De spectaculaire herrijzenis van de grondstoffenmarkt

Sinds vorig jaar stijgen de prijzen van vrijwel alle belangrijke grondstoffen op de wereldmarkt spectaculair. De economische groei in het Westen lijkt hogere prijzen te rechtvaardigen, maar speculatie op de grondstoffenmarkt verstoort het beeld. Hoogste tijd voor inflatie-bestrijders, grondstoffenproducenten en investeerders om bij de prijsexplosie waan en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden.De grondstoffenhandelaar was wat later, die dinsdagochtend begin juni op de jaarlijkse World Gold Conference in Londen. Hij had een zware avond achter de rug. Bij zijn firma was paniek uitgebroken toen een Amerikaanse relatie opbelde dat bij hem in het midden-westen van de Verenigde Staten een zwaar front van onweersbewolking was binnengedreven. Onweer = regen = is een betere oogst = lagere prijzen = maken dat we van onze posities in de sojahandel afkomen, was de razendsnelle gevolgtrekking. Na een paar hectische uren, waarin de firma zijn informatievoorsprong maximaal dacht te hebben uitgebuit, belde de relatie terug: de bui was zonder een druppel overgedreven.

Onbedoeld onderstreepte de handelaar daarmee het stereotype beeld van de waanwereld van de grondstoffenhandel. Snelle prijsfluctuaties, onzekerheid over oogsten, geruchten, spectaculaire ertsvondsten, geheimzinnige verkopers en politieke gebeurtenissen beheersen de dagelijkse praktijk. Maar sinds de zomer van 1993 zijn toeval en incidenten geen afdoende verklaring meer voor de constante prijsstijging van vrijwel alle belangrijke grondstoffen op de wereldmarkt.

Voor de zogenoemde soft-commodities, voedingsmiddelen en andere plantaardige stoffen, lijken de hogere prijzen niet zozeer af te hangen van een grotere vraag als gevolg van de economische opleving in het Westen, maar meer van de aanbodzijde. De termijnprijs van koffieprijs verdubbelde dit jaar bijna van 1.200 dollar per ton naar bijna 2.400 dollar, voornamelijk als gevolg van verwaarlozing van plantages in Colombia en Brazilië en exportmaatregelen van deze landen om de prijs op te drijven. De prijsstijging van cacao begon met berichten over droogte bij de belangijkste producent, Ivoorkust. Ook de prijsstijging bij de granen en katoen is deels het gevolg van oogstproblemen, en een teruglopende produktie in Rusland.

Bij de industriële grondstoffen speelt de toenemende vraag een belangrijke rol voor recente prijsstijgingen. Nikkel, aluminium en koper zijn conjunctuurgevoelig, en reageren op de sneller draaiende Amerikaanse industrie en het economisch herstel in Europa en - wat voorzichtiger - in Japan. Bovendien lijken de voorraden veel kleiner dan gedacht, wat met name voor aluminium, waar produktie-afspraken op stapel staan, als een verrassing komt. Rusland, een grote producent van metalen, kampt bovendien met een teruglopende produktie van nikkel. Koper leeft vooral op bij de electronica-industrie en bekabeling in bouw-activiteiten.

Ook olie en goud, de twee meest tot de verbeelding sprekende grondstoffen, hebben hun opleving te danken aan de oplevende economie, zij het dat de redenen verschillen. De olieprijs profiteert van de toegenomen industriële activiteit, de stijgende vraag in de termijnhandel voor de komende winter en van wat de eerste eensgezindheid sinds eind jaren tachtig begint te lijken tussen de OPEC-landen en produktieproblemen in Rusland. Goud lijkt vooralsnog iets van zijn functie te hebben teruggewonnen als toevluchtsoord voor beleggers tegen de inflatie en turbulentie op de financiële markten, die de doorbraak van het wereldweijde economische herstel tekenen.

