Binnenweg

Herman Romer: Oude Binnenweg toen en nu. De geschiedenis van een Rotterdamse straat 96 blz., geïll., Europese Bibliotheek 1994, ƒ 27,50

De Oude Binnenweg is een straat die herinneringen oproept, aan het Rotterdam van voor de oorlog, maar ook aan dat van de jaren zeventig en tachtig. De Oude Binnenweg verandert, net als de etalages van de daar gevestigde boekhandel Van Gennep, regelmatig en blijft toch zichzelf.

De auteur Herman Romer begon als dichter. Na zijn debuut in 1965 schreef hij nog vier dichtbundels. Voor de liefhebbers werd in 1971 bekroond met de Anna Blaman-prijs. De meeste bekendheid geniet Herman Romer echter door zijn, inmiddels elf, historische boeken over Rotterdam. Hij beschreef de Schutterij, wijken, tijdperken (van de eeuwwisseling tot en met de oorlog) en de vooroorlogse Schiedamsedijk, die over de hele wereld als uitgaanscentrum bekend stond.

Dit keer heeft Romer de Oude Binnenweg tot onderwerp gekozen. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij na de Hoogstraat de levendigste winkelstraat van Rotterdam. De Hoogstraat werd tijdens de oorlog verwoest, het westelijk deel van de Oude Binnenweg bleef gespaard. “In onze dagen maakt de Oude Binnenweg - als drukke winkelsluis - deel uit van het westelijk deel van het stadshart. Als een bescheiden scherf die nog resteert van het oude centrum, vervult het menigeen met weemoed over wat door het Duitse bombardement op 14 mei 1940 werd weggevaagd”, schrijft Romer.

Aan de Binnenweg (de naam Oude Binnenweg werd pas op 14 januari 1977 officieel) waren sedert 1910 bioscopen gevestigd, waaronder de Olympia van Abram Tuschinski. Op 8 maart 1989 sloot bioscoop Centraal als laatste zijn deuren. In weerwil van de, niet in het boek genoemde, protesten van de bevolking werd het pand verbouwd tot Roman Palace, een ordinaire gokhal. Romer gaat wel in op de protesten tegen de sloopplannen voor de hele Oude Binnenweg en op de protesten in 1981 tegen de herbouw van Ouds café De Unie op de plaats van de poffertjeskraam. Deze protesten waren wel succesvol. De Unie werd herbouwd aan de Mauritsweg, om de hoek van de Oude Binnenweg.

Ook de muziek komt aan bod. Voor de oorlog was aan de Binnenweg een jazzclub, of nauwkeuriger Negro Palace 'Mephisto', gevestigd. Teddy Cotton vierde er triomfen, maar ook Coleman Hawkins, Benny Carter, Freddy Johnson, Bobby Martin, Johnny Dunn, Jake Green en Kid Dynamite. En Nederlandse musici, zoals Harry Pohl en Pi Scheffer, de boezemvriendinnen Clara de Vries en Annie van 't Zelfde (Anny the Same). In de nacht van 10 op 11 mei 1938 ging de jazzclub in vlammen op. Er restte een zwart gat, voorproefje van wat twee jaar later zou gebeuren.

Romer beschrijft niet alleen de vermaarde cafés van J.B. Pardoel (voorheen fa. Koevoets), Timmer, Melief-Bender en Jan Linssen (van de voormalige linksbuiten van Feyenoord), maar ook de buurtcafés van Harry Verburg (voorheen Dientje) en Visser (voorheen Betsy), hij beschrijft de winkels en de uiteindelijk in 1989 toch verdwenen poffertjeskraam van Janvier, halverwege de straat. Daarover laat hij kunstschilder Nico Benschop aan het woord: “In Parijs heb ik jaren rondgezworven en een terrasje zoals dit was daar nergens te vinden. Op dit oerstukje Rotterdams terras heb ik mijn tachtigste verjaardag gevierd. In de stad hebben ze het daar nòg over. Nu ben ik mijn stekkie kwijt. En waar moet ik nu straks mijn negentigste verjaardag vieren?”