Vrijen met een immateriële man; Kunst voor het Rode Kruis

Televisiecampagnes en affiches helpen niet meer en daarom heeft het Rode Kruis nu de beeldende kunst ingezet om zijn boodschap uit te dragen. Op de expositie IK + DE ANDER wordt het de bezoeker met behulp van video en virtual reality onmogelijk gemaakt een onverschillige observator te blijven.

Beurs van Berlage, Rokin Amsterdam. T/m 14 aug. Dag. 11-17u. Catalogus ƒ10,-. Op de beurs worden permanent films vertoond, en op zo 26 juni en zo 3 juli worden van 12 tot 14u discussies gehouden. Inl. 020-6266881 en 03404-32105.

Wie kijkt er nog naar de televisie'spotjes' met uitgemergelde slachtoffers van oorlogsgeweld, vervolging of hongersnood? Het gebrek aan belangstelling daarvoor ligt niet alleen aan het ontmoedigende van die beelden, maar ook aan de razendsnelle beeldenstorm die dagelijks over de televisiekijker wordt uitgestort. Het is bijna een natuurlijke reflex om je af te schermen van gruwelbeelden die je aan de lopende band kunt zien. Ideële organisaties moeten daarom op zoek naar andere manieren om tot de kijker door te dringen. De Nederlandse afdeling van Amnesty International lanceerde vorig jaar een grootscheepse campagne waarin bekende Nederlanders poseren als slachtoffers van dictatoriale regimes. De betrokkenheid van de kijker moest gewekt worden door hem het gevoel te geven: wandaden en onrecht kunnen ook jou daar in je luie stoel overkomen!

De Nederlandse afdeling van het Rode Kruis organiseert nu bij wijze van experiment in de Amsterdamse Beurs van Berlage een tentoonstelling met beeldende kunst onder de titel IK + DE ANDER. Campagnes op televisie en affiches op billboards zijn te vluchtig om de passant tot nadenken te stemmen, meent deze eerbiedwaardige, onpartijdige verdediger van 'tolerantie, zorg en solidariteit'. Kunst wordt met meer geduld bekeken en lijkt daarom hèt visuele medium bij uitstek om reflectie op te wekken. Daarom zocht men de particuliere, ideële stichting Artimo aan om deze - overigens voor tachtig procent door bedrijven gesponsorde - expositie samen te stellen. Autonome kunst gaat er hand in hand met het uitdragen van de boodschap: verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid voor de medemens. Moderne media

Samenstellers Ine Gevers en Jeanne van Heeswijk, wel bewust zich op glad ijs te begeven (Tristan Tzara schreef al dat 'een kunstwerk dat te begrijpen is, het werk is van een journalist'), hebben geprobeerd een expositie te maken die het de bezoeker onmogelijk maakt een onverschillige observator te blijven.

In dat opzicht vormt IK + DE ANDER de tegenhanger van de expositie van World-Press-Photo. In de Beurs staat niet het journalistieke maar het artistieke voorop, niet de registrerende camera maar het meelevende en kritische oog. De beelden in de Rode-Kruispresentatie zijn dan ook zelden afstotend, zoals de World Press foto's vaak zijn. Het is geen toeval dat op deze expositie veel zogenaamde 'moderne media' zijn vertegenwoordigd, en slechts één schilderij (van Marlène Dumas). Vooral de video-monitor is favoriet; die heeft natuurlijk als streepje voor dat hij behalve beeld ook geluid weergeeft. Toch stellen de meeste filmpjes teleur. Adrian Piper laat een zwarte vrouw op het scherm uiteenzetten wat terechte en wat racistische vragen zijn die je jezelf kunt stellen bij het ontmoeten van iemand met een andere huidskleur. Ze zit er statisch als een nieuwslezer bij en spreekt op geduldig-didactische toon. Martin Lucas maakte in opdracht van het Rode Kruis een documentaire over een nieuw strategisch wapen dat de getroffene slechtziend maakt, maar hoe hij ook probeert de uitleg van wetenschappers op te frissen met getuigenissen van 'echte' mensen, het geheel blijft een saaie klomp informatie.

