Franse militairen voor eerste missie in Rwanda

KIGALI/PARIJS, 24 JUNI. Frankrijk heeft een begin gemaakt met zijn militaire interventie in Rwanda. Vijftig Franse militairen brachten de nacht van donderdag op vrijdag door in een vluchtelingenkamp bij de Rwandese stad Shangugu bij de grens met Zaïre, waar 5.000 tot 10.000 Tutsi-vluchtelingen worden bedreigd door Hutu-milities. Vanmorgen zijn zij weer op hun basis in Zaïre teruggekeerd. Inmiddels zou een noodhospitaal aan de Zaïrese zijde van de grens bij Shangugu zijn ingericht om gewonde Rwandese burgers te verzorgen.

Volgens een woordvoerder van het Franse leger zijn de expedities in Rwanda vanmorgen voortgezet. “Het plan is om vluchtelingenkampen en rooms-katholieke missies te blijven bezoeken en na te gaan hoeveel mensen echt hulp behoeven.”

Woensdagavond gaf de Veiligheidsraad toestemming voor de interventie door de Fransen. Volgens het mandaat van de Raad mogen Frankrijk en andere landen, die mogelijk aan de interventie zullen deelnemen, gedurende een periode van twee maanden “alle middelen gebruiken die noodzakelijk zijn” om de burgerbevolking van Rwanda te beschermen en het verlenen van humanitaire hulp mogelijk te maken. Daarna zou de taak van de interventiemacht overgenomen moeten worden door UNAMIR, de VN-missie in de Middenafrikaanse staat. Tot nog toe heeft alleen Senegal toegezegd militairen ter beschikking van de interventiemacht te zullen stellen. Een groep van 200 Senegalese militairen zou zich dit weekeinde bij de Fransen in Zaïre voegen.

De Franse premier Balladur verbond deze week vijf voorwaarden aan de Franse interventie. Naast goedkeuring door de Verenigde Naties en deelname van andere landen was het voor Balladur noodzakelijk dat de interventiemacht op Zaïrees grondgebied zou worden gestationeerd, bij de grens met Rwanda. De interventie zou ook een humanitaire doelstelling moeten hebben en de interventiemacht zou geen operaties moeten uitvoeren in “het hart van Rwanda”. De interventie zou ook niet langer mogen duren dan enkele weken. De Franse minister van defensie, Franc¸ois Léotard, zei gisteren dat het de taak van de interventiemacht uit drie etappen bestond, “waarnemen, redden en vervolgens zo snel mogelijk wijken voor UNAMIR”.

Volgens het Franse ministerie van defensie zijn inmiddels vijfhonderd Franse militairen overgevlogen naar de steden Goma en Bukavu in Zaïre, die door de Fransen als uitvalsbases voor hun interventie worden gebruikt.

Pag.4: Rebellen blijven tegen Franse actie

Volgens het ministerie ligt het in de bedoeling om in totaal 2.500 Franse militairen naar Zaïre over te vliegen. Inmiddels zijn ook acht Mirage-vliegtuigen en vier Jaguar-toestellen overgevlogen om vanuit de lucht hulp te bieden aan de Franse infanterie. Vandaag zou een uit vijftig personen bestaand medisch team in Zaïre arriveren.

Het Rwandese Patriottische Front (RPF) heeft zich gisteren opnieuw tegen de Franse interventie in Rwanda uitgesproken. Volgens Jacques Bihozagara, de woordvoerder van het RPF in Brussel, zijn de Fransen Rwanda binnengedrongen als 'agressoren'. “Als we hen tegenkomen, zullen er vijandelijkheden ontstaan”, aldus Bihozagara. “Alleen fascisten en extremisten juichen de komst van de Fransen toe.”

De leider van het RPF, Paul Kagame, heeft alle contacten met de commandant van de VN in de Rwandese hoofdstad Kigali, de Canadese generaal Romeo Daillaire, opgeschort. “Er is geen contact totdat de leiding van het RPF heeft besloten wat voor relatie er met de VN zal zijn”, aldus een woordvoerder van de Tutsi-rebellen. De woordvoerder zinspeelde op een vertrek van UNAMIR uit Rwanda. “Onze grootste zorg is dat onze militairen geen verschil kunnen maken tussen de troepen van de VN en die van het Franse leger.” Eerder deze week eiste de vertegenwoordiger van de RPF bij de Verenigde Naties, Claude Dusaidi, het vertrek van de militairen van UNAMIR uit Rwanda, omdat de komst van een Franse interventiemacht tot een escalatie van de vijandelijkheden zal leiden.

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft gisteren de Franse regering opgeroepen om informatie te verschaffen over de activiteit van de Détachement d'Assistance Militaire d'Instruction (DAMI), een Franse legereenheid die tot december 1993 in Rwanda actief was. De mensenrechtenorganisatie zegt over een getuigenis te beschikken van een Rwandees die zegt dat de DAMI een militie heeft getraind die de voorloper was van de zogeheten Interahamwe-milities. Deze spelen een leidende rol bij de slachtpartijen onder Tutsi-burgers in Rwanda.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Egyptenaar Boutros Boutros-Ghali, gelooft dat het RPF de Franse interventie uiteindelijk zal accepteren. “Ik ben het er niet eens dat het RPF tegen is. Ik heb informatie dat er gesprekken zullen zijn (met het RPF) en ik ben er zeker van dat deze tot een oplossing zullen leiden”, aldus Boutros in een vraaggesprek met het Franse televisiestation France-3. Boutros maakte bekend dat hij een nieuwe speciale afgevaardigde voor Rwanda heeft benoemd, de Pakistaan Mohammed Shahrvar Khan. Deze zal, aldus Boutros in het vraaggesprek, “binnen enkele uren” naar Kigali vertrekken. Hij heeft tot taak zich te buigen over “het probleem van de verzoening” tussen de strijdende partijen in Rwanda en de implementatie van de akkoorden van Arusha uit 1993 te overzien. Deze akkoorden hadden tot doel een overgangsregering in Rwanda te vormen, waarin zowel het RPF als de Rwandese regering vertegenwoordigd zouden zijn. De uitvoering werd onderbroken, toen op 6 april de president van Rwanda, Juvenal Habyarimana, de dood vond toen zijn vliegtuig uit de lucht werd geschoten. Na zijn dood laaide de burgeroorlog tussen de Tutsi-rebellen van het RPF en het Rwandese regeringsleger opnieuw op. (AFP, AP, Reuter)