Wachten op de visitatie

Net als het wetenschappelijk onderwijs kent het HBO onafhankelijke visitatiecommissies om de opleidingen op kwaliteit op kwaliteit te beoordelen. De scholen wachten in spanning af.

'Die dag staat net als mijn trouwdag en de geboorte van mijn eerste kind in mijn geheugen gegrift''. Gerrit de Haan, afdelingsmanager van de pabo van de Hogeschool van Amsterdam, over de dag dat een visitatiecommissie een bezoek bracht aan zijn opleiding.

Sinds 1990 trekken in opdracht van de HBO-Raad, de vereniging van hogescholen, regelmatig gezel- schappen wijze mannen en vrouwen door het land om de HBO-opleidingen op hun kwaliteiten te beoordelen. Bij het management en het onderwijzend personeel van de opleidingen veroorzaken deze bezoeken een 'eindexamengevoel' of zelfs het idee voor een rechtbank te moeten verschijnen.

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs geeft het HBO niet alleen de vrijheid om onderwijsprogramma's in te vullen, maar ook de verantwoordelijkheid voor de controle van de kwaliteit van het onderwijs. De HBO-Raad heeft voor de externe keuring, net als het wetenschappelijk onderwijs, visitatiecommissies in het leven geroepen. Louise van Hartingsveld, programmamanager Kwaliteitszorg bij de HBO-raad: “Een commissie krijgt van ons een leidraad mee, maar is verder onafhankelijk. De gemiddeld acht leden hebben daarom zo min mogelijk banden met het HBO. Bij de samenstelling houden we wel rekening met belangenverenigingen van het beroepenveld waarvoor de te visiteren studierichting opleidt. Het gezag van bijvoorbeeld de visitatiecommissie accountancy en de impact van haar rapport zou nihil zijn als de Nivra de samenstelling betwist. Verder letten we er op dat er genoeg deskundigheid aanwezig is op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt en organisatie en beleid”.

Vandaar dat de commissies mensen van diverse pluimage herbergen. Zo leidde Jan Bank, na een journalistieke carrière bij de Volkskrant hoogleraar Vaderlandse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, de commissie die de scholen voor de Journalistiek doorlichtte, en stondoud-gedeputeerde Roel Vos aan het hoofd van de commissie voor facilitaire dienstverlening. “Toen ze me vroegen wist ik niet eens wat dat was, maar ik ga er maar vanuit dat ze me gevraagd hebben omdat ik een groepje mensen kon leiden”.

Zelfkritiek

Voor de commissieleden, die voor hun arbeid een 'redelijke' geldelijke vergoeding krijgen, betekent het visiteren een 'zware inspanning'. In volle agenda's moet plaats gevonden worden voor een groot aantal bezoeken. Het HBO kent immers ondanks de recente fusiegolf nog altijd meer dan zeventig hogescholen. Weliswaar is er geen opleiding die op alle hogescholen wordt gegeven, maar sommige wel op zoveel dat soms meer dan veertig bezoeken nodig zijn. Om afronding van de commissiewerkzaamheden binnen afzienbare tijd mogelijk te houden, is besloten de bezoeken tot een dag te beperken.

Die ene dag is volgens Bank niet te weinig voor een weloverwogen oordeel. “Als je geconcentreerd werkt, kun je in een dag relevante indrukken opdoen.” Bovendien is het oordeel van de commissie niet alleen op die ene dag gebaseerd. De opleidingen dienen eerst een 'zelfevaluatie-rapport' te schrijven met daarin hun sterke en zwakke punten wat betreft doelstellingen, curriculum, studieverloop, organisatie van het onderwijs en de aansluiting van de opleiding op de arbeidsmarkt.

