Christelijk erfgoed verliest terrein bij Europese Volkspartij

Niet alleen als het gaat om het voorzitterschap van de Europese commissie neemt het CDA een minderheidspositie in temidden van de Europese christendemocraten. Mogen gewone centrum-rechtse partijen uit Italië, Frankrijk en Engeland deel gaan uitmaken van hun samenwerkingsverband? Terwijl een meerderheid binnen de Europese Volkspartij liever machtig is dan principieel, houden de Nederlanders vast aan de christelijke beginselen en kiezen zo voor het politiek isolement.

BONN, 24 JUNI. Terwijl afgelopen woensdag de leiders van de Europese christendemocraten in Brussel een laatste poging deden om een keuze te maken voor Lubbers òf Dehaene, kwam in een Bonn een select gezelschapje bijeen om te praten over een kwestie die op de wat langere termijn minstens zo belangrijk is voor de Europese christendemocratie. In een vergaderzaal van de Konrad Adenauer Stiftung spraken buitenlandspecialisten van het CDU-partijbureau, van de CDU-Bondsdagfractie, van het Bundeskanzleramt en van het ministerie van buitenlandse zaken over het leggen van contacten met Berlusconi's Forza Italia. En over de toetreding van deze grootste partij van Italië tot de gelederen van de EVP, het samenwerkingsverband van Europese christendemocraten.

Op tafel broodjes en glazen, aan de wand van de vergaderzaal tientallen portretten van de Europese toppolitici die hier eerder om de tafel hebben gezeten. Want, zoals bondskanselier Kohl doorgaans het meeste gewicht in de schaal legt bij concrete politieke beslissingen, zo is de Adenauer Stiftung als rijke en machtige denktank van de CDU achter de schermen vaak bepalend geweest voor de koers en het bestek van de Europese christendemocratie. Berlusconi blijkt ook voor de Duitsers een gevoelig onderwerp. Voor de bondsdagverkiezingen van dit najaar zal dan ook geen zaak worden gemaakt van zijn opname in de EVP. Toch is de sfeer verre van zorgelijk. Verscheidene van de ruim twintig aanwezigen blijken kort tevoren zelf naar Rome te zijn gereisd om daar persoonlijk contacten te leggen en de mogelijkheid van een 'dialoog' met Forza Italia te onderzoeken. Het is nog de vraag wat Berlusconi op Europees gebied voorstaat. Maar, zo wordt opgemerkt, de nog onervaren politici van Forza Italia kunnen worden beïnvloed en ze willen graag. Slechts zijdelings wordt opgemerkt dat de collega's van het CDA natuurlijk weer stevig dwars zullen liggen bij het opnemen van niet-christelijke partijen in hun Europese fractie. De Nederlanders worden hier als 'uitzonderlijk confessioneel' beschouwd. De CDU is gewoon een centrum-rechtse volkspartij, die zich op de christelijke waarden baseert.

CDA-lijsttrekker Hanja Maij-Weggen onderschrijft desgevraagd die analyse. Volgende week moet zij in de EVP-fractie opnieuw de confrontatie aan over voortzetting van het lidmaatschap van de Britse conservatieven en eventuele toelating van Gaullisten en de partij van Berlusconi. In alle drie de gevallen zal zij daartegen pleiten. Het CDA wil binnen de EVP het christen-democratisch erfgoed zuiver houden. Zij maakt bezwaar tegen politici die zich uit strategische overwegingen aansluiten bij de christen-democratie en niet het evangelie als inspiratiebron accepteren.

Over Forza Italia is ze kort. De Italiaanse Partito Popolare, het bij de EVP aangesloten schamele restant van de eens oppermachtige Italiaanse christen-democraten, is volgens haar absoluut tegen aansluiting van Berlusconi. Dus moet de deur ook om formele redenen dicht blijven. Maar bij de Duitse CDU wordt niet uitgesloten dat de Partito Popolare en Berlusconi elkaar nog eens vinden. Forza Italia moet gewoon een paar maanden geduld oefenen, lijkt de conclusie.

De EVP-fractie bezette voor de laatste verkiezingen 162 van de 518 zetels in het Europese parlement. Nu heeft de fractie (inclusief de Britse conservatieven, die er nu nog 'op individuele basis' lid van zijn) nog slechts 148 van de 567 zetels. Als 'rijp en groen', zoals Maij-Weggen het noemt, erbij komt kunnen het ongeveer 180 zetels worden. Samengaan met niet-christelijke partijen kan het verlies van macht beperken dat het gevolg is van de teruggang bij de laatste verkiezingen. Ooit waren de christen-democraten de stuwende kracht achter de Europese integratie. De aartsvaders van de Europese Unie - de Duitser Konrad Adenauer, de Fransman Robert Schuman en de Italiaan Alcide de Gaspari - hoorden allemaal tot deze stroming. In CDU-kringen vindt men dat die macht zo veel mogelijk hersteld moet worden en dat de EVP moet streven naar een zo sterk mogelijk conservatief blok tegenover de socialisten. De gedachte aan concurrentie in het Europese parlement van een niet-christen-democratische centrum-rechtse groep is voor Duitse christen-democraten een vloek. Bondskanselier Helmut Kohl zit bovendien liever met geestverwanten aan tafel die iets in de melk te brokkelen hebben dan met vertegenwoordigers van partijen zonder macht.