Als de vertellende kracht van video wordt uitgebuit, is het resultaat aansprekender. Spike Lee's korte film Money don't matter is gemodelleerd naar een video-clip: de beelden volgen elkaar vrij snel op en zijn zó gekozen dat ze ook zonder tekst (de gelijknamige song van Prince die over de opnames is gezet, krijgt vanzelf een ironische betekenis) het onderwerp, de armoede in Amerika, op een tot nadenken stemmende manier duidelijk maken. Een voorbeeld van een redelijk geslaagde ideële reclamefilm is de commercial die Katheriene Ferrier in 1993 voor het Rode Kruis maakte: er zit vaart in en de beelden spreken op een bijna poëtische manier voor zichzelf. Mensen van allerlei rassen en leeftijden houden de kijker een spiegel voor waarin journaalbeelden van oorlog en geweld worden gereflecteerd, alsof het geweld zich aan onze zijde, of in onszelf bevindt.

Een ander goed vertegenwoordigd medium is de fotografie. De levensgrote, geënsceneerde foto's van Jeff Wall suggereren dat de toeschouwer zich in dezelfde ruimte bevindt als bijvoorbeeld de Aziatische man die door een voorbijganger mimisch voor spleetoog wordt uitgemaakt. De contact-afdrukken van de Nederlander Hans Aarsman zijn piepklein, maar wisten mij van alle aanwezige kunstwerken het meest te ontroeren. Op de in rijen afgedrukte opnames zien we de vader van de fotograaf op zijn sterfbed liggen en tenslotte door een begrafenisondernemer meegenomen worden. We zien de ontreddering van de zoon en de echtgenote van de dode. Omdat de fotootjes zo klein zijn, behouden ze hun intieme waarde en dwingt Aarsman ons ze met aandacht en respect te bekijken. Tweepersoonsbed

De allermodernste beeld-overdrachtsystemen komen als beste uit de bus in de Beurs van Berlage. Vooral de door Paul Sermon gecrëerde virtual reality is geslaagd. Op een tweepersoonsbed wordt de beeltenis van de kunstenaar geprojecteerd, terwijl hij zich in een andere ruimte bevindt. Wie op het bed gaat zitten, ziet zichzelf gereproduceerd op twee monitoren ter weerszijden van het bed, samen met de immateriële man. Die man begint je knie te strelen of legt een hand op je wang. Besmuikt over zoveel ongevraagde intimiteit schuif je een eindje van hem weg, of maak je een knijpende beweging ter hoogte van zijn kuit zodat hij zelf een beetje afstand neemt. Het is begrijpelijk dat men voorspelt dat de virtuele realiteit straks de telefoonseks en video-porno voorbij zal streven, maar zou dit interactieve medium niet ook een hoogstaandere bestemming kunnen krijgen? Interactiviteit zou weleens de postmoderne variant op het jaren zeventig-begrip 'betrokkenheid' kunnen worden. Ongemerkt besteedde ik aan deze installatie veel meer tijd dan aan de andere kunstwerken. Betrokkenheid vergt nu eenmaal tijd. In tegenstelling tot de veelbesproken tentoonstelling Post-human in Hamburg, waarnaar de organisatoren van IK + DE ANDER goed gekeken hebben, zoals blijkt uit de keuze van kunstenaars (de gemutileerde sekspoppen van Cindy Sherman en de portretten van topindustriëlen door Clegg & Gutman waren ook in Hamburg te zien), wordt in Amsterdam niet het deficiet van het menselijke afgekondigd maar propageert men een herijking ervan. Daarom zijn de artificiële, wezenloze vrouwen van Inez van Lamsweerde hier niet op hun plaats, maar wel de Nintendo-spelletjes over goed en kwaad die je in de Beurs kunt spelen. Niet zozeer de vechtspelletjes (al krijgen die hier wel een alarmerende functie), als wel Sim City. Daarin speel je de burgemeester van een fictieve stad en aldus kun je niet afzijdig blijven bij problemen als werkloosheid, gettovorming, milieuvervuiling en criminaliteit. Dit spelletje geeft de bedoeling van deze tentoonstelling in een notedop weer. In mijn ogen zijn de organisatoren op verrassende wijze in hun opzet geslaagd. Leve de interactiviteit!