Radio-actieve handel

In één jaar tijd zijn bij het meldpunt Handel in Bijzondere Metalen van het ministerie van Economische zaken ongeveer honderd gevallen geregistreerd van pogingen om in Nederland uit Oost-Europa gesmokkelde radio-actieve, zeer giftige of zeer kostbare stoffen aan de man te brengen. Het meldpunt is vorig jaar mei opgezet om beter zicht te krijgen op in Nederland uitgebrachte offertes voor illegale levering van materialen als het radio-actieve plutonium en uranium, het giftige red mercury en metalen als osmium en titanium.

Anders dan in Duitsland, waar de laatste jaren herhaaldelijk personen met levensgevaarlijke smokkelwaar in hun bezit zijn betrapt, is in Nederland bij nog geen enkele handelaar daadwerkelijk radio-actief materiaal aangetroffen. Bij de BVD, de CRI, de Economische Controledienst van het ministerie van Economische zaken en bij de ministeries van VROM en Buitenlandse zaken komen regelmatig berichten binnen over handelaars die radio-actief materiaal te koop aanbieden. De indruk is dat het om klein gescharrel gaat. De handelaren hebben dikwijls geen idee van de waarde van de stoffen, die in ieder geval veel minder is dan zij denken. Zij zijn ook niet op de hoogte van de beperkte bruikbaarheid van het materiaal. Voor de produktie van wapens was het tot nu toe aangeboden radio-actieve materiaal ongeschikt.

Aanbiedingen komen nogal eens per fax of telefonisch binnen bij Nederlandse bedrijven die in Rusland en de Oekraïne zaken doen in sectoren die zijn gerelateerd aan de wapenindustrie of de opwekking van kernenergie. Nederlandse zakenlieden blijken op hun Oosteuropese reizen bij bezoeken aan bedrijven mensen te ontmoeten door wie ze later bestookt worden met faxen over radio-actieve en giftige materialen en kostbare metalen die te koop zouden zijn. Soms worden deze faxen aan geen enkele officiële instantie gemeld en verdwijnen ze eenvoudig onbeantwoord in de prullenbak. De indruk is dat zulke faxen met illegale offertes naar honderden adressen tegelijk gestuurd worden. Een Nederlandse zakenman heeft verschillende keren geconstateerd dat een aan hem gerichte fax uit Rusland ook naar veel andere ondernemingen was verzonden.

Volgens zowel zakenlieden als nucleaire specialisten is de controle op radio-actief materiaal in de landen van de voormalige Sovjet-Unie volstrekt onvoldoende. Bovendien hebben velen in die landen zo'n behoefte aan geld dat zij bereid zijn tot illegale handel, waarbij zij zich het risico voor hun eigen gezondheid niet lijken te realiseren. Ook hebben zij weinig idee van waar in het Westen wel, en waar geen vraag naar is. Zo was er onlangs een industrie in de Oekraïne die geen dollars had om een Nederlandse adviseur te betalen. De directie van het bedrijf bood daarom aan te betalen met een partij spaden die niet van staal waren gemaakt, maar van het zeer exclusieve titanium. Men kon zich niet voorstellen dat de Nederlandse onderneming niet wist wat ze zou moeten doen met titanium spaden.

Bij een andere onderneming komen de illegale aanbiedingen niet alleen per fax binnen, maar zijn er ook telefonische offertes van Nederlanders. Dat zijn handelaren die geld willen verdienen aan alles wat los en vast zit. Ze beweren tegen een schappelijke prijs gesmokkelde waar te kunnen leveren en lijken zich over het gevaar van radio-activiteit niet druk te maken. De indruk is dat handelaren vaak veel grotere hoeveelheden plutonium of red mercury - een giftige stof die gebruikt wordt bij het samenstellen van explosief materiaal - te koop aanbieden dan waarover zij mogelijk beschikken.

De smokkel van radio-actief materiaal uit landen als Rusland en de Oekraïne is mogelijk door de gebrekkigheid van wat in de nucleaire sector de veiligheidscultuur wordt genoemd. De behandeling van radio-actief afval is dikwijls slordig en doet soms deskundigen de haren te berge rijzen. Militair kernafval kan eenvoudig gedumpt worden. Bij kerncentrales is het personeel onvoldoende opgeleid om het voor de veiligheid vereiste toezicht uit te oefenen.

Financieel gesteund door de Europese Unie worden projecten uitgevoerd om die veiligheidscultuur te veranderen, opdat het onder meer moeilijker wordt om nucleair materiaal te ontvreemden. Zo werkt personeel van Oosteuropese kerncentrales enkele maanden in westerse kerncentrales om ervaring op te doen met het westerse veiligheidsdenken. Hierbij betrokken Nederlandse deskundigen gaan ervan uit dat het nog vele jaren zal duren eer dat het resultaat heeft dat radio-actieve materialen afdoende tegen illegale handelaars zijn beschermd. Maar ook dan nog blijft het probleem van de grote militaire sector. Het lijkt alsof daar veel meer aan geld verdienen wordt gedacht dan aan het gevaar dat radio-actief en giftig materiaal oplevert als de illegale handel er letterlijk ongecontroleerd mee rondloopt.