'Superrijk en ongerept'

Griekenlands beroemdste dichteres, Sappho, die omstreeks 600 jaar voor Christus leefde, heeft haar geboorte-eiland beroemd gemaakt. Aan de naam Lesbos is onverbrekelijk de liefde tussen vrouwen verbonden. Maar Lesbos is meer dan alleen een klank. Het zit er vol verborgen oudheidkundige schatten en in de kleine hotels zijn de vrouwen de baas.

Behalve in hotels en appartementen kunnen bezoekers van Lesbos overnachten bij een van de leden van de Women's Rural Tourism Cooperative thuis. De coöperatie heeft 250 kamers met in totaal 265 bedden verspreid over het eiland ter beschikking. Voor inlichtingen en reserveringen 00-30 253 41 238.

Voor algemene informatie over Lesbos kan men terecht bij het Grieks Verkeersbureau, Leidsestraat 13, Amsterdam. Inl 020-625 4212.

“Parthenos”, bezweert meneer Konstantinos. De grond van Lesbos is superrijk, maar nog parthenos, ongerept. Verontwaardigd reageert hij op mijn vraag waarom Lesbos naar verhouding zo weinig archeologische monumenten heeft te bieden. Integendeel, Lesbos zit er vol mee, boordevol! Maar - hier kijkt meneer Konstantinos zuinig en kiest hij zijn woorden zorgvuldig, mede omdat hij maar een mondjevol Duits en nog minder Engels spreekt - het is allemaal de schuld van de Europese Unie! Die beloven van alles, maar wat geld geven voor opgravingen - ho maar.

Meneer Konstantinos is wachter bij het 'Naos Messon' - een nogal moeilijk te vinden heiligdom. Van Zeus, Hera en Dionysos volgens de reisgidsen, van Aphrodite volgens meneer Konstantinos. “Die juffertjes en foldertjes weten van niks”, moppert hij. Hij heeft ook veel kritiek op westerse archeologen die hun wijsheid uit boekjes halen. Hoe kun je, in Zeus' naam, een heiligdom aan een bepaalde godheid toewijzen als er geen inscripties, afbeeldingen en attributen zijn opgegraven? Dat blijft gevaarlijke speculatie!

Zelfs op Robert Koldewey, de Duitse archeoloog die veel van de oudheidkundige schatten van het eiland terugvond, heeft hij lichte kritiek. Om maar niet te spreken van de Europese nitwits die een excursie van een week naar het eiland maken en meteen het hoogste woord voeren. Ze proberen zelfs de Atheense professor te beleren, onder wiens leiding meneer Konstantinos, de vurig geïnteresseerde autodidact, al decennialang werkt. En dat doen ze zonder te beseffen dat de plaatselijke bevolking het terrein al op haar duimpje kent. Hijzelf bijvoorbeeld hoeft maar naar een steen te kijken en hij weet al of het een 'oude' steen is of niet. Neen, dit was een heiligdom van Aphrodite, dat staat vast. Volgens de overlevering kwam Sappho hier geregeld met haar meisjesklas om ter ere van de godin te dansen.

De naam van de dichteres kom je op het eiland vaak tegen, maar er wordt gelukkig nog geen reclame mee gemaakt van het soort van Asterix of Jurassic Park. De toerist registreert met enige verbazing hoe de eilandbewoners haar respecteren, zonder enig gedweep, alsof het om een geëerbiedigde tijdgenote gaat wier privacy beschermd moet worden.

In Messon danste ze, wordt verteld. Het stadje Eressos geldt als haar geboorteplaats, maar archeologisch bewijs is daar niet voor. Wel is het de eerste stad in de oudheid die haar beeltenis op de munten zette. En in een koel bergdorpje bij Plomari, weet de gids te vertellen, had ze een lommerrijk buitenhuisje waar ze zich in de grootste zomerse hitte terugtrok. Dat is alles. De boekhandels van de grotere stadjes bieden een enkele tweetalige uitgave van haar gedichten aan en er zijn in het Duits of Engels een paar geromantiseerde biografieën, die de schaarse bekende gegevens over haar liefdes, verbanning en terugkeer breed uitmeten.

