CDA verliest aanhang in zuidelijke provincies

DEN HAAG, 24 JUNI. Het CDA heeft bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen meer nadeel ondervonden van de hoge ontkerkelijking onder rooms-katholieken dan van ontrouw van die kiezersgroep. Terwijl het CDA op 3 mei in totaal 37 procent van zijn aanhang verloor, liep de aanhang onder roomskatholieke kiezers slechts met 26 procent terug.

Dit schrijven mr. J. van Gennip, directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA, en H. Tjalma-Den Oudsten, beleidsmedewerker van die partij, in het informatiebulletin van het RK Kerkgenootschap. De cijfers kunnen van invloed zijn op het debat in het CDA of het zich op de christelijke achterban moet richten of meer op niet-kerkelijke groepen kiezers.

Het percentage kiezers dat zichzelf officieel katholiek noemt, is sinds de verkiezingen in 1989 teruggelopen van 33,5 naar 25. De groep die opgeeft geen religie te hebben, is toegenomen van 35 naar 55 procent, aldus Van Gennip en Tjalma die zich baseren op gegevens van het bureau InterView. Eén en ander neemt niet weg, geven beiden toe, dat de aanhang van het CDA in de zuidelijke provincies “dramatisch is gedaald”. Het CDA is er niet in geslaagd om kiezers met een zuidelijk, katholiek nestgevoel aan te spreken. Het artikel rept van een “vertrouwensbreuk” met bepaalde categorieën burgers die in katholieke streken oververtegenwoordigd zijn, zoals agrariërs, plattelandsbewoners en bejaarden.

Van het katholieke electoraat stemde ditmaal 40 procent op het CDA tegen 54 procent in 1989. Weliswaar een kwart minder, maar “relatief gezien niet dramatisch”, schrijven de twee auteurs. De partij verloor immers ruim een derde van haar totale achterban. Verhoudingsgewijs was het verlies van de PvdA onder rooms-katholieken groter, aldus Van Gennip en Tjalma. Stemde in 1989 nog 23 procent van het katholieke electoraat op de socialisten, deze maal was dat slechts 15 procent; ruim een derde minder.

Van Gennip en Tjalma gaan ook in op de vraag of het geringe aantal katholieken in beeldbepalende posities binnen het CDA een rol heeft gespeeld in het verlies. Hoewel katholieken als Van Agt en Braks geweldige stemmentrekkers waren, is het de vraag of zij dat waren als katholieken of als mensen die verwantschap met de zuidelijke achterban uitstraalden. De auteurs denken dat dit meer een zaak is van herkenbaarheid en geografie dan van bloedgroepen.