De belangrijkste indexen voor grondstoffenprijzen, die van het Amerikaanse Commidities Research Bureau (CRB), die van de Amerikaanse bank Goldman Sachs en de stokoude Britse Economist commodity-price index, tonen aan dat over vrijwel de gehele linie de prijzen sinds het dieptepunt van 1993 met rond de 30 procent zijn gestegen. De minst accurate van deze drie, de CRB-index waarin de belangrijkste 21 grondstoffen ongewogen op een hoop zijn gegooid, is de bekendste. De voortgaande stijging van de CRB-index (13 procent sinds het dieptepunt in 1993) was een van de voornaamste aanleidingen voor de turbulentie op de financiële markten van de afgelopen weken.

Grondstoffenprijzen zijn in het verleden een betrouwbare indicatie voor Inflatie gebleken. De industrie ziet zijn produktiekosten stijgen en rekent de hogere kosten in de regel uiteindelijk door aan de klant. Probleem daarbij is dat grondstoffenprijzen en inflatie elkaar in de staart bijten. Beleggers vluchten in grondstoffen om zo hun geld inflatievrij te houden, veroorzaken daarmee hogere prijzen die zelf tot de inflatie lijden waar iedereen aanvankelijk zo bang voor was. Bij vrijwel alle grondstoffen signaleren handelaren op dit moment dat speculatie de prijsbewegingen van tijd tot tijd overdrijft. De Amerikaanse meesterbelegger George Soros was vorig jaar verantwoordelijk voor een spectaculaire prijsstijging van goud, en beweerd wordt dat zijn geest op dit moment door de granenmarkt. Koper heeft als belangrijkste metaal de eigenschap de prijzen van andere basismetalen met zich mee naar boven en beneden te trekken. Die wetenschap lokt al snel speculatie uit.

Door het inflatie-effect worden de stijgende grondstoffen-indexen door financiële en economische beleidsmakers met grote belangstelling gevolgd. De goudprijs werd door de Federal Reserve Board, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, dit voorjaar aangehaald als een belangrijke reden om de rente te verhogen als eerste stap tegen een mogelijke opleving van de inflatie in de VS. De CRB-index, zo wordt gefluisterd, is in Washington een van de belangrijkste indicatoren voor de monetaire besluitvorming.

Ook de producenten, waaronder een groot aantal Derde-Wereldlanden, zijn voor hun economisch welvaren sterk afhankelijk van de investeringsbesluiten die zij op grond van de prijsontwikkeling op de grondstoffenmarkt moeten nemen.

Hoe groot zijn de speculatieve en incidentele component in de prijsstijging op de grondstoffenmarkt? Op duurzaam hogere prijzen wijst in elk geval het structurele argument dat de versnelling van de groei van de wereldbevolking doorgaat, en dat het gemiddelde welvaartspeil in reuzen als China en India toeneemt - en daarmee de vraag naar grondstoffen. Tegen pleit dat in 1988 een soortgelijke prijsstijging optrad, die na een jaar weer wegebde, met achterlating van gefrusteerde inflatiebestrijders en een overproduktie op de wereldmarkt. Niet alleen voor het rijke Westen, maar ook voor de ontwikkelingslanden, is het zaak om juist nu waan en werkelijkheid op de grondstoffenmarkt zo goed mogelijk van elkaar te scheiden.

OLIE

Na drie maanden van chronisch lage olieprijzen zit de meest strategische grondstof weer in de lift. Eind december vorig jaar brak er paniek uit in de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) toen de prijs voor de toonaangevende Noordzee-olie Brent naar een dieptepunt van 13 dollar per vat (159 liter) duikelde.

Olieministers in de twaalf OPEC-landen hadden de hele herfst al hun verdiensten zien dalen. De meeste OPEC-landen zijn voor 80 tot 90 procent van hun staatsinkomsten en deviezen afhankelijk van de olie-export. Begrotingen werden drastisch bijgesteld. Zelfs koning Fahd van Saoedi-Arabië ontkwam niet aan een bezuinigingsronde van 20 procent. Dit rijkste olieland ter wereld kan best tegen een stootje, maar de bezuinigingen in landen als Nigeria en Algerije met zeer grote bevolkingen, een laag gemiddeld inkomen en zwakke economieën wakkerden de sociale en politieke spanningen sterk aan.

