Kloof tussen allochtone en autochtone vrouwen kleiner

ROTTERDAM, 24 JUNI. Opvattingen van allochtone vrouwen in Nederland lijken steeds meer op die van autochtone vrouwen. Zo willen jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen nog maar twee of drie kinderen krijgen en gebruiken ze steeds vaker anticonceptiemiddelen. Volledig door de ouders geregelde huwelijken zijn op hun retour. Wel willen jonge buitenlandse vrouwen uit de eerste en tweede generatie op veel vroegere leeftijd dan Nederlandse vrouwen kinderen krijgen.

Dit blijkt uit Nederlandse en Belgische onderzoeken die vandaag op een congres over de positie van allochtone vrouwen in de Nederlandse samenleving aan de orde zijn gekomen.

Allochtone vrouwen hebben nog steeds een grote achterstand op de arbeidsmarkt ten opzichte van Nederlandse vrouwen. Onder andere door degebrekkige beeldvorming over buitenlandse vrouwen, meent onderzoeker H. Lutz van de Rijksuniversiteit Utrecht. Volgens haar is de standaardopvatting onjuist dat allochtone vrouwen het liefst huisvrouw en moeder zijn en buitenshuis werken als een noodzakelijk kwaad beschouwen. Ook bestaat volgens Lutz de indruk dat allochtone vrouwen werk buitenshuis vooral een taak voor mannen vinden en dat er weerstand bestaat bij mannelijke familieleden tegen werk buitenshuis door de vrouw. De werkelijkheid is veel genuanceerder, aldus Lutz, die vindt dat het vrouwen- en minderhedenbeleid is mislukt door stereotype beeldvorming.

Behalve externe factoren spelen bij de geringe deelname aan de arbeidsmarkt ook overwegingen van de allochtone vrouwen zelf een rol. Volgens de Belgische onderzoekers R. Lesthaeghe en J. Surkyn van de Vrije Universiteit Brussel bestaat er voor jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen van de tweede generatie een dubbel rolmodel. Het ene is het model waarbij sinds de jaren zestig een grotere economische zelfstandigheid van de vrouw wordt nagestreefd. Het andere is het ideaal dat ernaar streeft dat vrouwen thuis kunnen blijven om voor huishouden en gezin te zorgen zodra het welvaartsniveau van het gezin dit toelaat. Dit laatste model zou aansluiten bij de oudere islamitische idealen van de gescheiden leefwereld tussen mannen en vrouwen, maar is alleen realiseerbaar bij een stijgende economische welvaart.

Onderzoeker J. Veenman van de Rotterdamse Erasmus Universiteit tenslotte wijst erop dat de sociaal-economische positie van vrouwen afkomstig uit Suriname en de Antillen minder slecht is dan die van vrouwen uit Turkije en Marokko. Deze verschillen tussen allochtone vrouwen worden bij de tweede generatie echter kleiner, aldus Veenman. Vooral de tweede generatie Turkse vrouwen lijkt een forse stap voorwaarts te maken in vergelijking met de eerste generatie, aldus de onderzoeker.