Vrijdag 24; IJzeren doos met gaten

“Een grijze ijzeren doos met een paar gaten erin en de ene hoek is er uitgezaagd; daar staat een pijp onder voor de steun en er bovenop staat een reusachtig wasrek.” Wie de door Jan Duiker ontworpen Cineac-bioscoop in de Amsterdamse Reguliersbreestraat zo omschreef, sprak geen onwaarheid volgens A.J. van der Steur in 1935 in het Bouwkundig Weekblad. Maar, zo schreef deze architect (niet te verwarren met zijn broer die Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam ontwierp), het is wel de waarheid van “de aanbidder van de dode letter, die ongevoelig is voor wat er in zo'n ijzeren doos aan leven kan zitten. Wie het niet voelt, kan het met geen verstandelijke redenering worden duidelijk gemaakt, n'en déplaise het feit, dat juist de maker van dit werk zo gaarne de nadruk legde op het verstandelijke, en hij de techniek in een ander licht zag dan velen van ons, die zich afvragen of zij een zegen of een vloek voor de mensheid zal blijken te worden.”

Inmiddels is de Cineac zestig jaar oud en hebben diverse verbouwingen weinig van het ingenieuze gebouwtje overgelaten. De voor het Nieuwe Bouwen zo kenmerkende dunne stalen raamprofielen zijn bijvoorbeeld vervangen door logge aluminium sponningen en ook het interieur, gebouwd om zo snel en efficiënt mogelijk bezoekers naar binnen en naar buiten te loodsen, is veranderd. Het wasrek, een essentieel onderdeel van het gebouw waarop in enorme letters CINEAC stond gespeld, verdween al in de jaren zeventig.

De Cineac is, kortom, ook voor haters van de dode letter een ijzeren doos met gaten geworden. Daar heeft de plaatsing van de bioscoop op de lijst van Rijksmonumenten zo'n jaar of tien geleden niets aan kunnen veranderen. Monumentenzorg kan de eigenaar bijvoorbeeld niet verplichten het wasrek terug te zetten of de dunne raamprofielen weer aan te brengen, omdat deze veranderingen dateren van voor de plaatsing van de Cineac op de monumentenlijst.

De onmacht van Monumentenzorg gaat nog verder. De huidige eigenaar, MGM, heeft de Cineac onlangs verkocht aan onroerend-goedexploitant Caransa met als voorwaarde dat het gebouw niet langer dienst zal doen als bioscoop. Wat er met het gebouw zal gebeuren, laat Caransa afhangen van de nieuwe, nog onbekende bestemming. Zeker is wel dat het bioscoopinterieur zal verdwijnen. Monumentenzorg kan hier niets aan doen, want haar beleid is gericht op behoud van façcades. Alleen veranderingen in het interieur die leiden tot grondige veranderingen in het exterieur, kunnen worden tegengehouden.

En zo staat er nu in de Reguliersbreestraat een haveloze, vieze, ijzeren doos met gaten waaruit binnenkort het laatste restje leven zal wijken. Misschien is het toch het beste om dit monument af te breken.