In januari en begin februari steeg de olieprijs kortstondig door een sterk stijgende vraag als gevolg van strenge vorst in de Verenigde Staten, om daarna terug te vallen naar het diepste punt in vijf jaar: 12,80 dollar per vat. De gemiddelde prijs die de OPEC-landen ontvangen was nog iets lager. Dat kwam door ruime voorraden in Noord-Amerika, West-Europa en Japan en een overaanbod van ruwe olie op de wereldmarkt. De OPEC-landen hielden zich redelijk aan hun afgesproken plafond voor de produktie, maar de belangrijkste Noordzee-producenten, Noorwegen en Groot-Brittannië, gooiden roet in het eten met een sterk stijgend aanbod.

De OPEC-ministers konden het in maart niet eens worden over produktiebeperking, vooral omdat Saoedi-Arabië halsstarrig vasthield aan zijn sinds de Golfoorlog opgeschroefd marktaandeel van 8 miljoen vaten per dag. Toch moest de oliemarkt een signaal krijgen en de ministers besloten voor het eerst hun gezamenlijk produktieplafond van 24,52 miljoen vaten per dag voor heel 1994 te laten gelden. Hoewel dat niveau voor het tweede en derde kwartaal nog iets te hoog is vergeleken met de wereldvraag naar OPEC-olie, heeft dat besluit toch de redding gebracht. Westerse oliehandelaren en -maatschappijen vulden snel hun voorraden aan met goedkope olie, om voldoende brandstof voor het derde en vierde kwartaal op de markt te kunnen brengen, wanneer de vraag door seizoensinvloeden toeneemt.

Een extra meevaller in de afgelopen maanden was de aantrekkende economie in de VS en een aantal Westeuropese landen. Die factoren samen hebben de olieprijs met ruim 4 dollar opgedreven, vergeleken met het dieptepunt van februari. De laatste weken kwam daar nog een effect bij: beleggers zoeken hun heil meer in grondstoffen in plaats van aandelen en obligaties die door waardedalingen minder in trek zijn. Even overschreed de Noordzee-olie vorige week de 18 dollar per vat en trok de gemiddelde prijs voor de OPEC-producenten aan tot bijna 17 dollar, overigens nog steeds belangrijk lager dan de 21 dollar die de organisatie als richtprijs hanteert. De afgelopen dagen trad weer een daling in, omdat er volgens marktexperts sprake is geweest van een 'overreactie' op de termijnmarkten. De olieprijs blijft voor een groot deel onvoorspelbaar, omdat er volgens secretaris-generaal Subroto van OPEC '1001 invloeden en factoren op onze markt om voorrang strijden'. (Th.W)

GOUD

Na een spectaculaire prijsstijging vorig jaar bleef goud, een van de meest tot de verbeelding sprekende grondstoffen, de eerste maanden van dit jaar achter bij de meeste andere grondstoffen. In 1993 werd de goudprijs nog fors opgestuwd door speculatieve aankopen in goud en mijnaandelen door een legendarisch gelegenheidsduo: de Britse financier Sir James Goldsmith en de Amerikaanse meesterbelegger George Soros. In hun kielzog bracht de handel de goudprijs van een dieptepunt van nog geen 340 dollar naar over de magische grens van 400 dollar eind vorig jaar. Dat dieptepunt werd destijds veroorzaakt door de verrassende verkoop van een deel van de officiële voorraden door onder meer de Nederlandsche Bank, die 400 ton goud verkocht en de Nationale Bank van België met 200 ton.

