LAATSTE MAN

Een 'man-meer-situatie' heet het in jargon. Er bestaan twee theorieën over. De simpelste gaat ervan uit dat de ploeg die met één voetballer minder in de gelederen speelt per definitie aan de verliezende hand is. Tien tegen elf is in deze kwantitatieve bewijsvoering verliezend, omdat er altijd wel een moment komt waarop het één-tegen-één is en dus elders een vrije man voor het elftal overblijft. De kwalitatieve theorie wil dat een 'man-meer-situatie' vooral voor het aanvallende team nadelig is. De ruimte die met 21 in plaats van 22 man op het veld ontstaat, biedt immers tal van kansen voor de defensieve counterploeg. Zie de Europa-Cupfinale in 1988 tussen Ajax en KV Mechelen. Na het gedwongen vertrek van Blind leken de pingelaars van Ajax dankzij de ruimte ineens beter te gaan voetballen. Maar het leidde uiteindelijk tot niets. Ajax verloor.

Gisteren zijn deze theorieën echter door de Noorse coach/computerprogrammeur Olsen tijdens de wedstrijd tegen Italië naar de mestvaalt der geschiedenis verwezen. Als de Italiaanse keeper Pagliuca in de 21ste minuut wegens 'hands' buiten de zestien meter uit het veld wordt gestuurd, moet Italië met tien man verder. Noorwegen besluit de klassieke theorievorming op digitale wijze te bewijzen. Het elftal doet niet eens moeite om zo nu en dan een speldeprikje uit te delen. De beslissende counter komt hoe dan ook. Het doet pijn aan je ogen, maar zo staat het nu eenmaal in het binaire programma van Olsen. Twintig minuten voor tijd blijkt dat zijn voetbaltheorie revisie behoeft. De kwaliteit van het Italiaanse spel is weliswaar treurig, maar de inzet van de spelers is daarmee omgekeerd evenredig. Signori is daarvan de expressie, Dino Baggio wordt de vroedvrouw: 1-0. Daarmee werd het voetbal op de valreep gered van een 'vijandige overname' door Nintendo.