Van kwartje tot riks; Een reprise van het Cineac-gevoel

Cinema Actuel, manifestatie 'op het kruispunt van beeldende kunst, architectuur en film' naar aanleiding van het zestigjarige bestaan van de Cineac Reguliersbreestraat in Amsterdam. De filmvertoningen vinden daar plaats op zaterdag 25 juni (11-18u). Tentoonstellingen in de kantoorruimten van de Cineac en in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59 (t/m 28 aug) hebben voor een deel betrekking op de geschiedenis van de Cineac als theater en als gebouw, voor een ander deel op kunstwerken van de hedendaagse kunstenaars Barbara Visser, Marijke van Warmerdam, Ronald van Tienhoven, Elise Tak, Rainer Oldendorf, Jos Werkhoven en Karel Lancel.

Geduldig stond je in de rij te wachten, tot de almachtige portier in zijn martiale uniform het sein gaf dat er weer een plaatsje vrijgekomen was. Een ouvreuse wees met haar zaklantaarn een stoel aan, waar je net zo lang op kon blijven zitten als je wilde. De Cineac kende immers doorlopende

voorstellingen: journaals, natuurfilms, Woody Woodpecker. Als de tekenfilm beviel, wachtte je rustig tot hij een uurtje later opnieuw gedraaid werd, en soms nog een keer. Dan verliet je het wonderlijke, mysterieus-efficiënte gebouw door de zijdeuren, doorkruiste de rij nieuwe wachtenden in de Regulierssteeg en kocht een patatje in de strategisch aan de overkant gelegen snackbar. Als je met je oma was, duurde de pret korter, want het was niet netjes om te lang te blijven zitten, maar daar stond dan soms wel een Russisch ei in Heck's lunchroom op het Rembrandtplein tegenover.

Zo omstreeks 1970 moet die permanente rij geruisloos verdwenen zijn. De Cineac werd een gewone bioscoop, die overdag nog wel tekenfilms vertoonde, maar met vastgestelde aanvangstijden. Eind jaren zeventig nam Tuschinski de exploitatie over en gebruikte de verwaarloosde zaal voor het prolongeren van versleten kopieën van succesfilms. Sinds enkele jaren heet de Cineac Reguliersbreestraat 'de riksbioscoop' en is wederom het domein van de minder kapitaalkrachtige jeugd. Als het door architect Joh. Duiker in 1934 gebouwde filmtheater per 1 januari zijn deuren sluit, gaat de nieuwe eigenaar Caransa er een andere bestemming voor zoeken. Contractueel heeft de verkoper vastgelegd dat het dan geen bioscoop meer mag zijn, want het MGM-concern wil de riksbioscoop ergens anders in Amsterdam voortzetten.

In de eerste jaren van zijn bestaan heette de Cineac in de volksmond 'de kwartjesbioscoop'. Het was niet het eerste zogenaamde 'journaaltheater' in Nederland; het Apollotheater opende in 1932 in Den Haag al zijn deuren. De Cineac-formule bleek echter ijzersterk, en vond navolging, in Amsterdam aan het Damrak (1938) en ook in Den Haag en Rotterdam. De naam was een samentrekking van Cinema Actuel en bedacht in Frankrijk. Een internationale uitwisseling van bioscoopjournaals zorgde wekelijks voor nieuwe beelden uit de hele wereld, terwijl de Haagse firma Profilti zelf een weekjournaal produceerde onder de naam Nederland in beeld.

De komst van de geluidsfilm had die oude, tot 1910 dominante formule van de bioscoop als venster op de wereld nieuw leven ingeblazen. De Cineac-formule bestond uit doorlopende voorstellingen, lage prijzen en een lokatie aan een drukke winkelstraat, zodat het publiek zonder veel plichtplegingen naar binnen kon lopen. Er werd bovendien veelal samengewerkt met dagbladuitgevers, die door mee te doen aan de exploitatie van het theater ook bij de doorgaans niet tot de krantelezers behorende lagen van de bevolking interesse konden wekken voor het wereldgebeuren. Het valt nu nauwelijks meer voor te stellen, maar de journaals in de Cineacs en die in de voorprogramma's in andere bioscopen waren tot de komst van de televisie de enige bronnen die de stem en de motoriek van de groten der aarde combineerden. Sommige van die beelden zijn dan ook klassiek geworden, zoals de hoge zijden hoed van Churchill, die nog net boven een rondvaartboot uitsteekt, terwijl de staatsman bij zijn triomftocht door Amsterdam (1946) voor een brug bukt.

Tweede Wereldoorlog

Morgen is het nog een keer mogelijk (tussen 11 en 18 uur) om à raison van twee gulden vijftig de Cineac binnen te lopen voor een ongeveer een uur durend journaalprogramma. Het

Nederlands Filmmuseum restaureerde speciaal voor deze gelegenheid enkele actualiteiten uit de periode 1934-47. Hoe een actualiteit ontstaat (1935) schenkt de kijker een blik achter de schermen van de Profilti-villa, waar een man in stofjas in looppas de opnamen van de Amsterdamse rijtoer van koningin Wilhelmina in ontvangst neemt. Vijf jaar Cineac (1939) toont hoogtepunten uit de programmering sinds de opening in november 1934. De neutraliteit van het commentaar bij de beelden uit deze roerige periode doet achteraf de wenkbrauwen fronsen: “In het buitenland trok de aandacht de aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland”. De 'wederinvoering van de Duitse dienstplicht', 'het Italiaans-Abessijnse conflict' en de successen van onze zwemsters bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn zijn echter voetnoten bij de hoofdmoot van de compilatie: de ambtsjubilea, begrafenissen en staatsiebezoeken van vorsten en presidenten. Op veler verzoek werden de eerste stappen van prinses Beatrix, op film vastgelegd door haar vader, in 1939 wekenlang geprolongeerd.

Een kleine correctie op dit beeld biedt de voor een deel uit hetzelfde materiaal samengestelde compilatie uit 12 1/2 jaar wereldgebeuren (1947), vertoond in de dan tijdelijk van het voorvoegsel 'Handelsblad' beroofde Cineac. In de oorlogsjaren was het internationale Cineac-concern via een overname door Duitse firma's direct onder controle gekomen van Goebbels' propagandamachine. Omdat van die schandvlek afstand genomen moet worden, zijn de beelden uit de jaren dertig nu wel van omineus commentaar voorzien, al overheerst de sindsdien voor het bioscoopjournaal kenmerkende ironie van beeldrijm en woordspeling. Zo wordt een beeld van handen die beschuit met muisjes oppakken bij de geboorte van prinses Irene direct gevolgd door opgestoken armen van onze oosterburen, terwijl de commentator die overeenkomst nog eens verbaal uitlegt.

De eenmalige reprise van het Cineac-gevoel kan aanleiding geven tot nostalgische bespiegelingen. Daarnaast valt niet te ontkomen aan de constatering dat wie zijn blik op de wereld moest laten bepalen door deze Wereldkroniek-achtige selectie uit alle denkbare beelden en geluiden, aangevuld door fictie uit de fabrieken van Hollywood, UFA en Cinetone, gemakkelijk ten prooi kon vallen aan propaganda en andere vormen van politieke en maatschappelijke manipulatie. De komst van de commerciële televisie en de steeds voortschrijdende technologische innovaties van de nieuwste media zijn in dit opzicht een bevrijding en hebben de gelijkschakeling van de informatiestroom bijna onmogelijk gemaakt. Niemand hoeft meer in de rij te staan om geïnformeerd te worden.