Trompet voor een stier; De saxofoon en zijn uitvinder Adolphe Sax

Vanachter een gordijntje klonk in 1841 voor het eerst het volle, zuivere geluid van de sax-o-phone. Niemand kreeg het instrument nog te zien. De uitvinder, Adolphe Sax, was bang dat zijn idee gestolen zou worden. Terecht, want de rest van zijn leven was hij voortdurend in gevecht met andere instrumentenmakers over patenten. Honderd jaar geleden stierf de grote uitvinder, arm en eenzaam.

In Sax' Belgische geboortestad Dinant viert men Sax honderdste sterfjaar o.a. met een Dag van de Francophonie (25 juni), een jazzfestival (21, 22, 23 juli), en de Eerste Internationale Saxofoonwedstrijd (30 okt t/m 5 nov). Inl. 00-32-82-227800.

Het moet een fantastisch spektakel zijn geweest in 1845! Twee militaire orkesten die elkaar, temidden van duizenden mensen, beconcurreren op de Champs de Mars aan de voet van de Eiffeltoren in Parijs. Het ene orkest staat onder leiding van Carafa, directeur van het Gymnase musical waar militaire musici worden opgeleid. Het andere orkest wordt aangevoerd door een instrumentenmaker uit Dinant, een brutale nieuweling in het Parijse muziekleven.

De inzet van het duel is de gunst van koning Louis Philippe. Het orkest dat als beste uit de bus zal komen, en dat wil in die tijd zeggen het orkest dat het hardst en het zuiverst kan spelen, zal grote invloed krijgen op de toekomst van de Koninklijke Legerkapellen.

De reputatie van de Franse militaire muziek was in 1845 hard aan verbetering toe. Ze liep ver achter bij Pruisen en Oostenrijk, landen waar Frankrijk niet voor onder wilde doen. De nieuweling, Adolphe Sax, stelde een andere organisatie van de militaire muziek voor. Als de musici net als andere soldaten in rang konden worden bevorderd, zouden zij gestimuleerd kunnen worden om bij een militaire kapel te blijven spelen. Maar belangrijker was Sax' pleidooi voor een orkest waarin de blaasinstrumenten wat timbre en toon betreft beter op elkaar waren afgestemd. Veel van deze blaasinstrumentenfamilies waren bovendien door hem uitgevonden.

De rivaliteit tussen de twee orkesten op het Champ de Mars was enorm. Bij aankomst merkte Sax dat een aantal van zijn muzikanten ontbrak, wellicht omgekocht door zijn concurrent. Toen de orkesten al stonden opgesteld, was Sax nog bezig de laatste hand te leggen aan een nieuw instrument.

Verschillende kranten deden verslag van het spektakel. De dag na het duel schreef componist Hector Berlioz in het Journal des Débats dat Sax' vertraging noch de afwezigheid van een deel van het orkest had kunnen voorkomen dat zijn superioriteit bij dit duel werd aangetoond: “Het verschil in geluid, in volheid en in gelijkmatigheid van alle tonen met het magere geluid van de andere band was al meteen duidelijk.” Ook het publiek, dat veel luider applaudisseerde bij de uitvoeringen van Sax' orkest, was overtuigd. Sax kreeg van Louis Philippe toestemming om de militaire muziekkapellen te hervormen en zijn instrumentenfamilies in te voeren.

Kleppenwerk

Antoine Joseph Sax, zoals hij eigenlijk heet, kreeg het instrumentenmaken met de paplepel ingegoten. Zijn vader Charles Sax, aanvankelijk architect en meubelmaker in de Belgische stad Dinant, vestigde zich in 1815, toen Adolphe een jaar oud was, als instrumentenmaker in Brussel. Daar ontwikkelde Adolphe zich tot een veelbelovend instrumentenmaker en -bespeler. Al voor zijn tiende kon hij het kleppenwerk van een klarinet in elkaar zetten. Op zijn veertiende ging hij zang-, fluit- en later ook klarinetlessen volgen aan de Ecole Royale de Chant in Brussel.

Ondertussen werkte hij aan de verbetering van de blaasinstrumenten, bijvoorbeeld aan het bereik van de basklarinet door de verhoudingen tussen de boringen aan te passen. Sax werkte consequent volgens het principe van de 'verhoudingen'. Hij ging er vanuit dat het timbre in het mondstuk van een blaasinstrument gevormd wordt en dat de verhoudingen tussen de boringen in de romp van het instrument de toon bepalen. Hiermee baarde hij veel opzien. Veel instrumentenmakers gingen er toen vanuit dat vooral de vorm en het materiaal het geluid bepalen.

Een ander nieuw uitgangspunt van Sax was dat het geluid niet ontstaat door de hoeveelheid lucht die door de luchtkoker geblazen wordt, maar door de trillingen van die lucht. Op die manier is een groot instrument even makkelijk te bespelen als een klein instrument.

