De volgende minister of staatssecretaris is gewaarschuwd; Kostenbeheersing medicijnen vergt medewerking van velen

DEN HAAG, 24 JUNI. Ook de nieuwe staatssecretaris voor volksgezondheid, misschien wordt het wel een minister, zal zijn tanden moeten zetten in het pillendossier. Net als al zijn of haar voorgangers. De hoge prijs van geneesmiddelen - duur in vergelijking met ons omringende landen - en de manier waarop geneesmiddelen verzekerd cq. vergoed worden, zorgen in elke kabinetsperiode voor hoog oplopende discussies. De maatregel die het ene kabinet invoert, wordt door het andere weer ongedaan gemaakt. Van medicijnknaak tot vergoeding van medicijnen via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Het fundament voor vele vergaderuren en nieuwe rapporten is gelegd. In de eerste plaats door de Ziekenfondsraad, die gisteren een advies aan minister d'Ancona (WVC) uitbracht. Aanbevolen werd een samenhangend pakket maatregelen dat ertoe moet leiden dat verzekeraars, apothekers, artsen, industrie, groothandel en verzekerde allemaal een grotere bijdrage leveren aan het beheersen van de kosten van medicijnen. De Ziekenfondsraad legt bij het stellen van de diagnose al snel de vinger op de zere plek. De kostenstijging wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de hoge prijs en door de stijging van de hoeveelheid geneesmiddelen die wordt voorgeschreven. Artsen worden als de schuldigen aangewezen omdat zij vaak relatief dure (merk)geneesmiddelen voorschrijven waarvoor goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

Bijna stuk voor stuk worden door de Ziekenfondsraad maatregelen voorgesteld die de betrokkenen in de portemonnee raken en dus een stevige lobby op gang brengen om uitvoering ervan te voorkomen. Veel argumenten die worden aangevoerd om maatregelen te voorkomen zijn niet van financiële aard; bij voorkeur wordt er op gewezen dat bepaalde maatregelen niet in het belang zijn van de volksgezondheid. Artsen willen hun vrijheid in het voorschrijven van medicijnen houden, apothekers hun bonussen en kortingen, groothandel en industrie hun winstmarges en marktaandeel. Die winstmarges staan al onder druk door de prijsdaling met vijf procent die op 1 juli werd doorgevoerd voor alle medicijnen die via de AWBZ worden vergoed. De leveranciers van geneesmiddelen boden die prijsverlaging enkele maanden geleden zelf aan, voor de duur van twee jaar, om een andere maatregel die ten koste zou gaan van de omzet van (relatief dure) merkgeneesmiddelen te voorkomen.

Met name de Nederlandse organisatie van de innoverende farmaceutische industrie (Nefarma) kritiseert een aantal voorstellen van de Ziekenfondsraad. Fijntjes wijst Nefarma er op dat de Algemene Rekenkamer in het rapport Geneesmiddelenbeleid, waarin overheidsmaatregelen in de geneesmiddelensector tegen het licht worden gehouden, vaststelt dat overheidsmaatregelen die zonder de medewerking van marktpartijen werden opgelegd, niet of nauwelijks hebben geleid tot het daarmee beoogde resultaat. De verschillende partijen in de sector moeten zelf afspraken met elkaar maken, want dwang leidt tot ontduiking, zo maakte Nefarma-directeur W. Geesink eerder deze week duidelijk. De volgende minister of staatssecretaris voor volksgezondheid is gewaarschuwd.

Ook op een ander front houden de geneesmiddelen politiek en sector bezig. In de komende kabinetsperiode wordt de wijze waarop geneesmiddelen aan de verzekerde worden vergoed zo goed als zeker (weer) veranderd. De fracties van VVD, PvdA en D66 willen één van de weinige concrete dingen die Simons als staatssecretaris met veel pijn en moeite voor elkaar kreeg, terugdraaien.

Op weg naar een basisverzekering tegen ziektekosten voor alle Nederlanders wilde het huidige kabinet, op dit punt onder aanvoering van Simons, alle essentiële voorzieningen laten vergoeden via de AWBZ. Zoals dat al het geval was voor zware, onverzekerbare risico's als opname in een psychiatrisch ziekenhuis of een verpleeghuis. Voor deze voorzieningen zijn alle Nederlanders op dezelfde manier verzekerd en zo zou dat voor onder meer de huisarts, de geneesmiddelenverstrekking en het ziekenhuis ook moeten gebeuren. Vanwege uitvoeringstechnische problemen, fiscale implicaties en inkomensgevolgen zag het huidige kabinet af van deze marsroute.

Maar intussen was Simons er na slepende debatten in Tweede en Eerste Kamer in geslaagd de vergoeding van medicijnen via de AWBZ te laten lopen en niet meer via het ziekenfonds of de particuliere verzekering. Dat ging gepaard met een chaotische voorlichting aan de verzekerden. Sinds 1992 is iedereen op dezelfde wijze tegen de kosten van medicijnen verzekerd. Nu een ruime meerderheid in het parlement niet meer streeft naar die ene basisverzekering tegen ziektekosten, moeten die medicijnen er weer uit. Met alle gevolgen van dien.

Eén van de belangrijkste argumenten tegen het wetsvoorstel van Simons om geneesmiddelen via de volksverzekering AWBZ te laten vergoeden, was dat particulier verzekerden meer geneesmiddelen zouden gaan gebruiken. Omdat ze daarvoor in het nieuwe systeem toch niet extra voor hoefden te betalen, zo redeneerden vooral de VVD en de werkgeversorganisaties onder aanvoering van VNO-voorzitter Rinnooy Kan. Volgens de Ziekenfondsraad is dit door critici verwachte effect niet opgetreden en hoeven de medicijnen niet uit kostenoverwegingen uit de AWBZ. Bovendien wordt het moeilijker om het Geneesmiddelen Vergoedings Systeem te handhaven, waardoor iedere verzekerde moet bijbetalen voor medicijnen waarvoor een goedkoper, gelijkwaardig alternatief voorhanden is. De ontwikkelingen aan het pillenfront maken één ding duidelijk: omdat alles weer anders moet liggen honderden vergaderuren en bergen papier in het verschiet.