Justitie mikt op confiscatie drugswinsten

DEN HAAG, 24 JUNI. Wat tien jaar geleden om politieke redenen onwenselijk werd geacht, doet een speciaal Haags politieteam nu met zijn onderzoek naar het Surinaamse drugskartel alsnog royaal over.

In 1984 verzamelde de Nederlandse Centrale recherche informatiedienst (CRI) voor het eerst informatie over mogelijke betrokkenheid van de toenmalige Surinaamse legertop bij handel in cocaïne. Justitie schrok toen terug voor de mogelijke diplomatieke consequenties van een optreden tegen deze verdachten. De rapporten over de zaak verdwenen in de doofpot.

Maar na aanhoudende berichten in de pers over het Surinaamse drugskartel en vragen uit de Tweede Kamer, besloot het ministerie van justitie in 1992 tot de instelling van het zogeheten Copa-team dat exclusief werd belast met de ontmanteling van deze organisatie. In samenwerking met de Fiod heeft dit team sindsdien geen steen onberoerd gelaten om bewijsmateriaal te vergaren. Een waar leger van rechercheurs heeft op zo'n 150 adressen in binnen- en buitenland een enorme hoeveelheid aan financiële bescheiden verzameld die nu op een geheime lokatie in Den Haag worden uitgezocht.

Bijna alle verdachten die in staat van beschuldiging zijn gesteld, verblijven in Suriname. Aanhoudingen zijn dan ook nauwelijks verricht maar volgens justitie is dit “om tactische redenen” vooralsnog ook niet nodig. De Surinaamse verdachten kunnen ook niet aan Nederland worden uitgeleverd omdat een nieuw rechtshulpverdrag nog wacht op ratificatie van Surinaamse zijde. President Venetiaan moet zijn handtekening nog onder het verdrag zetten maar hij wil dat, volgens Haagse ambtelijke bronnen, pas doen als Nederland met ontwikkelingsgeld over de brug komt. Voor de verdachten betekent dit voorlopig dat ze Suriname niet kunnen verlaten omdat ze bij Interpol gesignaleerd staan en het risico lopen door een ander land aan Nederland voor berechting te worden overgedragen.

Juridisch gezien kunnen de Surinaamse verdachten hier ook bij afwezigheid worden berecht. De Opiumwet stelt iedereen strafbaar die van waar ook ter wereld drugs naar Nederland vervoert. Maar de Nederlandse justitie zit niet te wachten op arrestatie van een groot aantal Surinaamse verdachten. Men stelt zich voorlopig tevreden met confiscatie van het vermogen dat het drugskartel in tien jaar tijd heeft opgebouwd. Met de Amerikanen heeft het ministerie van justitie een overeenkomst dat ze zullen assisteren bij confiscatie van drugsgeld. De opbrengst wordt tussen beide landen gedeeld.

Een bijkomend voordeel van dit onderzoek is volgens justitiële bronnen dat de verdachten “politiek en maatschappelijk onmogelijk worden gemaakt”. Zo is bijvoorbeeld de president van de Surinaamse centrale bank, Goedschalk, ontslagen toen bekend werd dat hij door Nederland als verdachte wordt beschouwd. Het in staat van beschuldiging stellen van de huidige voorzitter van de grootste oppositiepartij in Suriname, NDP'er Bouterse, kan eveneens een serieus obstakel vormen voor diens ambitie om president te worden.

Tussen de Surinaamse verdachten en een groot aantal ervaren Nederlandse advocaten vindt de laatste maanden een druk faxverkeer plaats om de verdediging te organiseren. De Rotterdamse strafpleiter, mr. I. Weski, is begin deze maand drie dagen in Paramaribo geweest om met haar cliënt, de Surinaamse zakenman R.L. tegen wie vorige maand huiszoekingen werden verricht, te overleggen over te nemen stappen. Weski vindt dat het Haagse openbaar ministerie bezig is “druppelsgewijs een deel van de Surinaamse samenleving te terroriseren”. Justitie maakt volgens de advocate misbruik van haar bevoegdheden door op grond van “vage en gedeeltelijk valse informatie” de rechter-commissaris te bewegen toestemming te geven voor uitgebreide huiszoekingen. “Justitie stapelt lucht op lucht. Ze denderen maar voort en hebben nog steeds geen spoor van bewijs”, aldus Weski.

Ook de Amsterdamse advocaat mr. A. Moszkowicz, die onder meer de voormalige directeur van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij A. Mungra bijstaat, heeft kritiek op het politie-onderzoek. “Justitie is bezig de hele bovenlaag van de Surinaamse samenleving in staat van beschuldiging te stellen wegens vermeende betrokkenheid bij drugshandel. Terwijl in de processen-verbaal die ik krijg de politie niet kan duidelijk maken wat de verdachten nu precies hebben misdaan”.

Vooralsnog hebben de Nederlandse raadslieden de rechter-commissaris niet kunnen overtuigen dat het onderzoek te ver zou gaan. De verwachting is dat het Haagse openbaar ministerie, na consultatie van het ministerie van justitie en buitenlandse zaken, dit najaar besluit welke verdachten nu definitief zullen worden vervolgd.