Gonsalves

De brief van minister Kosto aan de Tweede Kamer over de 'affaire' Gonsalves (NRC Handelsblad, 22 juni) is een aardig juridisch stijlbloempje, dat als volgt kan worden samengevat: in 1962 is tegen Gonsalves geen vervolging ingesteld, bovendien zijn er geen aanwijzingen dat Gonsalves na 1962 heeft gedisfunctioneerd, de zaak is gesloten en Gonsalves kan doorfunctioneren.

Zo simpel ligt het echter niet. De zaak mag formeel juridisch zijn gesloten, materieel ligt dat anders. In ieder geval voor diegenen die net zo min prijs stellen op een pleger van ernstige geweldsdelicten (al of niet veroordeeld) als procureur-generaal als op een valsemunter (al of niet veroordeeld) als minister van financiën. Regelmatig komt in de publiciteit over deze zaak naar voren dat 'de feiten bekend zijn'. Ik ken ze niet en ik meen niet de enige te zijn. Kosto's nadruk op het ne bis in idem en zijn zwijgen over de aard van de 'de bekende feiten' stelt mij niet gerust. Indien de beweringen zoals door de VPRO naar buiten gebracht ('geen spatje nieuws', zei Kosto daarover) ook maar voor een deel juist blijken te zijn, is het aanblijven van Gonsalves een verkrachting van de rechtsstaat en was zijn benoeming in 1963 bij het OM een ernstige dwaling. Zijn de beweringen ongegrond, dan verdient Gonsalves volledig te worden gerehabiliteerd. Opening van zaken is hoe dan ook gewenst, niet over de formele strafrechtelijke en arbeidsrechtelijke positie van de heer Gonsalves, maar over de details van zijn optreden destijds in Nieuw-Guinea, en de juridische en eventueel politieke 'afwikkeling' daarvan. De wijze waarop de minister van justitie de zaak thans heeft afgedaan versterkt het cynisme van de burger en is de zoveelste aanslag op het vertrouwen in 'de politiek' en het geloof in de rechtvaardigheid van ons rechtssysteem.