'Ik blijf in het voetbal, iets anders kan ik niet'

DAYTONA, 24 JUNI. Er zijn voetballers van weinig woorden. Ze stropen de mouwen op en doen hun werk. Ze zijn de werkbijen van de korf. Als trainer kun je op ze rekenen. Ze zijn recht door zee, leven voor hun sport en zijn een voorbeeld voor de jongeren. Maar soms kunnen ze tot het uiterste worden getart. En dan maken ze van hun hart geen moordkuil.

Michel de Wolf, de 36-jarige routinier van het Belgisch elftal, heeft zeventien jaar in het gareel moeten lopen. In zijn mogelijk laatste seizoen bijt hij van zich af, op het veld, zoals afgelopen zondag tegen Marokko, maar ook daar buiten. Zijn trainer Jan Boskamp van Anderlecht weet er ondertussen alles van.

Na het échec bij Werder Bremen voor de Europa Cup, toen Anderlecht een 3-0 voorsprong verspeelde en met 5-3 verloor, nam De Wolf geen blad voor de mond. De geblesseerde verdediger zat met verbijstering te kijken hoe zijn team in een nagenoeg gewonnen positie alsnog verloor. Later uitte hij in besloten kring kritiek op de manier van spelen. “We zouden toen volgens Boskamp mentaal in de problemen zijn geraakt. Maar hoe kan dat als je in de nationale competitie vier punten los staat van de concurrentie en in elke wedstrijd bijna zeker bent van de overwinning? Het was een fysieke kwestie die voorkomen had kunnen worden. Het veld was zwaar en wij bleven maar aanvallen. Tot we geen twee passen meer konden verzetten. Niemand gaf het sein om te consolideren. Ook de coach niet.”

Na het drama van Bremen bleef De Wolf lange tijd uit het basisteam van Anderlecht. Wegens een kwetsuur, zegt hij. Boskamp onthulde dat hij De Wolf op de training heeft weggestuurd, dat de international zijn excuses moest aanbieden aan de spelersgroep en dat toen “de spons erover is gehaald”. De Wolf haalt zijn schouders op. “Boskamp was mijn beste vriend. Dat is nu voorbij. Ik heb nog met hem gespeeld bij RWDM. Ik heb een paar problemen met hem gehad, maar aan het einde van het seizoen heeft hij me toch weer laatste man gezet.”

Bij het WK geeft Jan Boskamp in Belgische kranten het advies aan bondscoach Paul van Himst om Marc Emmers als laatste man op te stellen in het nationale team. “Hij is snel, kan een man terughalen, kan inschuiven”, motiveert de ex-Feyenoorder zijn voorkeur. “Marc kan zelfs goed koppen. Hij heeft alles om een moderne libero te zijn.” Michel de Wolf wil geen oordeel vellen over de kwaliteiten van Emmers.

Zelfs de altijd brave John Bosman had kritiek op zijn ploeggenoot. Bosman noemde de Waalse Brabander de achilleshiel van het Belgische elftal. De Wolf raakt er niet van onder de indruk. “Bosman weet wat ik de laatste weken van het seizoen heb betekend voor het elftal. Het is voor hem niet te hopen dat hij zal spelen, want dan komt hij mij tegen.”

De rivaliteit tussen Nederland en België werd de afgelopen dagen gebagatelliseerd door de betrokken spelers. Het zou een wedstrijd worden als alle anderen. De Wolf ziet het duel wél als een beladen botsing. “Wij kennen elkaar zo goed. Heel wat spelers van jullie komen bij ons het geld halen. Bij RWDM speelde ik al met veel Nederlanders: Boskamp, Koens, Veenstra en De Bree. Ik denk trouwens dat het een aflopende zaak is met die stroom Nederlandse voetballers naar België. De grote talenten naar Italië en Spanje. Voor ons rest de tweede garnituur. Ik denk dat er over een jaar of vijf nog heel weinig vraag zal zijn naar Nederlandse voetballers in België.”

Volgens De Wolf bepalen de coaches of Nederland en België in de Citrus Bowl voluit zullen gaan. Advocaat verklaarde gisteren dat Oranje groepswinnaar wil worden. En zijn collega Van Himst zou volgens de geruchten het elftal sterk aanpassen, door Nilis uit het team te laten. “Ik denk niet dat we zo zullen spelen als tegen Marokko. Een punt kan volstaan om verder te komen. Er zal tussen Nederland en België een wederzijds respect zijn. Ik denk verder dat Oranje ook niet zo aanvallend kan spelen als tegen Saoedi-Arabië noodzakelijk was.”

Tegen Nederland moet Van Himst de sterke voorstopper Philippe Albert, die in de eerste wedstrijd was geschorst, weer inpassen. Dat zou ten koste kunnen gaan van De Wolf, die tegen Marokko een van de beste Belgen was. Opmerkelijk fit stapte de gelouterde speler na afloop van het veld, terwijl zijn collega's naar de kleedkamer strompelden. “Ik kan het niet verklaren. Zo verschrikkelijk zuinig ben ik in al die jaren toch ook weer niet met mijn lichaam omgesprongen. Ik pak op z'n tijd mijn pintje. Eet ook volop frites. Maar als ik op het veld sta, haal ik alles uit mijn twee benen. Ik heb vanaf mijn zestiende tot mijn achttiende in een fabriek gewerkt met zwaar materiaal. Dat was een goede leerschool. Dan weet je hoe goed je het hebt als prof.”

De Wolf had eigenlijk niet meer opgerekend op een uitverkiezing, nadat hij afgelopen seizoen door blessures slechts veertien wedstrijden speelde. Bij Anderlecht keert hij niet meer terug. “Ik wil alleen nog libero spelen. Voor die positie heeft Anderlecht nu Grün aangetrokken. Ik heb geen zin om op de bank te zitten. Ik wil de afgang niet meemaken. Wellicht dat ik bij Kortrijk aan de slag ga als jeugdtrainer. Ik blijf in het voetbal, want iets anders kan ik niet.”