Formatie-cultuur

SPANNING BIJ DE formatie van een nieuw kabinet. Eindelijk. Na zes weken van 'aftasten' en 'in kaart brengen' hadden PvdA en VVD, tot voor kort de tegenpolen in de Nederlandse politiek, dan toch echt een wezenlijk verschil van mening. Althans, zo leek het toen VVD-fractievoorzitter Bolkestein twee dagen geleden op het Binnenhof tegenover de pers zijn positie markeerde. Een overigens, voordat hij aan de kabinetsformatie begon, vertrouwde positie. Waar hij koos voor werk, koos de PvdA voor inkomensbescherming. Op dit punt lagen zijn partij en de PvdA ver uiteen. Zo ver dat hij de kans van slagen van de coalitie op niet meer dan vijftig procent schatte. Aan de 'paarse' horizon verschenen zodoende plotseling donkere wolken.

Maar gisteravond bleek de zaak al weer een stuk genuanceerder te liggen. Er wordt nog steeds door alle gespreksdeelnemers constructief aan de vorming van een paars kabinet gewerkt, zo heette het. Het door Bolkestein geconstateerde geschilpunt bleek niet van dien aard dat het eerst uit de wereld diende te worden geholpen. Conform de agenda zetten de fractievoorzitters van PvdA, VVD en D66 zich aan minder gevoelige zaken.

OF BOLKESTEINS aanvankelijk waarschuwende woorden passen in de sector onderhandelingstactiek dan wel dat de breuk echt nabij is, blijft gissen zolang nog met elkaar wordt gesproken. Maar geen van de onderhandelaars ontkent dat over dit hoofdpunt van beleid nog geen overeenstemming bestaat. Hetzelfde geldt trouwens voor de WAO. Ook over de toekomst van deze sociale zekerheidsregeling denken PvdA en VVD fundamenteel verschillend. Dat doet de vraag rijzen of er wel op de juiste wijze wordt onderhandeld.

Toen begin mei de oriënterende gesprekken over 'paars' begonnen, heerste alom de overtuiging dat er eerst overeenstemming over de sociaal-economische paragraaf diende te komen. Op dit terrein lag immers de klassieke tegenstelling tussen PvdA en VVD. Had niet VVD-leider Bolkestein de PvdA nog in de verkiezingscampagne verweten de kilte van een uitkering te verkiezen boven de warmte van een baan? En luidde het antwoord van de PvdA niet dat de VVD een negentiende-eeuwse vechtmaatschappij nastreefde? Willen beide partijen toch samen in een kabinet dan dient het onderzoek zich allereerst te richten op de mogelijkheid deze kloof te overbruggen. Nu blijkt na zes weken van praten dit fundamentele meningsverschil nog steeds als een zwaard van Damocles boven de onderhandelingen te hangen.

HET HEEFT ALLES te maken met de Nederlandse politieke cultuur. Voor de verkiezingen weigeren de meeste partijen om electorale redenen een voorkeur uit te spreken voor de meest wenselijke coalitie. Na de verkiezingen, als partijen aan de onderhandelingstafel tot elkaar veroordeeld zijn, stellen zij om tactische redenen hun keuze zo lang mogelijk uit, en wordt tot het laatste moment een andere huwelijkspartner achter de hand gehouden. Om exact dezelfde reden durft na verkiezingen de nieuw gekozen Tweede Kamer niet zelf een open debat aan te gaan over de samenstelling van een nieuwe coalitie. Al te graag wordt gekozen voor een schimmenspel tussen fractievoorzitters, informateurs en staatshoofd, opdat men zich tegenover de buitenwereld maar zo min mogelijk gecommitteerd acht. Die buitenwereld kan zich niet anders dan verbazen. Ook nu weer.