Terug naar Bretton Woods

VIJFTIG JAAR GELEDEN, toen de ineenstorting van nazi-Duitsland zich begon af te tekenen, werd in het Amerikaanse buurtschap Bretton Woods de grondslag gelegd voor de naoorlogse internationale economische orde. In het stelsel van Bretton Woods, met de dollar als anker en gekoppeld aan het goud, waren de wisselkoersen stabiel en zorgden de Amerikanen voor de dollars waarmee de wereldeconomie werd gesmeerd. Maar het dollartekort van direct na de oorlog sloeg om in een overschot. Het stelsel legde geen discipline op aan de Amerikanen. Die hadden, in de beroemde woorden van president De Gaulle in 1965, een “privilège monumental abusif” omdat ze net zoveel dollars in omloop konden brengen als ze maar wilden. De rest van de wereld was verplicht om deze dollars, in feite Amerikaanse schuldbekentenissen, tegen een vaste koers aan te nemen.

In 1971 klapte het stelsel van Bretton Woods in elkaar. De Amerikanen schortten de vaste inwisselbaarheid van dollars in goud op. In 1973 ging de wereld over op zwevende wisselkoersen. De dollar is sindsdien ten opzichte van de gulden in waarde gehalveerd.

De Europese Gemeenschap heeft met het EMS gemerkt hoe moeilijk het is om een stelsel van stabiele, maar aanpasbare koersen in stand te houden in geliberaliseerde kapitaalmarkten. Toch verzuchten monetaire deskundigen van tijd tot tijd dat een internationaal stelsel van vaste wisselkoersen enorme voordelen heeft. Volgens Paul Volcker, de Amerikaanse onderminister van financiën die in 1971 en '73 verantwoordelijk was voor het dollarbeleid, hebben de industrielanden tijdens het stelsel van Bretton Woods de grootste welvaartsstijging in hun geschiedenis doorgemaakt. Ook de VS moeten volgens hem de discipline van een wisselkoersstelsel aanvaarden.

MICHEL CAMDESSUS, de huidige directeur van het Internationale Monetaire Fonds, heeft in de aanloop naar de vijftigste verjaardag van Bretton Woods (waar het IMF werd opgericht als een institutionele hoeder van het stelsel) eveneens voor bezinning op de voordelen van vaste koersen gepleit. Hij combineert traditionele Franse gedachtes over een stelsel, waarin de macht van de dollar (en de D-mark) beteugeld wordt, met zijn eigen wens om het IMF nieuw geld te laten scheppen (de 'speciale trekkingsrechten' van het IMF) dat aan de reserves van de lidstaten kan worden toegevoegd. Ook Camdessus realiseert zich dat op de elektronische markten van tegenwoordig, waar handelaren miljarden kunnen bewegen om munten onderuit te halen, een nieuw stelsel van vaste koersen vooralsnog onhaalbaar is. Maar het idee van ruime zones, waarbinnen munten zich kunnen bewegen, zoals in het EMS bestaat, verdient volgens hem nader onderzoek.

DE VOORDELEN van stabiele koersen zijn groot, zie ook de turbulenties op de financiële markten van de afgelopen dagen door de val van de dollar. Maar het vereist de bereidheid de gevolgen van stabiele koersen te vertalen in binnenlands beleid èn internationaal leiderschap. Dat was indertijd in Bretton Woods aanwezig. Het is de vraag welk land daartoe vijftig jaar later bereid is.