Er bestaan veel illustraties uit de toenmalige media waarin de spot wordt gedreven met deze revolutionaire ideeen. Zo publiceerde het blad Le Charivari in 1856 een karikatuur waarin een stier een trompet bespeelt van gigantische afmetingen. Het onderschrift luidt: 'De muzikant voor wie Sax zijn trompet heeft gemaakt'.

Eind jaren dertig stond Sax aan de leiding van de ateliers van zijn vader. In die periode moet het idee ontstaan zijn om een geheel nieuw instrument te ontwikkelen. In de toenmalige orkesten overstemden de koperen blaasinstrumenten in volume en in toon de houten blaasinstrumenten. Om een brug te slaan tussen deze twee soorten instrumenten, probeerde Sax een combinatie van het mondstuk van de klarinet en een koperen romp te maken. In 1841 introduceerde hij op een grote tentoonstelling voor nieuwe uitvindingen in Brussel de 'Sax-o-phone'. Maar niemand kreeg het instrument te zien. Vanachter een gordijntje liet hij de tonen van de sax aan het publiek horen. Waarschijnlijk was het instrument nog niet af. Maar Sax wist ook al hoe belangrijk het was je troeven niet meteen uit handen te geven.

De minderen onder de uitvinders probeerden een graantje mee te pikken door zo snel mogelijk noviteiten na te maken.

Het werk van de 27-jarige Sax werd door het Brusselse publiek als een bijdrage aan de vooruitgang beschouwd. Vol, vibrerend en krachtig, zuiver en soepel, zo kenschetste men het geluid van het nieuwe instrument. Met de saxofoon won hij de tweede prijs; de jury van de tentoonstelling vond hem nog iets te jong voor een eerste prijs. Dat schoot Sax, vooruitstrevend als hij was, in het verkeerde keelgat. “Als men mij te jong vindt voor een eerste prijs, dan vind ik mezelf te oud voor een tweede prijs!” citeert Oscar Comettant, die in 1860 zijn biografie schreef, de instrumentenmaker. In de hoop te ontkomen aan deze kleinsteedse mentaliteit ging Sax zijn lot elders beproeven. Met veel verwachtingen en weinig geld arriveerde hij in juni 1842 in Parijs.

Als eerste bezocht hij Berlioz, die diep onder de indruk raakte van zijn instrumenten. In zijn column in het Journal des Débats schreef hij: “vergeleken met de snaarinstrumenten [is] de ontwikkeling van de blaasinstrumenten achtergebleven. Maar die ontwikkeling is nu op weg naar magnifieke resultaten. Adolphe Sax heeft daar zeker toe bijgedragen.” Berlioz schreef begin jaren zeventig in de suite Des Arlésiennes als eerste een solo voor de saxofoon.

De ster van Sax rees snel in Parijs, te snel volgens zijn vakbroeders. Toen bleek dat Sax kans maakte de militaire muziek te mogen hervormen, tekenden de gevestigde Parijse instrumentenmakers protest aan. Ze vreesden dat hij een monopoliepositie zou verkrijgen. Kort voor het duel op de Champs de Mars schreven ze in een brief aan de minister van oorlog: “De commissie die over de plannen moet oordelen is partijdig; de voorzitter, generaal de Rumigny, is een verklaard beschermheer van Sax. Met de aanname van Sax' instrumentenfamilies krijgen we in plaats van een gevarieerd timbre een saaie uniformiteit.” De brief eindigt met de woorden: “Denkt u eens aan alle ateliers, alle patrons, alle kinderen die dan tot de misère gedoemd zijn!”

Dat de commissie partijdig zou zijn, lijkt niet onwaarschijnlijk. Voorzitter De Rumigny had Sax bij een ontmoeting in België gezegd dat Parijs 'de enige stad was die zijn talent waard is'. Sax' hervormingsplannen waren een 'ware vooruitgang en dat belang gaat voor ieders persoonlijk belang!' oordeelde de commissie.

De koning nam haar advies over en Sax kon aan de slag. In de koninklijke militaire kapellen had hij nu een vaste afzetmarkt voor zijn instrumentenfamilies.

Zakenman

Door zich aan de macht te binden, kwam Sax' bedrijf tot grote bloei. Trompetten, hoorns en tuba's werden in zijn handen zuiverder van toon en makkelijker bespeelbaar. Iedere wijziging aan een instrument werd gepatenteerd. Sax nam steeds meer werknemers in zijn ateliers aan de rue Saint George aan. Daar werden al zijn instrumenten, van het eerste schroefje tot aan de laatste vernislaag, vervaardigd. Daarnaast gaf Sax muziek uit die componisten voor zijn instrumenten schreven, had hij een concertzaal bij zijn atelier waar muziek ten gehore werd gebracht op zijn instrumenten; maakte hij een ontwerp voor een concertzaal en bedacht hij beademingsapparatuur voor in teerfabrieken werkende arbeiders die longproblemen hadden.

