Amerikanen als de evangelisten van het voetbal

SAN FRANCISCO, 24 JUNI. Er is voor de Amerikanen geen ontkomen aan. Agressiever kan de reclame voor de World Cup Soccer dezer dagen tussen Boston en Los Angeles niet zijn. Wie op een vliegveld van een stad aankomt waar WK-wedstrijden worden gespeeld, komt meteen affiches tegen en kraampjes met allerhande attributen die verwantschap hebben met het toernooi - van shirtjes van de deelnemers tot videobanden met historische duels.

De dag- en weekbladen kunnen niet om het WK-voetbal heen. Uitgebreid wordt in artikelen en tekeningen uitgelegd hoe voetbal wordt gespeeld en wie 's werelds beste voetballers zijn. Elke dag staat er wel een reportage in een krant over voetbal, over voetbal in Amerika, over jeugdvoetbal, over het populaire vrouwenvoetbal en waarom voetbal in de VS tot dusver geen volkssport werd.

The Dallas Morning News presenteerde deze week op de kinderpagina 'een voetbalquiz voor ouders' (Help mom en dad learn the game). Hoeveel spelers telt een voetbalteam? Wat is koppen? Wat is dribbelen? Wat is tackelen? Vragen die kinderen aan ouders moeten stellen.

Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. Dus wordt bijna alles in het werk gesteld door degenen die voetbal in de VS populair willen maken om de eetlust van de Amerikanen op te wekken. Een German-burger, een Dutch-burger, een Brazilian-burger en zo verder. Wat een Dutch-burger voorstelt? Gewoon, een platgeslagen stuk gemalen vlees tussen twee halve bolletjes witbrood met gesmolten kaas en veel oranje saus. De Braziliaanse heeft gele saus, de Duitse witte en de Nigeriaanse groene. Heerlijk!

Amerikanen kunnen echt genieten van voetbal - ze hebben de gekleurde sauzen en de prullaria niet nodig. Ze genieten van de rare kunsten van de Colombianen en van de oogverblindende combinaties van de Brazilianen. Ze zien in dat de Brazilianen het mooiste voetbal spelen. En als ze het niet zien, dan begrijpen ze intussen van de feesten die de Braziliaanse fans rondom voetbal maken dat deze sport iets extra-dimensionaals aan het leven kan toevoegen. Waar gedanst wordt, moet iets te vieren zijn. Daar moet het geluk te vinden zijn.

Maar zonder Amerikaanse deelnemers zou voetbal minder kans hebben om populair te worden. De populariteit van een sport gedijt bij helden. Daarom wordt naarstig gespeurd naar Amerikaanse voetballers die als identificatiesymbool voor de Amerikaanse jeugd kunnen dienen.

Tony Meola, de excentrieke maar degelijke doelman van het Amerikaanse elftal, komt in de schijnwerpers van de publiciteit te staan, evenals Alexi Lalas, de rocker met het lange rode haar en zijn rode sik. Ze zouden als Michael Jordan en Joe Montana moeten worden. Zo fenomenaal zijn ze niet, maar ze moeten wel als voorbeeld dienen.

Voetballers, ze dragen geen helmen, ze gebruiken hun handen niet en de besten zijn niet zwart - het is een wonder. Maar ze zorgen wel voor spektakel. Want wat je ook op Amerikanen kunt aanmerken, ze zijn gek op sport. Ze maken van alles een sport. Kijk een avond naar de nationale sportzender ESPN en je weet dat van alle bewegingen die een menselijk lichaam kan maken, met of zonder hulpmiddelen, een wedstrijd te maken is. Het lichaam moet het van de geest winnen.

Elke wedstrijd wordt vergezeld door deskundig commentaar en analyses aan de hand van statistieken. Wie niet scoort, wordt geacht een psychotherapeut te raadplegen. Zonder scorend vermogen, word je verstoten. Een verliezer is als de pest voor de samenleving. Asocialer kan bijna niet.

Met waar genoegen luister je niettemin naar de commentaren. Het duo geeft tekst en uitleg bij manoeuvres op het veld. Ze maken van elke wedstrijd een sensatie. Ze geven positieve kritiek. Ze hebben compassie met spelers die een fout maken en bewondering voor spelers die creatief zijn. Voetbal wordt door mensen gespeeld en daar horen menselijke fouten bij. Dat is wat ze steeds duidelijk maken, het is innemend.

Eddie Poelman, Frank Snoeks en Kees Jansma onderbreken hun voetbalcommentaar door uitgebreid reclame te maken voor scheermesjes en snoepgoed. Nee toch? Ja dus. Op ESPN, het kabelstation dat vrijwel alle WK-wedstrijden uitzendt, doen ze het. Het is niet eens zo hinderlijk als de aankondigingen van reportages van volgende wedstrijden. Midden in een sprankelende aanval zo'n bord voor je kop te krijgen met tekst op het halve beeldscherm. Begrijpen ze dan niks van voetbal?

Maar vreemde ogen dwingen. Misschien hebben de marketing-adviseurs van de wereldvoetbalfederatie dat wel gedacht toen ze Amerika de organisatie van het WK toebedeelde. Voetbal was aan een facelift toe na de trieste titelstrijd van 1990. Er werden maatregelen getroffen om het spel aantrekkelijker, dus aanvallender te maken. Bonuspunten voor een overwinning met name. In een continent als Noord-Amerika weten ze niet beter. Dat kwam goed van pas. Wanneer Amerikanen het voetbalspel gaan waarderen, is er nog hoop voor de expansiedrift van Koning Voetbal.

En er wordt gescoord gedurende de eerste week van het WK. Op de tribunes van de Amerikaanse stadions heerst een hemelse sfeer. De zon schijnt. Wie niet scoort valt uit de gratie in Amerika. “Waarom wordt er niet gevochten?”, vroeg een Amerikaan die gek is van ijshockey. “Het moet voor een aanvaller toch frustrerend zijn om niet te scoren. Dan sla je er toch ook op los. Je moet toch scoren. Als er niet gescoord wordt, word je gek. Dan sla je toch iedereen op zijn bek!”

Is dat de frustratie die voetballiefhebbers tot razernij brengt? Er moet meer gescoord worden. Dat schenkt bevrediging. Dat brengt rust op de tribunes. Meer doelpunten zou de oplossing kunnen bieden voor de door frustratie ontwikkelde agressie onder de fans. Misschien weten we het na de World Cup. Amerikanen als de evangelisten van het voetbal.