“Wij hanteerden als stelregel dat de opleidingen die geen enkele zelfkritiek hadden of met veel woorden niets zeiden, iets te verbergen hadden. Dat bleek tijdens de bezoeken een werkbaar vooroordeel geweest te zijn”, aldus Vos. Het visitatiebezoek begint al de avond ervoor met het doornemen van schoolmateriaal als leerboeken, werkstukken en scripties. Vos: “Een scriptie met het niveau van mavo-2 is een goede aanwijzing”.

Het programma van de daaropvolgende dag zit vol met gesprekken. Om te beginnen met het College van Bestuur en het management van de opleiding. De eerste uitwisselingen zijn nog nerveus en stijfjes, maar allengs wordt volgens Bank de sfeer ongedwongener. “Tijdens de lunch spreken studenten en docenten wat onverbloemder. Op die manier kom je erachter of er iets mis is. Je moet wel oppassen dat je geen speelbal wordt in interne conflicten”. Aan het einde van de dag geeft de commissie haar eerste indrukken weer. Hoewel het oordeel slechts voorlopig is, geldt dat voor de opleidingen toch als het moment van de waarheid.

Ongeacht het oordeel komen de opleidingen die een goede zelfevaluatie hebben geschreven zelden echt voor een verrassing te staan. Vos heeft één geval meegemaakt dat het negatieve oordeel van zijn commissie niet was verwacht. “We zijn toen maar snel weggegaan en hebben de hapjes en drankjes na afloop laten staan. Dat was sowieso al de afspraak”. Om onnodige en voortijdige discussies te voorkomen, wordt deze handelwijze alle commissies aangeraden.

Slagersgezelschap

Het uiteindelijke oordeel van de commissie staat in het visitatierapport. Dat bevat een algemeen deel over de landelijke stand van zaken en een specifiek oordeel per onderzochte hogeschool. De HBO-Raad wenst dat het rapport zo geschreven is, dat het denkpatroon van de commissie zichtbaar en hierdoor controleerbaar wordt. “Men kan van mening verschillen over wat kwaliteit is. Dat is niet erg, zolang iedereen maar duidelijk maakt wat hij onder kwaliteit verstaat”, aldus Cees de Jong van de bureau-directie van de HBO-Raad.

In de meeste eindrapporten ontbreken harde rapportcijfers van één tot tien. Ze ademen meestal de sfeer van een consultancyrapport, waarin goede en slechte zaken op evenwichtige wijze en goed beargumenteerd aan bod komen, en waarin ook aanbevelingen ter verbetering van de kwaliteit worden gedaan. Bank verklaart deze werkwijze door te zeggen dat visitatiecommissies geen 'slagersgezelschappen' moeten zijn.

De rapporten zijn openbaar, om als verantwoording aan de maatschappij te fungeren. Met als gevolg dat bij ernstige kritiek van visitatiecommissies scholen met naam en toenaam de pers halen. De Jong geeft aan dat sommigen in het HBO vraagtekens plaatsen bij deze vergaande openheid. “In hun ogen heeft het toch iets masochistisch om je eigen vuile was buiten gehangen te zien.” Roel Vos vindt dat geen reden iets te veranderen. “Nu blijft het rapport boven tafel. Hogescholen kunnen het niet negeren, maar zijn verplicht erop te reageren”.

Gerrit de Haan van de Hogeschool van Amsterdam heeft bewondering voor het rapport dat de visitatiecommissie pabo begin vorig jaar presenteerde. Hij spreekt van een “weliswaar streng, maar rechtvaardig oordeel van een zeer capabele commissie”.

Tot nu toe zijn de rapporten van vijftien visitatiecommissies verschenen. Tot 1997 zullen er nog 31 het licht zien voor alle opleidingen zijn gevisiteerd, met de aantekening dat verwante opleidingen door een en dezelfde commissie worden onderzocht en beschreven. De HBO-Raad evalueert volgend jaar het systeem van kwaliteitsbewaking door visitatiecommissies. De eerste indruk is positief, want bij de hogescholen heerst het idee dat de visitatiecommissies voor snellere en constructievere veranderingen hebben gezorgd dan talloze onderwijsnota's.