'Paars leidt tot grotere invloed Kamer'; het paarse gevoel van G. Schutte

De onderhandelingen over een paarse coalitie gelden als een trendbreuk in de Nederlandse politieke verhoudingen. Maar leeft het 'paarse gevoel' ook buiten de onderhandelingsruimte? Als tweede in een serie gesprekken vandaag G. Schutte, fractieleider van het GPV.

DEN HAAG, 23 JUNI. Het paarse kabinet mag dan in het stadium van breekbare opbouw verkeren, GPV-voorman G. Schutte voert er oppositie tegen alsof het al jaren de politieke realiteit van Nederland bepaalt. De combinatie van PvdA, D66 en VVD tast in zijn ogen staatsrechtelijke en levensbeschouwelijke beginselen aan waarvoor zijn partij pal staat.

Schutte opent meteen de aanval. “Wat de paarse partijen nu aan het doen zijn komt neer op minachting van vier jaar debat over staatkundige vernieuwing.” December vorig jaar deed de Tweede Kamer immers zichzelf de plechtige belofte regeerakkoorden te beperken tot hoofdlijnen en regeringsfracties er niet teveel aan te binden. Dit om de onafhankelijkheid van het parlement tegenover het kabinet te vergroten. Tevens nam dit huis zichzelf voor het verschijnsel 'informatie' zoveel mogelijk te beperken ten gunste van de formatie-fase. Deze laatste is voor de Tweede Kamer veel controleerbaarder doordat ze een formateur ter verantwoording kan roepen en een informateur niet.

Schutte constateert dat deze belofte nu wordt gebroken. “Men probeert nu tijdens de informatiefase al een compleet regeerakkoord in elkaar te timmeren.” In plaats van de informateur af te schaffen wordt die dus belangrijker, concludeert hij. Tevens zullen door de intense bemoeienis van de fractiespecialisten en het Centraal Plan Bureau met het informatieproces meer details het akkoord binnendruppelen dan PvdA, D66 en VVD in december nog voor wenselijk hadden gehouden, voorspelt Schutte.

Schutte ziet twee lichtpuntjes voor het parlement, al is geen van beide een verdienste van de paarse coalitie. “Een driepartijen-kabinet maakt de kans groter dat één van de drie regeringsfracties zich op bepaalde onderdelen van het gevoerde beleid niet kan herkennen en steun gaat zoeken bij andere fracties. Dat kan de invloed van de Tweede Kamer vergroten.”

Ook het voornemen van F. Bolkestein, politiek leider van de VVD, om straks in de Tweede Kamer te blijven zitten en niet over te stappen naar het kabinet kanhet machtsevenwicht ten gunste van de Kamer beïnvloeden.

Niet alleen de staatsrechtelijke zuiverheid loopt schade op door paars, vindt Schutte, ook de constitutie wacht wellicht zware tijden. Artikel 23 van de grondwet over de vrijheid van onderwijs zou het moeilijk kunnen krijgen. Schutte: “Jan Franssen van de VVD zei eens dat wat hem betreft de vrijheid van onderwijsrichting minder belangrijk wordt naarmate kinderen ouder worden. Minister Ritzen is met zijn fusies in het beroepsonderwijs ook in die richting opgeschoven. Maar wij hebben daar een principieel andere opvatting over. Het is niet aan de overheid om zoiets te bepalen, maar aan ouders en kinderen.”

De christelijke partijen verkeren sinds 3 mei voor het eerst in de omstandigheid dat zij minder dan 50 zetels hebben, te weinig om eventuele grondwetswijzigingen tegen te houden. “Artikel 23 is het enige artikel dat bij de laatste grondwetswijziging niet is aangepast”, zegt Schutte. “In zoverre hebbben paarse partijen een technisch argument om het aan te passen. Maar wat is technisch in zo'n gevoelige materie?” Hij verwacht dan ook eerder een uitholling van het grondwetsartikel door schaalvergroting dan wijziging van het artikel zelf. Hetzelfde geldt voor de euthanasiewetgeving. “Ik heb nooit verwacht dat 'paars' de wet zal willen wijzigen. Daarvoor is het verschil tussen de gegroeide praktijk en het D66-wetsvoorstel te marginaal.”

Niettemin denkt Schutte dat 'paars' genoeg immateriële zaken overhoudt om zich mee te profileren. Hij wijst op kwesties als het commercieel draagmoederschap, het legaliseren van soft drugs en het handhaven van de anonimiteit van spermadonoren, waarover de paarse partijen naar zijn indruk positiever denken dan de rest. Maar een helse strijd, een terugkeer van de antithese tussen christenen en liberalen verwacht de gereformeerde politicus er niet direct van. Daarvoor blijft die andere tegenstelling in de politiek, tussen socialisten en liberalen volgens Schutte te dominant. Ondanks een paarse coalitie.