Lage Landen

De derby is dood. Weggelekt in de wilde stroom van massatoerisme. Uitgewist door de scharnierbeweging van de televisie, die alle grenzen heeft geplunderd. De derby, met zijn nostalgie, melodrama en nationalisme, was exclusief gekoppeld aan het ethermonopolie van de radio, die de wereld toen nog, waardig en beknopt, voor ons samenvatte en die alleen bij sportgebeurtenissen alle registers van de verbeelding opentrok. De derby als residu van de angst van de pelgrims uit de rijen van het voetvolk, die zich alleen processie-gewijs durfden voort te bewegen, dat ook. Kortom, de massale betrokkenheid van de supporterslegioenen bij een regionale interland, lijkt vandaag een echo van de Middeleeuwen. Een politieke daad van de machtelozen en onwetenden.

Ach, België-Nederland. Carrièrejagers als Lubbers en Dehaene en een zuurstok als Maij-Weggen of Tobback willen het nog wel eens tot een hoffelijk oorlogje laten komen. Zij kennen en zien de bestofte bomen niet die overal hetzelfde droevige lied fluisteren. Voor hen is leven maar een tweede beroep. Voetballers zijn in de kwetsbare eenzaamheid waartoe ze door hun talent worden veroordeeld, gevoeliger en beschaafder. Het leven raakt hen wel vol in het gezicht. Zij ervaren veel vroeger en veel fataler dat alles in zichzelf terugkeert. Wat Marco van Basten dezer dagen moet doorstaan is een pijn die politici alleen van hun kinderen kennen. In het beste geval dan nog.

De derbysfeer is voor landen waar de democratie allang niet meer met nachtploegen functioneert een maskerade van koningen, commerciële jongens en ouwe wijven. Die de sensatie van kippevel alleen uit de boeken hebben. Zij het dan niet uit de geschriften over de mooie broederschap van Saint-Exupéry. Voor Frank de Boer en Michel de Wolf, voor Jan Wouters en Lorenzo Staelens is België-Nederland een wedstrijd als een ander. Zij spelen tegen benen, de mens in het shirt maakt niet uit. De natie nog veel minder. Brian Roy en Gaston Taument lopen in het gloeiend hete ballingsoord Orlando niet met moordlust in de blikken. Bij Philip Albert, die nochtans met Ardense woede uit de moederschoot is gekomen, heb ik tijdens de laatste trainingen geen schuim in de neusgaten zien klotsen. Zo er in beide elftallen al sprake is van enige nervositeit, is dat een andere naam voor subliem afval van professioneel bewustzijn. Meer niet.

Dat de Rode Duivels en de jongens van Oranje zich zo gemakkelijk onttrekken aan de opgeklopte hitsigheid rond de nakende derby, komt ook doordat contemporaine voetballers geen achterland meer hebben. De geur van mosselen en frites, van absint en jenever is door vorige generaties opgebruikt. De winden van nu hebben Wim Jonk en Luc Nilis allang verenigd in hun pommade. Voetballers dragen tegenwoordig dezelfde horloges, kettinkjes, broekriemen, jacks en nu ook dezelfde oorbellen. Ze lopen min of meer aan de hand van dezelfde vrouwen. En als ze alleen zijn, heffen ze in de disco het glas op de gemeenschappelijke cadans van agressieve bravoure, waarmee Franse wijnboeren hun gehoor weten te overbluffen. Van Romario tot Baggio, van Stoitsjkov tot Signori, van Koeman tot Degryse, in de dagelijkse habitus van de wereldvoetballer is de osmose definitief. De scheiding der werelden duurt welgeteld 90 minuten. Je zou kunnen zeggen dat de voetbalwereld in extrasportieve gedragspatronen een vrijmetselarij is geworden.

Er blijven nuanceverschillen tussen België en Nederland, dat zeker. In België wenen de standbeelden, in Nederland lopen ze rond. Belgen leggen hun taal even gemakkelijk af als de nationale vlag. Nederlanders koketteren graag met hun veeltaligheid, al blijkt in Orlando andermaal dat deze gave de klanken van de kermisworstelaar nauwelijks overstijgt en zeker niet tot de hoogte van de tribuun komt. De Belgische wankelmoedigheid versus Nederlandse bluf is dan weer geen cliché. En iets hogerop, in het knoopsgat van prins Bernhard, is meer primitieve levensvreugde te herkennen dan in dat van koning Albert. Al zeggen knoopsgaten ook niet alles over een mens. Maar die kleine rimpelingen van licht kunnen geen aanleiding zijn om morgen van de 'Slag der Lage Landen' te spreken. Uiteindelijk delen we in dezelfde armoede. Nederland noch België heeft de wereld kunnen verrassen met een La Callas of een alter ego van Fidel Castro.

In het besef van die deemoed kan het er zaterdag in Orlando op en rond het voetbalveld maar beter een beetje gemoedelijk aan toe blijven gaan. Ook al omdat de inzet hooguit een signaal kan zijn, geen trofee. De finale van dit WK wordt straks toch gespeeld tussen Noorwegen en Zwitserland.