De manier waarop Sax de markt veroverde, was brutaal en ongekend. Los van welke traditie of code die er toen heerste in de wereld van instrumentenmakers, baande hij zich met moderne marketingtechnieken een weg in de muziekproduktie. De enige manier om Sax' succes een halt toe te roepen vonden zijn tegenstanders in het aanvechten van de authenticiteit van zijn patenten op nieuwe ontdekkingen; de verbeteringen op bestaande instrumenten en op nieuwe instrumentenfamilies.

Zelfs de authenticiteit van de saxofoon, waar Sax in 1846 pas patent op nam, werd aangevallen. Sax daagde zijn tegenstanders weer uit voor een duel. Hij gaf hen een jaar de tijd om zelf een saxofoon te maken. Was het voor die tijd niet gelukt, dan patenteerde hij de sax alsnog. Na een jaar bleek dat niemand een 'sax-o-phone' had kunnen maken. Sax vroeg er octrooi op aan en zijn tegenstanders moesten op zoek naar nieuwe argumenten. Ze waren met veel, zijn vijanden, en steeds vonden ze weer een nieuwe aanleiding om Sax aan te vallen. Zelfs een Italiaanse instrumentenmaker werd per brief verzocht bewijsmateriaal aan te dragen die Sax' patenten ongeldig zouden kunnen verklaren.

Faillisement

In het revolutiejaar 1848 waren Sax en zijn tegenstanders in een slepende wirwar van gerechtelijke procedures verwikkeld. Ook al probeerde Sax andere manieren te vinden om het succes van zijn instrumenten veilig te stellen, de instrumenten die hij aan de legerkapellen leverde, bleven zijn belangrijkste bron van inkomsten. Dit maakte hem uiterst kwetsbaar. Toen de macht van de koning wankelde, deed zich voor zijn tegenstanders, onder leiding van Carafa, de ultieme gelegenheid voor om aan zijn monopoliepositie een einde te maken. Veel van zijn tegenstanders waren republikeinen. Op 24 februari 1848 deed de koning afstand van de troon. De Tweede Republiek werd opgericht. De republikeinen, wars van militair machtsvertoon, schaften met onmiddellijke ingang Sax' indeling van de militaire muziek af.

De aandeelhouders van de firma Sax durfden, toen de omzet drastisch daalde, de overtollige arbeiders niet te ontslaan. Ze vreesden de opstand van de arbeiders meer dan de financiële problemen. Om het bedrijf te redden investeerden ze extra geld in de firma. Maar toen een van de geldschieters overleed en de nabestaanden hun geld vorderden, was een failliet voor Sax onafwendbaar. Niet alleen de overproduktie maar ook de aanhoudende processen tegen zijn vakbroeders verslonden bergen geld.

Hoewel Sax' inventiviteit aanhield en hij op wereldtentoonstellingen nu wel eerste prijzen won, fluctueerde het succes van zijn bedrijf naar gelang de leiders van Frankrijk behoefte hadden aan machtsvertoon. Toen na de Tweede Republiek de achterneef van Napoleon, Lodewijk Napoleon, in 1852 tot keizer werd gekroond, zag Sax kans zijn eerste failissement te boven te komen. In 1854 werd hij door het hooggerechtshof in het gelijk gesteld in zijn conflict met de Parijse instrumentenmakers. Het hielp alleen niets. Alsof er geen uitspraak geweest was, gingen zijn tegenstanders door met het produceren van instrumenten waar Sax patent op had. Sax organiseerde een inval in de ateliers van zijn vakgenoten en liet er alle gekopieerde instrumenten weghalen. Enkele jaren later stelde het gerechtshof de bedragen vast van de schadevergoeding die zij aan Sax moesten betalen. Met als resultaat dat hij in 1860 gerehabiliteerd werd van zijn eerste faillissement.

Toen in 1870 de Commune aan de macht kwam, leed Sax een verlies dat hij niet meer te boven kwam. De communards namen zonder te betalen alle instrumenten uit zijn ateliers mee om het volk aan te moedigen in hun strijd. Om aan geld te komen, veilde Sax zijn verzameling uitheemse instrumenten.

Het mocht niet baten. In 1873 ging hij definitief failliet. Het recht op Sax' patenten werd overgenomen door de Selmer-fabrieken, die nu nog steeds saxofoons produceren. Terwijl hij leefde van een pensioentje van de Association des Artistes Musiciens probeerde zijn zoon de firma Sax op kleine schaal voort te zetten. Pas nadat Sax in februari 1894, arm en vergeten, begraven werd in een anoniem graf op het Cimetière de Montparnasse, kreeg zijn uitvindersschap de roem waar hij altijd naar had gestreeft. Niet in Frankrijk, maar in Amerika. Via de negro-marching bands en de dance-bands in New-Orleans vonden de Sax-instrumenten en vooral de saxofoon hun weg naar de jazz-muziek. Na de saxofoon is er nooit meer zo'n belangrijk akoestisch instrument uitgevonden.