Fatale tussenlanding in Sydney; Onalledaagse verrukking in roman van Tim Krabbé

Tim Krabbé: Vertraging. Uitg. Bert Bakker, 144 blz. Prijs: ƒ24,90; geb. ƒ34,90.

Tien jaar geleden schreef Tim Krabbé een formidabele nachtmerrie. Het gouden ei beleefde druk na druk, werd twee keer verfilmd en vaak vertaald. De ondergronds eindigende speurtocht van Rex Hofman naar zijn verdwenen vrouw is de populairste roman onder Nederlandse scholieren en in Donna Tartt bleek Krabbé een beroemde bewonderaarster te hebben. Het is dus een boek waar Krabbé nooit meer helemaal los van zal komen. Zelfs de kreet waarmee zijn nieuwste roman Vertraging wordt aangeprezen, verwijst naar het macabere slot van de tien jaar oude voorganger: 'Een adembenemend boek'.

Dat is niet helemaal waar, maar er zijn wel veel overeenkomsten tussen beide romans. Ook Vertraging is in de eerste plaats opgezet als een spannend verhaal; een road-novel met alle ingre-diënten van de thriller. Tijdens een tussenlanding-met-vertraging in Sydney besluit de schrijver/quizmaster Jacques Bekker een bezoek te brengen aan zijn jeugdliefde Moniek Ilegems. Bekker heeft haar dertig jaar niet gezien, maar is haar nooit vergeten. Ze is nog steeds de Grote Geliefde.

Als Bekker haar vindt, staat zij op het punt te vluchten. Ilegems blijkt in Australië een succesvolle zakenvrouw te zijn geworden, maar is nu verwikkeld in een fraudezaak. In een opwelling besluit Bekker met haar mee te gaan; half uit nieuwsgierigheid, om te 'spieken in de werkelijkheid', half uit het verlangen om af te maken wat dertig jaar geleden plotseling werd afgebroken.

Wat volgt is een woeste rondrit over het Australische continent: een vele maanden durende vlucht voor de autoriteiten. Het is, zoals Bekker aan het begin van de roman opmerkt, een 'sprookjesboek' waarin hij binnengaat. Maar het loopt, net als Het gouden ei, niet goed af. Zijn nieuwsgierigheid komt hem duur te staan.

In zekere zin is Bekker uit hetzelfde hout gesneden als Rex Hofman, de hoofdpersoon van Het gouden ei. Ook Bekker is niet in staat om het verleden met rust te laten. Ook hij heeft de drang om - tot diep in de gevarenzone - één te worden met een geliefde die allang verleden tijd is, maar in het heden is blijven spoken.

Bij zowel Hofman als Bekker is dat een fatale obsessie. Beiden verdwijnen langzaam maar zeker uit het vertrouwde, veilige dagelijkse leven dat ze voor die tijd leidden. Geleidelijk verliezen ze de controle over de stappen die ze zetten en lopen de gebeurtenissen uit de hand. Tot de dood er op volgt, zoals in het Het gouden ei, of de gevangenis er een punt achter zet, zoals in Vertraging.

Zowel Bekker als Hofman ondergaat die verdwijning met gemengde gevoelens: naast nieuwsgierigheid en angst is er een onalledaagse 'verrukking'. Het is voor hen ook een beetje aangenaam om uit het dagelijkse leven te verdwijnen, zelfs al is het voorgoed. In Vertraging heet 't op een gegeven moment: “Waar was Jacques Bekker? Hij had zelfmoord gepleegd - en leefde met volle teugen!”

Lang duurt die verrukking niet. Niet alleen omdat Bekkers verdwijning iets te letterlijk uitpakt. Ook omdat zijn hoop dat hij na dertig jaar de draad weer kan oppakken een illusie blijkt te zijn. Hoe 'ener' hij met zijn geliefde wordt, des te meer wordt zijn jeugddroom - en daarmee zijn grote droom - ontluisterd. Nog voor hij wordt opgepakt, staat hij zo in alle opzichten met lege handen.

Want ook terug naar het dagelijkse leven kan hij niet meer. Zijn echtgenote komt speciaal naar Australië om hem via de televisie te laten weten dat hij maar beter dood kan zijn. Hij kan, zegt ze, wat hij heeft gedaan 'alleen goedmaken door werkelijk te zijn wat hij ons heeft laten denken dat hij was: dood'. Of het zo bedoeld is, weet ik niet. Maar deze passage lijkt me een ironische verwijzing naar het slot van Het gouden ei. Hofmans nieuwe vrouw zocht vergeefs en wanhopig naar haar levend begraven echtgenoot, die van Bekker komt vertellen dat hij kan stikken als hij nog leeft.

Ook met Vertraging bewijst Krabbé dus meer te zijn dan een schrijver van spannende verhalen. Hij is een auteur met een thema - het sardonische noodlot - en brengt ook in stijl en compositie meer dan alleen de maagstreek in beroering. Het gouden ei doet dat tien jaar later nog steeds, het is de vraag of Vertraging het zo lang volhoudt. De roman is minder compact, onevenwichtiger dan zijn voorganger, met te veel sfeervol bedoelde beschrijvingen van het Australische landschap.

Maar hij is vooral minder beklemmend. Het gouden ei was angstaanjagend omdat het uitging van een simpel, alledaags gegeven: vrouw verdwijnt als ze bij een tankstation koffie haalt. Vertraging doet voor de spanning te veel een beroep op overbekend spektakel: een overval en een moord, een zelfmoord, valse paspoorten, gebleekt haar en andere vermommingen, portretten van de twee voortvluchtigen op tv, een uitputtend verblijf in de woestijn. Etcetera. In films is dat meestal een slecht teken.

UIT: TIM KRABBé, VERTRAGING

Het was alsof hij in een van zijn dromen terecht was gekomen die hij zijn blauwe dromen noemde. In zijn hele leven had hij er niet meer dan vijf of zes gehad. Ze speelden in precies dit licht en er gebeurde niets in, altijd hetzelfde niets. Hij was alleen, en liep naar een huis waar misschien een vrouw was, die misschien zijn geliefde zou zijn. Dat was alles, maar de onbekendheid van wat er zou gebeuren was goddelijk spannend; een verrukking die met niets uit het gewone leven te vergelijken was, en het geluksgevoel dat die dromen achterlieten was ondraaglijk, haast pijn, een pijn die pas na dagen wegebde.