Leeuwarden; Koekblik moet scheve toren redden

De scheve toren de Oldehove in Leeuwarden brokkelt af. Particulieren en gemeente zetten acties op touw om de Friese 'Toren van Pisa' te redden.

LEEUWARDEN, 23 JUNI. P. Kramer, suppoost van het Keramiekmuseum Het Princessehof, heeft zich dit jaar het lot van het belangrijkste Leeuwarder monument, de scheve toren Oldehove, aangetrokken. Afgelopen winter verslechterde de toestand van de toren, toen de vorst over de nat geworden voegen trok en veel bakstenen barstten. “Als geboren en getogen Leeuwarder gaat het me aan het hart dat onze toren aftakelt. Een historisch gebouw en een herkenningspunt voor velen.”

Kramer liet 10.000 keramieken miniatuur torentjes maken, die hij onder het motto “Red de Oldehove” verkoopt op braderieën, markten en in supermarkten. Ook in de Oldehove zelf, die jaarlijks wordt beklommen door 10.000 toeristen, zijn de beeldjes te koop. Drie avonden in de week trekt Kramer bovendien met een paar vrijwilligers langs de deuren om de torentjes te slijten. “We hebben er nu 2.300 verkocht, dus het loopt aardig”, zegt hij. Het replicaatje blijkt vooral gewild om er Leeuwarders in het buitenland mee te verrassen. “Zo heb ik gehoord dat er al torentjes naar oud-Leeuwarders in China, Australië, Canada, Spanje, Italië en Zuid-Afrika zijn gegaan.”

De Friese 'Toren van Pisa' is altijd een zorgenkindje geweest. In heel Friesland werd rond het jaar 1500 geld ingezameld voor de bouw van een 80 meter hoge kerktoren. Want de Friezen wilden net zo'n hoge als de Groningers, die in 1482 hun Martinitoren hadden voltooid. In 1529 werden de funderingen gelegd voor een brede spitse kerktoren. Het plan was om er aan de oostzijde een grote basiliek aan vast te bouwen. Maar al snel ging het mis. Als de toren tien meter hoog is, blijkt hij al in noordwestelijke richting te verzakken.

Komt het door de zware zandstenen trap of doordat hij aan de rand van een terp staat? De meningen lopen uiteen. Volgens een legende wordt de verzakking veroorzaakt door het fundament van ossenhuiden. De bouw gaat toch door. De bakstenen worden loodrecht gemetseld op het scheve deel, om de verzakking te corrigeren. Maar hij zal nooit meer recht komen te staan. Vier jaar na het begin wordt de bouw stopgezet. De nieuwe kerk zal er nooit komen. Bouwmeester Jacob van Aaken durft het niet aan en sterft, naar men zegt, uit verdriet over de tegenslagen.

Leeuwarden kreeg geen kathedraal en zat opgescheept met een scheve, onafgebouwde 40 meter hoge toren, die 1,68 meter uit het lood staat. Elk jaar verzakt hij nog enkele millimeters. Het Geïllustreerd Weekblad van 1881 noemde de toren “een der meest grootsche ruïnes in ons land”. Tussen 1600 en 1877 vonden er elf verbouwingen plaats om de toren stabieler te maken. In 1911 werd de eerste restauratie uitgevoerd, waarbij muurankers werden geplaatst en scheuren werden gedicht. De laatste grondige opknapbeurt dateert van twintig jaar geleden.

Nadat afgelopen winter veel bakstenen uitzetten door de vorst en barstten, werd het bovenste deel van de toren uit voorzorg ingepakt met zwarte netten die de brokstukken moesten opvangen. De gemeente Leeuwarden heeft niet de zeven ton die nodig zijn voor verbouwing. De toren is dit voorjaar op de begroting voor subsidiering van rijksmonumenten voor het jaar 2000 gezet. “We proberen uit publieksacties zoveel mogelijk geld bijeen te krijgen, want we hebben nog veel kerken, molens en orgels die op restauratie wachten”, aldus gemeenteambtenaar L. van der Laan.

Negentig Friese kunstenaars hebben speciaal een kunstwerk gemaakt waarin het bouwsel centraal staat. De werken worden vanaf 15 juli geëxposeerd in de hal van het stadskantoor, dat aan de voet van de Oldehove staat, en in de hal van een andere toren, de Avero-toren. “Bij de meeste kunstenaars kwam een 'Oldehovegevoel' naar boven, vergelijkbaar met het Oranjegevoel”, vertelt initiatiefnemer J. van den Berg. “Ze vonden het leuk samen iets te doen voor het behoud van de toren. De respons is enorm.” Van de verkoop wordt 30 tot 60 procent door de kunstenaars afgestaan aan het restauratiefonds. Van de kunstwerken worden ansichtkaarten gemaakt die in twee boekjes op de markt worden gebracht. Een gemeentelijke werkgroep broedt op meer acties. “Vroeger had je koekblikken met een afbeelding van de Oldehove. We willen de fabrikant benaderen om ze weer te maken”, aldus Van der Laan. Er wordt ook gedacht aan de verhuur van reclameborden aan de steigers als de restauratie plaatsvindt. “Misschien wil Cambuur een benefietwedstrijd spelen. Er is genoeg te bedenken. We vragen ook een aantal bedrijven om als sponsor op te treden.” Als de Leeuwarders even goed hun best doen als in 1530 moet de Oldehove te redden zijn.