Het herstel van de goudprijs in 1993 heeft niet alleen speculatieve oorzaken. De vraag naar goud in met name Azië, door zowel consumenten als de centrale banken daar, lijkt een stevige bodem onder de goudprijs te hebben gelegd. Lijkt goud in de Westerse wereld zijn functie als schuilplaats voor inflatie en politiek onheil grotendeels te hebben verloren, in Azië is het metaal nog steeds populair. Met name in snel groeidende economieën met een hoge inflatie wordt de gestegen koopkracht door de burger zeker gesteld met de aankoop van gouden sieraden. Een teken hiervoor is dat de sieraden zelf minder bewerkelijk zijn geworden, zodat de arbeidskosten een minder groot deel uitmaken van de intrinsieke waarde van het goud. Ook hebben Aziatische sieraden een stijgend goudgehalte. Aziatische centrale banken kopen, als aanvulling op hun groeidende deviezenvoorraad, goud bij.

Gezien de prijsstijging van het goud sinds april naar 393 dollar afgelopen woensdag, is op de internationale goudmarkt de angst verdwenen dat de vraag uit Azië niet blijvend hoog zou zijn. De meeste goudanalisten zien echter ook een duidelijk plafond voor de goudprijs bij 400 dollar. De markt houdt er rekening mee dat ook andere Westerse centrale banken, zoals die van Canada, een deel van hun goudvoorraad heimelijk in de verkoop doen, wanneer de prijs aantrekkelijk genoeg is. De verkoop van een snipper van de officiële goudvoorraden, die 35.000 ton bedragen, heeft een groot effect op een markt waar de jaarlijkse consumptie van goud maar een tiende deel van die voorraden bedraagt. De grote vijf houders van de goudvoorraad, de centrale banken van de VS, Duitsland, Zwitserland, Italië en Frankrijk verzekerden vorige maand op de jaarlijkse World Gold Conference in Londen bij monde van de Zwitserse bankgouverneur Jean Zwahlen, dat dit niet het geval zal zijn.

Hoewel de dollarzwakte van deze week de reden was van de stijging van de goudprijs tot 393 dollar, de hoogste prijs sinds januari, is goud in het Westen niet langer de vluchthaven bij uitstek. Met reden, overigens: evenals die van ruwe olie, is de prijs van goud sinds de aanvang van de jaren zeventig in dollars wel gestegen, maar gecorrigeerd voor inflatie is de waarde ook bij de recente prijsstijging nog steeds minder dan begin jaren zeventig.

ALUMINIUM

De aluminiumprijs is de afgelopen maanden met bijna 30 procent gestegen tot circa 1.450 dollar per ton, het hoogste prijsniveau sinds drie jaar. De stijging is een direct gevolg van afspraken over produktievermindering tussen de belangrijkste aluminium producerende landen. In mei daalde de produktie gemiddeld met zo'n 600 ton per dag. Volgende maand komen de producenten weer bijeen om te praten over capaciteitsvermindering. Of opnieuw tot reductie zal worden besloten is maar de vraag: de producenten kunnen door de snel stijgende prijs betalingsproblemen krijgen met hun afnemers. Speculanten zijn inmiddels op de markt verschenen in de hoop munt te slaan uit verdere prijsstijgingen. Een andere oorzaak van de hogere prijs is het economisch herstel in de Verenigde Staten, waar de vraag uit met name de bouw en de auto-industrie aantrekt. Bovendien wakkert de vrees voor een gewapend conflict rond Noord-Korea de speculatie met aluminium en koper, twee belangrijke grondstoffen voor de defensie-industrie, aan. De wereldwijde produktie van aluminium bedroeg vorig jaar ongeveer 15 miljoen ton. De belangrijkste producentenlanden zijn Canada, Australië, Noord-Amerika en Rusland.

