'Samper vroeg bijdrage van cocaïnekartel'; Drugs bekoelen relatie VS-Colombia weer

MEXICO-STAD, 24 JUNI. De internationale drugshandel zaait opnieuw tweespalt tussen de Verenigde Staten en Colombia. De zondag tot president gekozen Ernesto Samper deed gisteren een poging de Amerikaanse ambassadeur in Colombia, Morris Busby, uit te leggen dat hij zijn campagne niet door de drugssyndicaten had laten financieren.

Die suggestie was gewekt na het openbaar worden van een opgenomen telefoongesprek waarin de leiding van het Cali-kartel instemt met een betaling van 3,5 miljoen dollar aan Sampers campagne. De Verenigde Staten hebben sinds de verkiezingen herhaaldelijk gezegd bezorgd te zijn over vermeende betalingen van de drugsmafia aan Colombiaanse politici.

Samper zelf heeft na zijn verkiezing kwaad bloed gezet bij de VS door te zeggen dat de 'afnemers' van de Colombiaanse cocaïne - de VS, Europa en Japan - zelf te weinig doen om de vraag te verminderen. Samper is tevens een verklaard voorstander van de huidige Colombiaanse politiek die drugsmisdadigers een soepele behandeling in het vooruitzicht stelt.

Hoewel de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA het ontkent, is de controversiële bandopname mogelijk zelfs van Amerikaanse makelij. De DEA steunt de Colombiaanse geheime dienst actief bij het afluisteren en opsporen van de drugsmisdadigers. Gespeculeerd wordt dat de VS de Colombiaanse autoriteiten door een publiek schandaal willen dwingen korte metten te maken met politici die banden onderhouden met de kartels. De pogingen om de cocaïnehandel te bestrijden, worden immers gefrustreerd door de talloze allianties tussen legitieme delen in de Colombiaanse samenleving en de op drugsgeld draaiende schaduwzijde van deze maatschappij.

Gisteren kwam naar buiten dat de bandopname al vorige week donderdag in het bezit was van de Colombiaanse regering. Deze heeft echter gewacht tot na de verkiezingen met het openbaar maken van de informatie. Bovendien was het de met een neuslengte verslagen conservatieve kandidaat Andrés Pastrana die de zaak wereldkundig maakte. Desgevraagd zei Pastrana de band al eerder in zijn bezit te hebben gehad, maar te hebben gewacht tot na de verkiezingen met de openbaarmaking ervan, omdat men hem anders verdacht zou hebben van een smerige campagne. Samper, kandidaat namens de Liberale Partij, versloeg Pastrana zondag met een verschil van 1,7 procentpunt. Aangenomen mag worden, dat de uitslag anders was geweest als het nu ontluikende schandaal eerder bekend was geworden.

De bandopname laat overigens veel aan duidelijkheid te wensen over. Onduidelijk is wie van de broers Rodríguez Orejuela (de voortvluchtige leiders van het Cali-kartel) aan het woord is, en wat precies de rol was van Alberto Giraldo, een als louche bekend staande ex-journalist, die zich in het gesprek opwerpt als 'bemiddelaar' tussen het kartel en Sampers campagneteam. Volgens Giraldo zou het kartel via hem beide campagneteams geld hebben aangeboden, maar zou dit ook door beide zijn geweigerd.

Amerikaanse bronnen beweren echter dat Ernesto Samper herhaaldelijk geld heeft gevraagd aan het drugskartel. De Mexicaanse krant Reforma en het Spaanse dagblad ABC meldden gisteren dat de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken die is belast met het anti-drugsbeleid, Robert Gelbard, zou hebben gezegd dat Ernesto Samper zes miljoen dollar heeft gevraagd aan het Cali-kartel. Gelbard zou dat gezegd hebben tijdens een (besloten) zitting van de commissie voor buitenlandse zaken van het Huis van Afgevaardigden. Een woordvoerster van het State Department zei tegen Reforma: “We kennen de berichten en we zijn zeer verontrust.”

Volgens de Colombiaanse media zou ook oud-drugsbestrijder generaal Miguel Maza Márques bij het schandaal zijn betrokken. Dit voormalige hoofd van de Colombiaanse geheime dienst DAS was onafhankelijk presidentskandidaat in de eerste ronde van de verkiezingen eind mei. In de tweede ronde steunde hij Samper.

Maza Márques is vooral bekend wegens zijn verbitterde strijd tegen het Medellín-kartel van de eind vorig jaar omgekomen drugsbaron Pablo Escobar. Het hoofdkwartier van de DAS was in 1989 het doelwit van een zeer zware bomaanslag. Ten tijde van de 'oorlog' van de Colombiaanse staat tegen het Medellín-kartel vroeg menigeen zich af waarom Escobar en de zijnen zo hard werden vervolgd door de DAS, terwijl de gebroeders Rodríguez Orejuela en hun Cali-kartel met rust leken te worden gelaten.

De inmiddels gepensioneerde generaal Maza heeft altijd ontkend banden te onderhouden met het Cali-kartel. Maar uit de bandopname zou blijken dat ook zijn campagne met geld van het Cali is bedacht.

Voor de Amerikaanse regering is het schandaal rond de narcodólares in de Colombiaanse politiek een slecht begin van de relatie met het nieuw-gekozen staatshoofd. Ten tijde van de machtswisseling tussen de vorige Colombiaanse president, Virgilio Barco, en diens opvolger César Gaviria, had Washington ook zware bedenkingen tegen de nieuwe president, die te slap zou staan tegenover de drugshandel.

Deze zou bereid zijn geweest om het met Pablo Escobar op een akkoordje te gooien in ruil voor een einde aan de meedogenloze terreur. De VS beschouwden het als beschamend dat Escobar strafvermindering in het vooruitzicht werd gesteld in ruil voor zijn overgave. Onder Gaviria nam het Colombiaanse parlement een wet aan die uitlevering van in de VS gezochte drugsmidadigers verbood. Escobar zou later, na een kort verblijf in een speciaal voor hem geconstrueerde, luxueuze gevangenis ontsnappen.

Maar tegen het einde van zijn ambtstermijn bleek Gaviria de beste bondgenoot van de Amerikaanse drugsbestrijders in Colombia. Niet alleen werd Escobar begin '93 definitief uitgeschakeld, Gaviria maakte ook in het openbaar ruzie met zijn procureur-generaal die legalisering van drugs de beste oplossing vond voor de steeds machtiger wordende cocaïne-kartels.

De zaak rond Samper en het Cali-kartel maakt volgens veel waarnemers in elk geval duidelijk dat de kartels hun greep verstevigen en dat Colombia een narcocratie aan het worden is.