Oude en nieuwe bloeddorst

Kort na de Koude Oorlog, in de drang tot vermenselijking van het mondiale openbare leven is er nog sprake van geweest de tekst van de Marseillaise aan te passen. Eén passage in het bijzonder leek toen in strijd met de nieuwe tijdgeest die het einde van de geschiedenis ademde: “Marchons, marchons, qu'un sang impur abreuve nos sillons”

Over de vertaling bestaat verschil van mening - er is een patriottische en een marxistische - maar omdat het lied door de componist, C.J.Rouget de Lisle, was bedoeld als 'Oorlogslied van het Rijnleger' (Chant de guerre pour l'armée du Rhin had hij het in 1792 genoemd), lijkt me de patriottische versie de beste. Marchons, marchons spreekt voor zichzelf, en dan: Mogen de voren onzer akkers doordrenkt worden van onrein bloed. Abbé Pierre, de priester-arbeider, vond al in 1989 dat die tekst niet meer door de beugel kon. Drie jaar later kreeg hij de steun van mevrouw Danielle Mitterrand en de voetbalheld Michel Platini en daarop is er een tegencomité opgericht dat aan de vertrouwde bloeddorst wil vasthouden. De strijd duurt voort.

In het repertoire van onze nationale liederen komt niet veel bloeddorst voor. Als er in onze geschiedenis een muzikale inleiding tot een schietpartij moest worden geschreven, draaide het uit op een afleidingsmanoeuvre: De koning van Hispanje heb ik altijd geëerd, Bergen op Zoom houdt u vroom, Turf in je ransel, stro dat is geen mode meer. En Klokke Roeland luidt de storm niet over ons maar over het Vlaanderenland. Het enige dat ik me nu als onverbloemd bloeddorstig kan herinneren is het Roverslied van Woutertje Pieterse.

Twee weken geleden heeft de Bosnisch-Servische filosoof, psychiater en dichter Radovan Karadzic in Moskou een prijs voor zijn poëzie gekregen. Bij de uitreiking van deze prijs, genoemd naar Nobelprijswinnaar Socholov, zag men de communistenleider Zjoeganov, de vooraanstaande nationalist Baboerin en kopstukken van kerk en leger. De Montenegrijnse schijversbond heeft bij de Moskouse zusterorganisatie geprotesteerd want men ontdekte in deze bekroning 'een aanmoediging van de agressieve en criminele krachten in ex-Joegoslavië'. Als er nog andere protesten zijn geweest zijn me die ontgaan. Ik sluit me aan bij de Montenegrijnse collega's.

Afgezien daarvan was ik ook nieuwsgierig naar de poëzie. Hoe dan ook, waar dan ook, voor wie dan ook: een prijs bevordert de verkoop. Daarom veronderstelde ik dat de internationale pers in ieder geval wel een paar proeven van Karadzic's dichterschap zou publiceren. Ik had me al voorbereid op een staaltje archaïsch nationalisme, een berijmd verslag van een ethnische schoonmaak, een lofzang op de sluipschutter, nog meer dat gegarandeerd de internationale verontwaardiging zou wekken; maar niets heb ik in de internationale pers gevonden. Eindelijk dankzij een deskundige één gedicht uit het boek SlovenskiGost (Slavische gast), in de Nederlandse vertaling van Vera Srbinovic, ongepubliceerd. Fragmenten uit het werk van de dichter Karadzic:

Ik hoor hoe het ongeluk in werkelijkheid loopt

Het heeft de gedaante gekregen van een insekt

Wanneer het uur komt wordt het insekt vertrapt

Net als een arme zanger die vermorzeld wordt door de dodelijke stilte

En dan een stem is geworden

Nog een paar regels:

Rust

Een peloton van gepantserde populieren

Marcheert als het ware naar boven

De agressor beweegt de lucht in onze zielen

Plotseling ben je mens, even plotseling ben je spook

Tenslotte: De stad is opgebrand als een brok wierook

En in de rook kringelt ons geweten

Door de stad glijden lege kleren

De rode steen waarvan de huizen zijn gemetseld sterft

Pest

Ik zeg er drie dingen van: het is niet wat ik had verwacht, het is poëzie en het voorspelt niet veel goeds.