POETRY INTERNATIONAL; Dichteres in het Vagevuur

Wordt men van Poetry een beter mens? In de trein op Rotterdam-Centraal die volloopt met forenzen vraagt een man aan de vreemde naast hem of die even zijn oranje waterijsje wil vasthouden. “Geef maar aan je maat,” mompelt de vreemde. En tot mijn verbazing zeg ik: “geef maar hier”.

Het debat op donderdag, “Evaluatie”, heb ik tot het eind toe uitgezeten - ik was in slaap gesukkeld. Alleen Cees Nooteboom zei, tot mijn verbazing, iets verstandigs. Hij wierp een krent in het griesmeeldebat met zijn aanval op de zoetgevooisde Chinese dichteres Zheng Min, die de Chinese post-moderne dichters “gewelddadigheid” verweet, omdat zij “onverantwoordelijke”, “tegennatuurlijke” en zelfs voor henzelf onbegrijpelijke gedichten schrijven; bij haar voordracht 's ochtends dacht ik al aan de kreet van Schotse korhoenders “go back! go back! go back!”. Even waren we weer in de Middeleeuwen, vooral toen zij uitriep dat zij in het Vagevuur verkeerde en het hele mensdom met haar. Nooteboom heeft, zei hij, gedichten vertaald waar hij niets van begreep - net als ik. Dat doet me deugd.

De griesmeelpap werd steeds lauwer en stijver: na een uur had de zwijgzame spreker Gerrit Komrij zich uit de voeten gemaakt, net als de helft van het publiek. Kofi Awonoor, die zich tijdens de ochtendzitting had uitgeroepen tot profeet en ziener, was door de voorzienigheid met hoofdpijn bestraft en liet zich niet meer zien. Van Komrij meende ik 's ochtends de woorden “interest in spiders” op te vangen - “interest inspires” was het helaas. Komrij's Engels werd in schoonheid slechts overtroffen door dat van Lars Gustafsson, die spreekt met een puntgave Zweedse zingzang. De andere sprekers? Hans Magnus Enzensberger en Bei Dao. Als beroemde afwezigen waren er Joseph Brodsky en Seamus Heany. Ik miste George Steiner, die misschien een slecht mens is omdat hij zijn zieke buren nooit een pannetje soep brengt maar die kernachtig en verzengend kan spreken. Dat heeft zijn gevaren: het WNT geeft als voorbeeld bij “verzengen”: “Van deeze komen voort verschrikkelyke smaaken, ontstekingen, uytknagingen, heetvuurigen verzengingen, walgingen, brakingen, enz.” Aldus Boerhaave in 1745. Toch lekkerder dan koude pap.

Het kan veel erger met de hoogdraverij. De Biennale Internationale de Poésie te Luik, komende september, belooft in de folder: “Ditmaal hopen wij bij de oorsprong en de eindigheid van het leven te rade te gaan om te ontdekken wat deze voor rijkdommen bieden aan de tovenaars van het Woord”. De copywriter besluit tevreden: “Really what a magnificent subject!”

Motto van Poetry is 'The Future of the Past', de toekomst van het verleden. Het ridderschap dat dompteur Martin Mooij kreeg dateert uit de Middeleeuwen - heeft dat toekomst? Maurits Uyldert, tussen haakjes, werkte 70 jaar geleden bij het Algemeen Handelsblad en zijn poëzie werd door niemand gelezen - een soort Poll avant la lettre: verleden in het kwadraat.

Nog iets over Armando. Hij was gekleed voor de vossenjacht, in rood colbert. Volgens dichter Michael Hofmann had hij evengoed een halfuur lang dezelfde regel kunnen voorlezen. Nog iets over de toekomst van het verleden: de oude Emerson sloeg de spijker op de kop in het essay Wetten des Geestes. “Wie voor zichzelf schrijft, schrijft voor de eeuwigheid. Alleen die gevolgtrekking is geschikt om openbaar te worden gemaakt, welke gij gevonden hebt terwijl ge zocht uw eigen weetgierigheid te bevredigen. De schrijver die zijn onderwerp niet binnen in zich, maar buiten zich om vond, moet begrijpen, dat hij evenveel verloren heeft als hij schijnt gewonnen te hebben.” En wat vind ik er zelf van? Al wat vergaat heeft toekomst. Zoals de kapotte ijskast op mijn hotelkamer: “Verheug je/ op de vaalt, ijsheilige der laatste dagen/ die smelt in pegels zoet: eindelijk moeder,/ warme buik zul je zijn voor muizen en egels.”

Poetry heeft een missie: zaterdagnacht zal men de tribune bij het beeldscherm op het Schouwburgplein bestormen met poëzie. Er zal veel oranje bloed vloeien. Men is gewaarschuwd. Waterijsjes hebben geen enkele kans tegen dichterlijk gepeupel.