De Italiaan Arnaldo Forlani denkt er precies zo over. Hij vindt dat de christen-democratische overblijfsels in zijn land er het best aan doen bij de rechtse coalitie van media-magnaat Berlusconi aan te schuiven. Forlani was ooit minister van staatsbedrijven, van defensie, van buitenlandse zaken, hij was premier, politiek secretaris en voorzitter van de Democrazia Cristiana, en daarom lange tijd één van de machtigste mannen van Italië. Nu is hij ook door oude Duitse CDU-vrienden verguisd en zit hij tot aan zijn oren in processen wegens corruptie. Hij denkt dat de Italiaanse kiezers die op Berlusconi hebben gestemd, kozen voor voortzetting van de regeerbaarheid van het land, die daarvoor werd verzekerd door zijn aan schandalen bezweken Democrazia Cristiana.

José Maria Gil-Robles, parlementariër van de Spaanse Partido Popular, die nu al als niet-christelijke partij volwaardig deel uitmaakt van de EVP, zegt in Straatsburg: “Het is best mogelijk dat de meerderheid van de EVP op een dag niet meer christen-democratisch is. Het gaat erom dat we het eens zijn over het grote belang van het individu, de sociale markteconomie, de solidariteit, de subsidiariteit met het respect voor de autonomie van stad, provincie en land, en om onze gedachten over Europa.”

Binnen de Vlaamse Christelijke Volkspartij (CVP) is op dit moment een discussie gaande over de vraag of het woord christelijk niet uit de naam van de partij moet verdwijnen. De christen-democraten zouden daardoor in een tijd van ontkerkelijking aantrekkelijker kunnen worden. Het stemt de voormalige Belgische premier en minister van buitenlandse zaken Leo Tindemans treurig. Hij wil de C absoluut niet kwijt. “Het mooiste deel van mijn leven heb ik gewerkt voor een christelijke partij. Dat laat ik niet los. We moeten ons niet als louter opportunisten opstellen. Ik zie op korte termijn geen jongeren die dat doen. Als wij de moed hadden voor onze ideeën op te komen, dan zouden veel gematigde socialisten en liberalen naar de christen-democratische partijen komen.”

Maar Tindemans heeft het tij tegen. In Frankrijk ging de christen-democratische Mouvement Républicain Populaire (MRP) - waartoe Europees aartsvader Robert Schuman behoorde - eind jaren zestig al geheel onder. Restanten van de MRP vonden een plaats binnen het Centre des Démocrates Sociaux (CDS), dat aangesloten is bij de EVP, maar ook een federatie heeft gevormd met de liberale Union de la Démocratie Française (UDF) van de Franse ex-president Valéry Giscard d'Estaing. Pierre Bernard-Reymond is nu als CDS-politicus lid van de EVP-fractie in het Europese parlement. “Bij de christen-democraten zit je bij de grootste en invloedrijkste centrum-rechtse groep”, zegt hij, “maar christen-democraat voel ik mij niet. De christen-democratie is geen politieke macht meer in Frankrijk.”

Volgens Christopher Beazly, een Britse Conservatief die in het Europese parlement met de EVP samenwerkt, is het merkwaardig dat christen-democraten hun beginselen en programma in documenten vastleggen. Voor hem is papier geduldig en gaat het om de praktische politiek. Vandaar dat Beazly geen moeite heeft met christen-democratische beginselen die hij niet deelt. Conservatieven zouden in het Europese parlement een eigen groepering kunnen vormen met behalve de Britten, de Franse Gaullisten en Italianen van Berlusconi ook Grieken, Scandinaviërs en Spanjaarden. “Dan worden de christen-democraten zwakker. En worden Duitsers gelukkig als ze gescheiden zijn van Fransen, Britten en Italianen”, vraagt Beazly.

De Duitser Horst Langes, die lang voor de CDU in het Europese parlement zat, hecht wel aan het christen-democratische profiel, maar heeft toch voornamelijk voordelen ervaren van de samenwerking met de Engelsen. “Die samenwerking is tot stand gekomen tegen de zin van de Nederlanders en de Italianen, maar heeft ertoe geleid dat conservatieve politici meer van ons Europese denken zijn gaan begrijpen. Het probleem is geen ideologische, maar een praktische zaak : zijn in een coalitie de christen-democraten sterk genoeg om groepen als de Gaullisten en Forza Italia te beïnvloeden?”

Europarlementariër Arie Oostlander, voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau van het CDA, deelt echter Maij-Weggens bezwaren tegen verwatering van het christelijke element en verwoordt ze zo mogelijk nog welsprekender: “Groepen als Forza Italia en Gaullisten kunnen bij ons de zaak uithollen. Ze hebben geheel andere gedachten over kapitalisme en nationalisme. Ik kan geen burger duidelijk maken waarvoor ik sta als ik zeg dat ik centrum-rechts ben. Dan heb ik liever een kleinere christen-democratische groepering die weet waarvoor ze staat.”

“We zijn wel wat apart”, typeert Oostlander met veel gevoel voor understatement de positie van CDA'ers binnen de EVP. Hij zou het liefst zien dat de conservatieve partijen in het Europese parlement een eigen fractie vormden. Graag had hij dan dat zij de Grieken van Nea Demokratia ook meenamen. Deze conservatieve partij van premier Constantin Mitsotakis is volwaardig lid van de Europese christen-democratische organisaties, maar wordt ook wegens de Grieks-orthodoxe godsdienst als een vreemde eend in de bijt gezien. En, zegt Oostlander, met een bij uitzondering zeer pragmatisch argument: “Iedereen is toch blij als hij geen Griek in zijn fractie hoeft te hebben?”