Taxi .... taxi!....

Londen heeft de hoge zwarte Austin, New York de gele Checker en São Paulo de VW Kever. Taxi's zijn er in vele soorten en maten. Een tentoonstelling in Berlijn geeft een overzicht.

Taxi - Das mobilste Gewerbe der Welt. Museum für Verkehr und Technik, Berlijn. T/m 14 december 1994. Catalogus pap. DM 38, geb. DM 58.

Rond het beroep van taxichauffeur hangt vooral door de film een waas van romantiek. Jim Jarmusch is voorlopig de laatste cineast die daar toe heeft bijgedragen. De werkelijkheid is anders: het is eenzaam werk en rijk word je er niet van. Het is ook niet ongevaarlijk, omdat, zoals laatst in Rotterdam nog eens bleek, op elke hoek Magere Hein kan instappen. Taxichauffeurs staan bovendien in slecht aanzien, omdat veel van hen sociaal weinig vaardig zouden zijn. In Amsterdam zijn er daarom tegenwoordig cursussen voor chauffeurs om dat gebrek op te vangen. Het beeld van de bejaarde toerist die onder het toeziend oog van de chauffeur vergeefs zijn bagage in de kofferbak tracht te tillen, moet daarmee verdwijnen. Wat blijft is de bovenmodale wagen met brede velgen en spoiler en met op het dashboard visitekaartjes van een bordeel.

Dat het ook wel eens anders is wordt getoond op de leuke tentoonstelling over taxi's in het Museum für Verkehr und Technik in Berlijn, die wordt begeleid door een rijk geïllustreerde en redelijk gedocumenteerde catalogus. In Londen bijvoorbeeld wordt het belang van een goede sociale vaardigheid onderkend door aan het beroep van taxichauffeur een opleiding van drie jaar te verbinden. De chauffeur weet daarna niet alleen alles van de stad uit zijn hoofd, maar gedraagt zich bovendien als een gentleman.

In de DDR was er een opleiding van twee jaar aan verbonden eer de geslaagde cursist het marxistisch-leninistisch ideaal in de Volkseigene Betrieb (VEB) Taxi kon uitdragen. In een bijzondere reeks foto's wordt de bedrijfsvoering daarvan getoond. Het paradepaard was een vooroorlogs model uit de BMW-fabrieken in Eisenach, die na 1949 in de DDR lagen. Ruim tien jaar sierde dit tot EMW (Eisenacher Motoren Werke) omgedoopte merk de steden totdat deze wegens te groot verbruik van Volkskraftstoff door de modernere Wartburg werd vervangen. Dat de planeconomie ook in deze branche mislukte kon niet uitblijven: in Oost-Berlijn waren er op ruim 2 miljoen inwoners slechts 672 VEB Taxi's, de rijen bij de standplaatsen ten spijt.

De eerste voorlopers van de taxi waren de portechaises uit de zeventiende eeuw, die door twee mensen of paarden werden gedragen. Het pluche zat wel zacht, maar toch lijkt het vervoer niet comfortabel te zijn geweest: het gezicht van de passagier bevond zich ten opzichte van het voorste paard op 'intieme' hoogte. Nadat de bestratingen in de Europese hoofdsteden waren verbeterd, verschenen er koetsen in het straatbeeld. Ze hadden een open kap, 'cabriolet', en werden door de Engelse koetsiers cabs genoemd.

Met de koets kwamen ook de eerste regels: de koetsiers moesten op aangewezen plaatsen staan, beleefd zijn tegen de klanten en de koetsen schoonhouden. De prijzen werden tussen klant en koetsier afgesproken. De uitvinding van de 'taxameter' in 1892, een combinatie van een klok en een wegmeter, maakte een eind aan de meningsverschillen die daarbij nog wel eens ontstonden. De taxameter werd de naamgever van het beroep en het museum toont een imposante collectie van oude en nieuwe meters.

Een breekpunt in de ontwikkeling was toen de paardekoets rond 1900 concurrentie kreeg van de elektrische en de door een benzinemotor aangedreven taxi. De gemotoriseerde taxi was sneller en kon ook 's nachts worden gebruikt. Alleen gedurende de beide wereldoorlogen kwam de paardekoets kortstondig terug: auto's waren gevorderd, rubber en brandstof gingen op de bon en veel chauffeurs werden gemobiliseerd. In de Eerste Wereldoorlog werden in Parijs 3.000 taxi's gevorderd voor troepentransport naar het Marne-front dat onder zware druk stond. Per taxi werden acht soldaten in volledige uitrusting vervoerd, die aan het eind van de rit netjes het op de meter verschuldigde bedrag betaalden.

Na de Eerste Wereldoorlog nam de concurrentie onder druk van de autofabrikanten toe. Door hun gerationaliseerde produktie moest hun afzet stijgen. De taxi-markt werd bepaald door de grote merken, die veelal, zoals Citroën in Frankrijk of Checker in Amerika, eigen taxibedrijven hadden. Zelfstandigen raakten meer en meer in de knel en kwamen met goedkopere alternatieven als motorfietsen met overkapte zijspan, de 'motax'. Ze waren veel minder comfortabel en verdwenen dan ook snel. Met de economische crisis van de jaren '30 braken er, vooral in de VS grote taxi-oorlogen uit. De strijd om de beste standplaatsen werd met intimidatie en ook moord en doodslag beslist.

Heel anders was het in Letland. Daar hadden de taxi's stamgasten, waardoor niet vanzelfsprekend de eerste in de rij bij de standplaats aan de beurt was. Bovendien werden de chauffeurs voor het verkrijgen van een licentie aan 'psychotechnische' tests onderworpen. Terwijl de examinandus naar een filmpje keek met vrouwen, die zich op een strand prepareerden om te gaan baden, hield hij in beide handen hendels vast en stonden zijn voeten op pedalen. Zodra in één van de hoeken op het scherm een verkeersteken oplichtte, moest hij zo snel mogelijk met de corresponderende voet of hand reageren.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het voor grote fabrikanten te duur om speciale taxi-modellen te maken. Serie-modellen voeren sindsdien de boventoon bij de standplaatsen. Alleen Engeland met de hoge zwarte Austin, die sinds 1988 niet meer zwart hoeft te zijn, is een uitzondering.

Op de tentoonstelling staan naast veel taxameters, een portechaise, een koets en een riksja een aantal bijzondere exemplaren van bekende en minder bekende, oude en nieuwe taxi's. Behalve een bekend type als de Checker Marathon zijn de zeldzame EMW, de aerodynamische Tropfenauto uit 1921 en een kever met vier deuren de meest bijzondere exemplaren van de collectie. De uitleg bij het geëxposeerde is helaas wat summier, zodat de aanschaf van een catalogus onontbeerlijk wordt voor wie alle details over het taxiwezen wil kennen.