NIKKELOok nikkel vaart wel bij de aantrekkende wereldeconomie. Na een aantal slappe jaren is de prijs de afgelopen twee maanden met ruim 1.000 dollar per ton toegenomen. Daarmee is de nikkelwinnig weer rendabel geworden. Oorzaken zijn de opleving in met name de Amerikaanse en Britse industrie, stakingsdreiging in Canada en de teruglopende produktie in Rusland. Canada, Rusland en Australië zijn de belangrijkste nikkelproducenten in de wereld. De totale produktie liep terug van 571.500 ton in 1992 naar 547.700 ton vorig jaar. Aan de dalende produktie ligt niet alleen de malaise in Rusland, maar ook het jarenlange lage prijsniveau ten grondslag. De kleine nikkelmarkt wordt frequent bezocht door speculanten - vorige maand bestond 60 procent van de beleggers in nikkel uit grote fondsen. Handelaren verwachten dat de prijs zal oplopen tot 6.500 à 7.000 dollar per ton.

KOPER

Koper is populair bij speculanten: de voorraden raken op nu Europa en Japan langzaam uit de recessie tevoorschijn komen en de kans dat de vraag het aanbod volgend jaar overstijgt is reëel. Verdere stijging van de prijs, nu op het hoogste punt in bijna twee jaar, ligt dus in het verschiet. Koper is bij uitstek een conjunctuurgevoelig produkt wegens de toepassing in de bouw en de elektronica. Een andere belangrijke oorzaak van de stijgende koper- en aluminiumprijs is de spanning rond Noord-Korea. De vrees voor oorlog wakkert de vraag naar deze grondstoffen voor de defensie-industrie flink aan. De prijs is de afgelopen twee jaar fors op en neer gegaan door toedoen van China, die eind 1992 veel koper kocht en daarmee de prijs opjoeg. Enkele maanden later verkochten de Chinezen het koper weer, om de prijs op de wereldmarkt te drukken en vervolgens in een rustiger tempo koper in te slaan. De wereldwijde koperproduktie bedraagt ongeveer 9 miljoen ton per jaar. De belangrijkste producenten zijn de Verenigde Staten en Chili.

KOFFIE

Een van de gangmakers in de grondstoffenprijs-rally is koffie. Na vijf jaar van dalende prijzen schoot de koffieprijs begin dit jaar omhoog, een tendens die vorig jaar zomer al zichtbaar werd. In het afgelopen jaar is de prijs verdubbeld. Inmiddels heeft de prijs zich enigszins gestabiliseerd rond de 2400 Britse ponden per ton, het hoogste niveau sinds 7,5 jaar. De branders hebben zich reeds genoodzaakt gezien om de prijs van een pak koffie te verhogen. Een van de belangrijke oorzaken van de prijs-explosie, volgens de Vereniging van Nederlandse Koffiebranders en Theepakkers, is de langdurige verwaarlozing van koffieplantages als gevolg van de jarenlange lage prijs. Dat leidde met name in Brazilië en Colombia, de twee belangrijkste koffieproducenten, tot minder goede oogsten en op de internationale markt tot vrees voor schaarste. Van een tekort is echter nog geen sprake.

De wereldwijde produktie bedraagt dit jaar 89,9 miljoen balen (van 60 kilo), de totale consumptie in de importerende landen lag vorig jaar op ruim 61 miljoen balen. Ook het besluit van de belangrijkste koffielanden om hun export te beperken en zo de extreem lage prijs op te krikken, heeft effect gehad. Ten slotte is de goedkope en dus weinig riskante koffie een goed toevluchtsoord voor beleggers gebleken, al hebben de meeste speculanten inmiddels hun winst genomen en zijn ze weer verdwenen van de koffiemarkt. De grootste koffieproducenten zijn Brazilië en Colombia.

