Rechts gevaar in Italië onderschat

Op de opiniepagina van 10 juni verdedigt Marc Leijendekker zijn afwijkende positie in de Westeuropese pers, wanneer het gaat om de deelname van neofascisten, althans leden van de Alleanza Nazionale/MSI, aan de regering van Italië. Hij stelt dat “Fini niet zo erg is” als de buitenlande pers doet geloven. De argumenten van de buitenlandse pers mogen dan inderdaad niet altijd even zwaarwegend zijn, de teneur van haar berichtgeving: 'Fini en zijn partij deugen niet' is juist.

Berlusconi en Fini stellen er prijs op om niet alleen op hun uitspraken, maar ook op hun daden en dus op hun politieke carrière beoordeeld te worden. Dat doet de internationale pers te weinig. Zo ook Marc Leijendekker. Over de oorsprong van het succes van Berlusconi kan men kort zijn: hij heeft veel te danken aan politici als Craxi en Andreotti. Zijn carrière is gelijk met die van hen op gegaan.

Over de achtergrond van de politicus Fini is tot nu toe heel weinig geschreven. Fini heeft carrière gemaakt als vertrouweling en opvolger van de vorige voorzitter van de MSI, Almirante. Almirante is aan het eind van de oorlog lid geweest van de fascistische regering. De MSI is kort na de oorlog opgericht en heeft vanaf het begin de mythe verdedigd van de 'goede dictator' Mussolini tegenover de 'kwade genius' Hitler. Almirante was een politicus van wie Fini kort geleden op een herdenkingsbijeenkomst de verdiensten benadrukte. Almirantes leiderschap stond model voor de opstelling van de MSI de afgelopen decennia: één been in de parlementaire politiek, het ander in de illegaliteit. Bekend zijn de foto's uit 1968 van Almirante temidden van zwaar bewapende knokploegen op de trappen van de universiteit in Rome. Almirante riep zijn volgelingen in 1972 openlijk op het op een 'fysiek treffen' met hun tegenstanders te laten aankomen; een oproep die gretig gehoor vond. De partijleider Almirante leunde dan weer op de ene, dan weer op de andere stroming in de partij. Gedoodverfde opvolger van Almirante werd - al eind jaren zeventig - Fini. Deze kopieert in veel opzichten zijn voorganger. De andere politieke partijen meenden het optreden van de MSI en andere rechts-extremisten uitsluitend te moeten bestrijden door de MSI zoveel mogelijk te negeren. De stroming van Almirante en Fini besloot uiteindelijk hier op te reageren. Zij ging omstreeks de helft van de jaren tachtig een flirt aan met de regeringspartijen van christen-democraten en socialisten (de grote verliezers van nu). Zij stak haar sympathie voor de krachtige politieke persoonlijkheid Craxi niet onder stoelen of banken. Craxi maakte als eerste politicus een opening voor de MSI, zodat deze uit haar isolement begon te raken.

Fini flirtte eind jaren tachtig openlijk met de racistische ideeën van Le Pen. Hij mag het racistisch geweld dan wel niet goedpraten, zijn stroming heeft zeker bijgedragen tot de sfeer, waarin dit soort extremiteiten tot uitbarsting komt.

Fini speelt momenteel niet te zeer in op de toenemende verschijnselen van racisme in Italië. Dankzij de vrijheid die hij van Berlusconi gekregen heeft, is Fini vooral bezig zijn mensen uit te zetten op een groot aantal maatschappelijke functies. Onder hen zijn mensen met een onbesproken verleden, maar veel meer overtuigde fascisten. In het Europese Parlement zijn dezer dagen voor Alleanza Nazionale fascistische diehards als Rauti en - wellicht - Abbatangelo gekozen; mensen, in het verleden betrokken bij vele gewelddaden. Bij hen vergeleken is iemand als Flip de Winter van het Vlaamse Blok een ongevaarlijke querulant.

Wat Fini en Berlusconi bindt is hun 'anticommunisme'. Maandenlang hebben Berlusconi's media de boodschap van het anticommunisme herhaald. En dat in een land waar nog maar een enkel procent van de bevolking zich 'communist' wenst te noemen. Berlusconi's Forza Italia herhaalt het draaiboek van de beruchte vrijmetselaarsloge loge P2. Ook deze was 'anticommunistisch', maar 'niet links en niet rechts'. Ook deze was in de praktijk voor een sterke vermenging van zakelijke en politieke belangen. Niet voor niets is Berlusconi lid geweest van de P2. De 'afrekening met de oude politiek' van Fini en Berlusconi bestaat vooral uit het tonen van een ander gezicht naar de buitenwereld.

Ook in Italië hebben de politieke partijen te laat ingezien dat het parlementaire systeem aan verandering toe is. Wanneer Europa een tendens, als door Fini en Berlusconi vertegenwoordigd wordt, afwachtend benadert en het voordeel van de twijfel gunt, is de kans groot dat dit soort rechts populisme verder om zich heen grijpt. Waarna een scenario klaarligt volgens welke een selecte groep politieke speculanten de hun welgevallige veranderingen zal kunnen door voeren.