Oeso: bezuinig op sociale zekerheid

DEN HAAG, 24 JUNI. De Nederlandse regering moet stevig ingrijpen in de sociale zekerheid en maatregelen nemen om de arbeidsmarkt beter te laten functioneren. Deze aanbevelingen doet de Oeso, de organisatie van 25 geïndustrialiseerde landen, in haar jaarlijkse rapportage over het sociaal-economisch beleid van Nederland.

Juist nu is volgens de Oeso het klimaat rijp voor forse maatregelen. Enerzijds wordt werkloosheid alom als een groot maatschappelijk probleem gezien en anderzijds biedt het lichte herstel van de economie de financiële ruimte om de gewenste maatregelen te nemen.

Het doel moet volgens de Oeso zijn dat de arbeidskosten worden verlaagd, dat het aantal niet-werkenden, vooral de arbeidsongeschikten, wordt teruggedrongen en de scholing verbeterd. De Oeso definieert de werkloosheid breder dan in de gebruikelijke statistieken en komt dan voor Nederland uit op een percentage van 26, tegen nog geen 8 procent in 1970. De Oeso telt hierbij iedereen in de arbeidzame leeftijd mee die een uitkering ontvangt of bijvoorbeeld via een banenpool werkt.

De arbeidsmarkt en de sociale zekerheid zijn volgens de Oeso de zwakke schakels in een economie die overigens in wezen gezond is.

Om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren moet volgens de Oeso het verschil tussen lonen en uitkeringen groter worden. De band tussen het minimumloon en de sociale uitkeringen dient te verdwijnen. Verder moet het algemeen verbindend verklaren van CAO's worden afgeschaft en het ontslaan van werknemers worden vergemakkelijkt, aldus de Oeso.

In een vraaggesprek met deze krant zegt minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) vandaag dat ingrepen in de sociale zekerheid geen drastische verlaging van de uitkeringen mogen betekenen. Hij verwacht niet dat een nieuw kabinet daartoe zal besluiten. “Ik zie geen enkele coalitie met voorstellen komen om de netto-uitkeringen nog eens met 10, 15 procent te verlagen.”