CACAO

Na jaren van overschotten vertoont de cacaomarkt sinds twee jaar een gering tekort. Samen met berichten over droogte in Ivoorkust, het belangrijkste cacao-producerende land, heeft de dreigende schaarste de prijs omhoog gestuwd, van circa 955 pond per ton aan het begin van het jaar naar zo'n 1.000 pond nu. De cacaoprijs staat daarmee op hoogste niveau sinds twaalf jaar. De prijsstijging heeft de nodige speculatie uitgelokt, volgens experts, maar die is niet de grondslag van de prijsontwikkeling. De stijging van de cacaoprijs valt in het niet bij die van de koffieprijs: 50 pond per ton voor cacao sinds begin dit jaar, tegen koffie 1.000 pond per ton. Dat de cacaomarkt veel minder explosief reageert op marktveranderingen of klimatologische tegenslagen is te danken aan het feit dat cacao een markt is waar op de lange termijn wordt gekocht, terwijl koffie een korte-termijnmarkt is. Handelaren verwachten dat de prijs zal oplopen tot ongeveer 1.200 pond per ton aan het einde van het jaar. De stijgende cacaoprijs heeft niet of nauwelijks gevolgen voor de consument, omdat produkten als chocolademelk of chocoladerepen voor slechts een klein deel uit cacaopoeder bestaan.

RUBBER

Net als koffie hebben de rubberplantages te lijden gehad onder jarenlange verwaarlozing als gevolg van lage prijzen op de wereldmarkt. Nu de vraag in met name de Verenigde Staten (gevolg van het economisch herstel, waardoor de vraag naar nieuwe auto's en dus autobanden aantrekt) en China aantrekt, dreigt dan ook schaarste en stijgt de prijs. Het afgelopen jaar is de rubberprijs met ongeveer 30 procent gestegen en het einde is nog niet in zicht. Deskundigen verwachten dat de prijs met nog eens 50 procent omhoog zal gaan. Speculatie heeft weinig of geen invloed op de rubberprijs. Rubberexperts verwachten over enkele jaren een structureel tekort op de markt. De wereldwijde produktie van natuurrubber bedroeg vorig jaar 5,4 miljoen ton. De belangrijkste producenten zijn Thailand en Indonesië.

KATOEN

De katoenmarkt verkeert in grote problemen. Overstromingen en droogte in China ('s werelds grootste katoenproducent) evenals aantasting door insecten en virussen in Pakistan, Turkije en India hebben de produktie met circa 480.000 ton doen afnemen. Daardoor is de prijs op de wereldmarkt het afgelopen half jaar met circa vijftig procent gestegen. Daarmee heeft de katoenprijs het hoogste niveau bereikt sinds bijna drie jaar. De wereldproduktie bedraagt 6 miljoen ton per jaar. De economische gevolgen voor de katoenlanden zijn rampzalig. Als gevolg van een exportstop is het bruto nationaal produkt van Pakistan met 2 procent gedaald. Ook Turkije, China en India hebben hun katoenuitvoer geheel of gedeeltelijk stilgelegd om de eigen textielindustrie van grondstof te kunnen blijven voorzien. De produktie in China is gedaald van 3 miljoen ton in 1992 naar 1 miljoen dit jaar. Veel textielfabrieken in het land liggen stil.

GRANEN

De granenmarkt - met als belangrijkste elementen mais, tarwe en sojabonen - is de oudste en qua volume de grootste grondstoffenmarkt. De handel in mais is de omvangrijkste sector van de granenmarkt, de sojahandel is het meest hectisch, volgens handelaren, omdat in deze branche het meeste geld omgaat. De granen zijn klimatologisch gezien het gevoeligste deel van de grondstoffenmarkt. Eén regenbui is voldoende om de handel in rep en roer te brengen. De granenmarkt is thans het populairste deel van de grondstoffenmarkt, volgens kenners, die in dit verband de naam Soros laten vallen. Daarmee zijn de granen toegetreden tot de wereld van de 'high finance', zoals de Financial Times onlangs schreef. Het gevolg daarvan is dat de dagelijkse prijsschommelingen veel heftiger zijn dan gerechtvaardigd is op basis van oogstberichten. De prijzen van granen zijn dit jaar gestegen als gevolg van tegenvallende oogsten vorig jaar. Zowel de mais- als de soja-oogst viel vorig jaar beduidend kleiner uit dan in 1992. De landbouw kreeg nog een extra klap van de overstromingen in de VS. De wereldproduktie zal dit jaar vermoedelijk uitkomen op 837 miljoen ton, 48 miljoen ton meer dan vorig jaar.