Oorlog tussen lood en tin

Paul Biegel: De soldatenmaker. Ill. Fiel van der Veen. Uitg. Holland, 143 blz. Prijs ƒ27,90.

Het kinderboek is de plaats bij uitstek waar iets verzonnen mag worden, en niet alleen maar iets dat echt gebeurd had kunnen zijn, maar ook dingen die nooit hadden gekund. Toch lijken de elfen en feeën en sprekende poppen minder populair dan vroeger, zij hebben ingeleverd ten gunste van belevenissen van gewone kinderen in ongewone omstandigheden - of zelfs van gewone kinderen in gewone omstandigheden, wat een tijdlang heel verfrissend was. Toch moet dat 'ouderwetse' kinderboek, waarin spannende verhalen beleefd worden met verdwaalde prinsessen en waarin 's nachts dingen gebeuren die overdag ondenkbaar zijn, niet verdwijnen. Daarom, en om nog veel andere redenen, is het heel goed dat er geregeld een boek van Paul Biegel verschijnt.

Afgelopen vrijdag beweerde Reinjan Mulder in het Cultureel Supplement dat er onder de kinderboekenschrijvers geen Margriet de Moor of A.F.Th. van der Heijden voor zou komen, schrijvers die zowel door het grote (kinder)publiek als door de literaire jury's en critici gewaardeerd worden. Dat is nogal overdreven, nog afgezien van het feit dat de manier waarop kinderboekenoordelen en -aanschaffen tot stand komen, niet regelrecht te vergelijken is met de manier waarop dat bij volwassenenliteratuur gaat. In ieder geval is er bij die bewering niet gedacht aan Paul Biegel. Hij is zowel de Margriet de Moor als de Harry Mulisch van het kinderboek. Stijl, fantasie, durf, roem - en een groot en goed verkopend oeuvre dat door volwassenen bekroond en door kinderen gelezen wordt.

In zijn laatste boek De soldatenmaker gebeuren veel dingen die niet kunnen en net als in zijn vorige boek Nachtverhaal spelen de vreemde en beklemmende gebeurtenissen zich 's nachts af. Dan komen de loden soldaatjes van de jongen die door iedereen met 'jongen' of 'jochie' wordt aangesproken tot leven en trekken ten strijde. De jongen wordt wakker van een loden hand op zijn schouder, hij krimpt tot soldaatjesformaat en moet met het leger mee om zijn rol in het oorlogsbedrijf te spelen. Hij kan namelijk soldaten en paarden maken, hij heeft een gietvorm waarin hij soldaatjes te paard kan gieten. De tegenpartij, bestaande uit tinnen soldaatjes, komt er ook achter dat hij dit vermogen bezit en vraagt eveneens om extra soldaten. Bovendien gaat de oorlog om twee vrouwen: de Loden hebben een lappen mevrouwtje dat vreselijk huilt en heel lief is en zegt dat zij uit het Glazen Paleis verdreven is; de Tinnen strijden voor de Bronzen Dame, een verrukkelijk naakt brons dat met warme stem zegt dat dat lappen vod in de vuilnisbak thuishoort en dat het Glazen Paleis natuurlijk van haar is. Beide vrouwen hebben een bedwelmende uitwerking op de jongen, hij verdrinkt in zaligheid tegen de bronzen naaktheid en smelt van medelijden bij het snikkende lapjesdametje. De oorlog is intussen flink gruwelijk, met losvliegende benen en armen, met zwaargeblutste paarden, afgrijselijke kreten en explosies van kannonnen en geweren. Aan beide kanten zijn fanatieke generaals vastbesloten om alles en iedereen van de tegenpartij in de pan te hakken en beide partijen willen meer soldaten te paard.

Overdag staat het loden leger stijf en levenloos onder het bed van de jongen, maar wel zijn de sporen van de nachtelijke strijd te zien. Gedeukte helmen, ontbrekende armen, soms zelfs ineens twee soldaten op één paard. Overdag is er ook de broer van de jongen die hem beschuldigt van het kapotmaken van de soldaten en er zijn de herinneringen aan de nachtelijke gebeurtenissen en de vrees voor wat de komende nacht zal brengen. Alles wat hij erover zegt, en dat is niet veel, wordt afgedaan als verzinsels of enge dromen. Maar het is écht.

Het is een meesterlijke oplossing die Paul Biegel hier gekozen heeft om het in een kinderboek over oorlog te hebben. Erg, maar dankzij het lood en tin toch dragelijk, niet moraliserend en ook niet relativerend. De redenen van de ene partij zijn zo goed als die van de andere, of zo slecht, net hoe men het wil zien. De generaals zijn even oorlogszuchtig, de soldaten sneuvelen even erg en voor zowel de bronzen als de lappen dame zou een gevoelige jongen wel bijna alles willen geven. Al is de bronzen wel veel deftiger: “ 'Dámetje!' riep ze geschokt. 'Maar jongen, zij is geen dáme. Ze is een héél eenvoudig popje, van inferieure makelij.'

' Net als Nachtverhaal is dit geen opwekkend boek, het is spannend en beklemmend, griezelig zelfs. Maar omdat Biegels stijl zo geestig, helder en ongeforceerd is en hij erin slaagt om ook bij een onderwerp als dit niet belerend te zijn maar op een onnadrukkelijke manier veel kanten van een zaak te laten zien, is het wel een boek dat, ja, dat eigenlijk ieder kind gelezen zou moeten hebben. En waar alle jury's een prijs aan zouden moeten geven. Misschien gaan we dan wel verlangen naar de Paul Biegel van de volwassenliteratuur.