Sappho's leven en werk heeft in de loop der tijden door een betekenisverschuiving de naam van het eiland een bijklank gegeven die wél goed bekend is. De bus vol Nederlanders doet ietwat giechelig als de hostess de verdiensten van het eiland opsomt, die nou eenmaal gekoppeld zijn aan het aardrijkskundige adjectief. De Lesbische keramiek is wereldberoemd en de Lesbische honing idem dito, en terecht. De ervaren hostess neemt geen notitie van het gegiechel, en het ebt weg.

Lesbisch gedrag, voorzover je dat al zou kunnen waarnemen, kom je als toerist in elk geval nauwelijks tegen. Integendeel, de klassieke deugden vieren hoogtij op het eiland, wat in 't kort neerkomt op: de man - buiten, de vrouw - thuis. “Waarom zitten in de taverna's alleen mannen, waar zijn de vrouwen?”, vraag ik aan de Sancho Panza-achtige eigenaar van een groot restaurant in het bergdorp Stipsi. Diens pretentie een bredere kijk op de wereld te hebben berust op het feit dat zijn broer in Athene een uitgeverij leidt, die onder meer encyclopedieën en grote woordenboeken uitgeeft. 's Winters laat hij de Lesbische provincie voor wat ze is en werkt hij mee in de uitgeverij. “Mevrouw, de zon is hier heel erg fel en onze mannen houden van blanke vrouwen. Welke verstandige vrouw zou haar teint willen bederven? Tussen een en drie uur komen ze het huis helemaal niet uit.”

“De vrouw is de onbeperkte heerser thuis”, beleert Nikolaos ons. Hij heeft management gestudeerd in Engeland, en werkte er enige tijd. Hij verdiende er drie keer zoveel als op Lesbos: “Maar die Engelsen hebben geen benul hoe ze moeten leven. Kil is het daar en geld is ook niet alles. Vandaar dat ik ben teruggekomen en nu blijf ik hier ook.” Hij logeert vaak in ons hotel en kent de eigenaars goed. Mevrouw Eleni is al boven de zestig, maar danst nog steeds de sirtaki. Volgens Nikolaos is zij het die de hele boel draaiende houdt en haar man vertelt wat er gedaan moet worden. En dan zijn broer. Die drijft al vijftien jaar een export-import firma, maar sinds hij vijf jaar geleden trouwde, vertelt zijn vrouw hem wat en waar hij het beste kan bestellen. “En het pakt nog goed uit ook!”

Mogen vrouwen thuis de baas zijn, in het klooster Limónos worden ze geweerd door een bord met het opschrift 'Ladies not allowed'. “Ik begrijp hoe u zich voelde”, zegt Erika. Zij is een van die typisch Duitse Aussteiger, en woont al zestien jaar op het eiland. Ze werkt als reisleidster en gids en doet dat op een zeer vriendschappelijke maar toch gründliche wijze. “Twintig tot dertig jaar, schat ik, zal het duren tot de emancipatie hier daadwerkelijk komt.” Erika zucht, ze kan het weten.

Ze heeft de komst van de coöperaties meegemaakt: de vrouwenbedrijfjes, gestart met de staatssubsidie die de onvolprezen Margaret, de Amerikaanse ex-vrouw van Papandreou en strijdster voor vrouwenrechten, wist te organiseren. Veel goede hotelletjes en restaurantjes zijn zo ontstaan en de vrouwen hebben zich als de beste managers ontpopt. Maar nu is de kraan weer wat dichtgedraaid, en bovendien zijn de vrouwen niet erg actief. Ze wachten tot het van boven komt druppelen, vertelt Erika: “De huidige generaties vrouwen, tot en met de vroege dertigers, hebben nou eenmaal voorlopig vrede met hun rol.”

Ook Westerlingen vervallen hier al gauw in 's lands houding van laissez-faire. De stralende lucht, het zicht op de cypressen, olijfgaarden en de 'wijnkleurige zee' zuivert ook ons bloed van het idee dat het alleen maar goed gaat als het gauw-gauw gaat.