De positieve gevoelens van topvoetballers

Het heerlijkste eufemisme tot dusver van het WK komt uit het Duitse kamp.

“Positive Unruhe.”

Het werd gisteravond uitvoerig in al zijn facetten getest door Egidius Braun, de voorzitter van de Duitse voetbalbond. De interviewer van het ZDF confronteerde hem met de groeiende kritiek in de Duitse ploeg op het beleid van coach Berti Vogts.

De toon van de interviewer was onheilszwanger. Of de Duitse natie niet dreigde af te glijden naar de troebelen van weleer, te weten het WK van 1974, toen de zachtmoedige coach Helmut Schön op een bepaald moment getergd met de vuist op tafel moest slaan. En dan die kritiek van verdediger Thomas Berthold. Die vond dat Lothar Matthäus naar het middenveld moest terugkeren om meer inhoud aan het aanvalsspel te geven. En nu we toch aan het klagen waren: hadden zich de afgelopen weken niet te veel vrouwen en kinderen van spelers in het trainingskamp mogen vertonen?

Herr Egidius Braun hoorde het allemaal welwillend aan. Hij begon geduldig uit te leggen dat Stefan Effenberg wel eens een kindje meegenomen had, maar dat dat allemaal in goed overleg was gegaan. Daarna waren er nog meer vrouwen en nog meer kindjes het trainingskamp binnengekomen, zonder dat iemand daar aanstoot aan had genomen. En wat betreft Bertholds kritiek op Vogts: dit was nou een geval van “Positive Unruhe”. De spelers wilden niet zomaar genoegen nemen met een plaats in de achtste finales, nein, ze wilden ook de broodnodige Begeisterung opwekken.

“Maar het bezwaar van Berthold is dat Vogts het zwakke spel goedpraat”, zei de interviewer.

Braun schudde wijs het hoofd. “Mijn zorg is juist dat Berti te kritisch met zichzelf omgaat.”

Een verrukkelijk gesprek. Braun in de universele rol van de autoriteit die alles rechtpraat, de interviewer die er niets van gelooft, maar die zich moet inhouden omdat hij weet dat de programmadirectie niet op kritische interviews met autoriteiten zit te wachten.

Ook om een andere reden was het een prettige uitzending. Als het om conflicten in het trainingskamp gaat, heeft het Nederlands elftal altijd vooropgelopen. Desertie, naaktzwemmen, gekuip tegen de coach, we hebben het allemaal mogen meemaken. Laten de voetbalfans in andere landen nu ook maar eens hun portie krijgen.

Mijn enige zorg is dat de sfeer in het Nederlandse kamp misschien een tikje té sereen dreigt te worden. Harry Vermeegen vroeg aan Frank Rijkaard hoe de stemming was. “Ik heb een goed gevoel”, zei Rijkaard. “Er is een goede sfeer. Er wordt goed gewerkt, spelers en begeleiders hebben veel voor elkaar over. Dit kan alleen maar positief werken.”

U zult begrijpen bij welk woord ik ineenkromp.