Lagere eis in drugs-zaak na fraude door douane

AMSTERDAM, 24 JUNI. Tegen een 41-jarige man is gisteren door de procureur-generaal voor het Amsterdamse gerechtshof een lagere straf geëist omdat de douane-surveillancedienst valselijk een proces-verbaal in zijn zaak had opgemaakt.

Procureur-generaal R. Manschot eiste tegen de man uit Koedijk twee jaar cel wegens overtreding van de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie. Eerder had de Amsterdamse rechtbank hem veroordeeld tot 2,5 jaar. De man werd begin 1991 gearresteerd, mede op grond van een naar nu blijkt valselijk opgemaakt proces verbaal.

De man maakte deel uit van de bemanning van het vrachtschip Coral Sea 2, dat begin 1991 in Amsterdam afmeerde. Om de verdenking hard te maken dat het schip hasj vervoerde, verzon de douane een 'informant' uit het criminele milieu. Diens zogenaamde inlichtingen werden doorgespeeld aan de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (Fiod), waarna deze besloot tot actie over te gaan. Op het schip werd geen hasj aangetroffen, wel bekenden enkele verdachten - onder wie de man uit Koedijk - betrokken te zijn geweest bij drugshandel vanaf het schip.

Manschot noemde het optreden van de douaniers gisteren 'onvergeeflijk'. Desondanks meende hij dat de verdediging van de man uit Koedijk er niet door was geschaad en dat overtreding van de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie “omwille der gewinne” hoe dan ook was bewezen.

De advocaat van de veroordeelde man, de Amsterdamse advocaat mr. M. van Gessel, vroeg niet ontvankelijkheid van het OM, dan wel vrijspraak. Hij verzette zich ook tegen de “ontoelaatbare wijze” waarop de douane een van de verdachten ertoe had weten te bewegen zijn tas af te geven aan het baliepersoneel van een hotel. Zodoende kon de douane zich vergewissen van de inhoud van de tas, die een grote hoeveelheid geld bleek te bevatten. Manschot vroeg het hof begrip om “als vervolgende instantie wel eens tegen de touwen te mogen leunen.” Manschot vergeleek de strijd tegen de georganiseerde misdaad met een bokswedstrijd. Hij waarschuwde dat “de rechtsorde niet ten gronde mag gaan aan haar eigen fatsoen”. Volgens hem mag het OM wel grensverkennend of grensverleggend tewerkgaan, als het maar niet “uit de ring valt”. Uitspraak 4 juli.