een jaar de tijd kregen aan de regels te voldoen. Na 1 oktober gaat de gemeente controleren of de voorschriften worden nageleefd. Bouquinistes die er niet aan voldoen moeten hun kraam sluiten.

Twee kampen

Het 'nieuwe' reglement heeft de boekverkopers verdeeld in twee kampen. Tegenstanders verzetten zich vooral tegen het inschrijven bij het handelsregister. “De premies zijn veel te hoog”, zegt Nicolas voor zijn stalletje aan de Quai Malaquais. De boekverkoper, die zijn achternaam niet onthult omdat hij niet staat ingeschreven, zit in het bestuur van de onlangs opgerichte belangengroep l'Amicale des bouquinistes. Niet dat hij tegen het betalen van sociale premies is, maar hij vindt dat er een aparte regeling voor boekverkopers moet komen waardoor ze minder hoeven af te dragen dan andere winkeliers. “De premies lopen nu op tot 500 gulden per maand. En ik verdien hier maandelijks maar zo'n 1000 gulden netto.”

Voorstanders van de regels menen dat het tijd wordt dat iedereen zich aan de regels houdt. “Eindelijk moeten alle boekverkopers premie betalen en wordt oneerlijke concurrentie tegen gegaan”, zegt Véronique Baudon in de schaduw van haar stalletje aan de Quai Saint Michel. “Bovendien, al die gesloten stalletjes is geen gezicht. Als je buurman gesloten is, trek je zelf ook minder klanten.” Baudon (36) is voorzitter van de vakbond, le Syndicat des bouquinistes professionels, waar l'Amicale zich van afscheidde. Ze zit al zeventien jaar in het vak - net als haar moeder, grootmoeder en overgrootmoeder.

De tweedeling tussen de bouquinistes loopt via geografische lijnen. De verkopers in het centrum van Parijs, zoals Baudon, steunen de gemeente. Zij verdienen het meest en verkopen vooral kaarten en souvenirs aan toeristen. De verkopers meer naar het einde van de Seinekade, zoals die op de Quai Malaquais, hebben de romantiek van hun vak nog niet ingeruild tegen commercie. Ze verkopen vooral oude boeken en prenten en “alleen aan Parijzenaars”, aldus Nicolas. Hij voorspelt dat na 1 oktober vijftig boekverkopers van de Seinekade zullen verdwijnen. “De echte bouquinistes moeten straks sluiten”, zegt Nicolas. “Degenen die overblijven zijn de verkopers van kaarten en souvenirs.”

Flesopeners

De gemeente staat toe dat een kwart van een boekenstal wordt ingeruimd met andere koopwaar dan oude boeken. Hoewel er nog altijd stalletjes zijn die alleen betere boeken verkopen, hebben vooral de bouquinistes in het centrum zich op souvenirs als onderzetters, flesopeners, pennen en stickers toegelegd. Ook schromen ze niet 'originele Daumiers' voor 30 gulden te koop aan te bieden, of 'antieke prenten' die ze zelf met de hand inkleuren à 100 gulden.

De 84-jarige Michel doet daar niet aan mee. In zijn stalletje bij de Pont Neuf verkoopt hij uitsluitend oude boeken, waaronder opvallend veel werken van Marx. Nu hij zich moet inschrijven bij het handelsregister, houdt hij er mee op. “Ik verdien hier al bijna niets meer”, zegt hij. “En dan ook nog die premies. Ik denk dat ik het vak moet overlaten aan jongeren.” Dat is ook precies wat Parijs wil. De gemeente wil dat een jonge, dynamische generatie boekverkopers het vak nieuw leven inblaast. Op een wachtlijst staan al meer dan honderd gegadigden.

Didi Forgé en Nicolas geven niet op. Forgé heeft zich al ingeschreven bij het handelsregister, Nicolas wil dit binnenkort doen. De liefde voor zijn vak wint het van zijn afkeer tegen de nieuwe regels. Hij verkoopt zelfs al wat ansichtkaarten en schilderijtjes. Maar, verzekert hij, het is hem vooral te doen om de boeken. Het liefst loopt hij rommelmarkten en particulieren af, altijd op zoek naar dat ene zeldzame boek waarmee hij in één klap rijk wordt. En dan? “Een echte winkel openen, natuurlijk. Dat is de droom van iedere bouquiniste.”