Tweede, gedetailleerde roman van Harold Brodkey; De mooiste woorden voor Venetië

Harold Brodkey: Profane Friendship. Uitg. Jonathan Cape, 387 blz. Prijs ƒ56,75.

'In de verdwenen kanalen van het voorbije moment kun je een duik nemen, maar niet zwemmen,' schrijft de ik-figuur van Harold Brodkey's tweede roman Profane Friendship. 'Het geheugen is net zo krankzinnig en kreupel en bureaucratisch en lui en corrupt als de groteske maskers en figuren van het carnaval.' Geen wonder dat Niles O'Hara zich al in zijn 'Prologue of a Sort' verontschuldigt voor het verhaal dat hij wil vertellen; zijn herinneringen aan zijn grote liefde, en aan het Venetië van zijn jeugd, zijn slechts een benadering van de werkelijkheid. 'The truth is in the moments, do you see? And not even in the shorthand account afterwards.'

De onmogelijkheid om het verleden precies in woorden te vangen, is niet alleen de obsessie van de schrijvende romanheld Niles O'Hara, maar ook van zijn schepper, Harold Brodkey. De 63-jarige Newyorker heeft zijn hele schrijverscarrière gewijd aan een zoektocht naar de verloren tijd. In 1991 leidde dat tot de publikatie van zijn lang verwachte autobiografische romandebuut The Runaway Soul: een overweldigende ontwikkelingsroman, plotloos en associatief, waaraan Brodkey naar eigen zeggen vierendertig jaar had gewerkt, en die zowel uitbundig geprezen als vernietigend gekritiseerd werd.

Profane Friendship (dat werd geschreven met financiële steun van een consortium dat zich inspant voor het behoud van de stad Venetië) heeft minder lang op zich laten wachten dan Brodkey's Joyceaanse magnum opus. Niet alleen omdat de roman - over de liefde tussen twee mannen in Venetië - minder persoonlijk en veel bescheidener van opzet is, maar ongetwijfeld ook omdat Brodkey haast heeft: anderhalf jaar geleden ontdekte hij dat hij aan aids lijdt. In twee ontroerende en geruchtmakende artikelen in The New Yorker ('To My Readers' en 'Dying: An Update') vertelde hij hoe hij al in de jaren zeventig na 'adventures in homosexuality' HIV-besmet moet zijn geraakt, en hoe weinig tijd hem nu volgens de doktoren nog rest.

Brodkey's naar alle waarschijnlijkheid laatste roman begint mooi. Na een korte proloog waarin de verteller onder andere het recht opeist om pornografisch 'zonder schaamte' te zijn, maken we kennis met Niles ('Nino') O'Hara, een succesvolle Amerikaanse schrijver van een jaar of zestig die terugkeert naar de stad waar hij voor en vlak na de Tweede Wereldoorlog woonde. 'Ik ben naar Venetië gekomen om een boekje te schrijven,' noteert hij, om te vervolgen met een impressionistische geschiedenis van zijn kindertijd. De belangrijkste rollen zijn niet weggelegd voor zijn vader, een robuuste expatriate writer die goede maatjes is met Hemingway, zijn kunstzinnige moeder of zijn grote broer Carlo, maar voor de stad Venetië (een Hof van Eden in de lagune) en zijn betoverend mooie klasgenootje Onni.

Het plot van Profane Friendship laat zich verder kort samenvatten. Nino en de Italiaanse fascistenzoon Onni worden vrienden, verliezen elkaar uit het oog tijdens de oorlog, en hebben na de bevrijding een kortstondige maar stormachtige homoseksuele haat-liefdeverhouding (de 'ontheiligende vriendschap' uit de titel). Veertig jaar later zien ze elkaar terug in Venetië, de een nog beroemder dan de ander, maar allebei vroegoud en uitgeleefd.

Meer nog dan in The Runaway Soul is het verhaal in Profane Friendship bijzaak. Het gaat Brodkey om de anatomie van een liefde die een leven lang doorwerkt. Of liever: om een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving van één belangrijke episode uit het leven van de hoofdpersoon. Of nog algemener: om een overtuigende weergave van de werkelijkheid.

Schaamteloos

In het middelste deel van het boek, waar de seksuele avonturen van Nino en Onni uit de doeken worden gedaan, wordt de handeling dan ook vaak bijna stil gezet; de lezer bevindt zich als het ware in het hoofd van de verteller en wordt - net als in de werkelijkheid - overspoeld door Nino's tegenstrijdige gedachten, wilde associaties, en andere halfgeslaagde pogingen om de waarheid in woorden te vatten. Wie iets wil merken van de aangekondigde 'schaamteloze pornografie' moet goed bij de les blijven.

Profane Friendship is geen literatuur voor op het nachtkastje. Het is, om het met een understatement te zeggen, een hondsmoeilijk boek. Wat niet automatisch betekent dat het ook het superboek is dat sommige critici (Die Zeit: 'ein grosser philosophischer Roman'; Los Angeles Times: 'a brilliant and wandering inquiry') er in zien. Net als zijn voorganger heeft de nieuwe roman van Brodkey prachtige hoofdstukken en een overdaad aan indrukwekkende passages. Of Brodkey nu varieert op Vergilius, zoals in het begin van hoofdstuk 5, of het februarilicht in Venetië beschrijft als 'alphabetical, pale with dark shadows like lines and blotches on a page' - vergeten zal ik het niet gauw. En de melancholieke laatste zeventig bladzijden ('Old in Venice') vormen naar mijn smaak een afgeronde novelle die een plaatsje verdient naast Manns 'Dood in Venetië'.

Maar evenals The Runaway Soul is Profane Friendship van tijd tot tijd wijdlopig en statisch. Een zwak punt dat zelfs niet wordt goedgemaakt door Brodkey's muzikale lange zinnen en zijn minutieuze ontleding van de psyche van zijn hoofdpersoon. Vooral in het veel te lange, kriskrassend geschreven achtste hoofdstuk, had Brodkey de schaar best wat wilder mogen hanteren.

'A little book' kondigt Niles O'Hara aan in zijn eerste hoofdstuk. Was het dat maar geworden. Met honderdvijftig pagina's minder had Brodkey een meesterwerk kunnen componeren: een psychologische roman over liefde en ouderdom die ook in zijn geheel het herlezen waard was geweest.

UIT: HAROLD BRODKEY, PROFANE FRIENDSHIP

Love chiefly and the actual moments of the day are my topic, and hatred and whoring and the nature of the body and revengeful or placable memory and the wish for innocence. Also, ambition and the stages of being and the conditions of the world. I sort of sing of arms and the man, the arms of an embrace, the arms that are weapons. Not epically. Not with skill.