Ook academici moeten op arbeidsmarkt letten

'Afgestudeerden in het hoger onderwijs met een bèta-opleiding moet, om snelle kennisveroudering tegen te gaan, bij afwezigheid van betaald werk een overbrugging worden aangeboden naar een eerste echte baan. Het gaat hierbij om additionele werkervaringsplaatsen die niet in plaats mogen komen van bestaande banen of stageplaatsen.''

Dit zegt VNO-voorzitter dr. A.H.C. Rinnooy Kan die deze week op een discussiebijeenkomst aanwezig was over het voorkomen van werkloosheid onder hoogopgeleiden, georganiseerd door de Stichting Onderwijs-Bedrijfsleven uit Rotterdam.

Landelijk komt het aantal van 100.000 werkloze hoog opgeleiden angstwekkend naderbij. Uit de Schoolverlatersbrief 1993 blijkt dat het werkloosheidspercentage onder pas afgestudeerde academici 33 procent bedraagt, nog maar net onder het cijfer voor de groep met alleen basisonderwijs. HBO-afgestudeerden doen het beter: 20 procent is daar werkzoekend.

In het WO bestaan per opleiding grote verschillen. De situatie is het slechtst voor psychologen, filosofen en kunsthistorici. Voor afgestudeerde bèta's zijn op de arbeidsmarkt in de regel nog wel mogelijkheden, al is het ook daar dringen.

“De gekozen richting wordt steeds belangrijker,” aldus Rinnooy Kan. “Dat is een onaangenaam ontwaken, zeker voor academici. De luxe verwennerij uit het verleden, toen een filosoof zonder mankeren direct personeelsfunctionaris kon worden, ligt achter ons. Ondernemers zoeken tegenwoordig kandidaten met een goed passende opleiding, waarbij algemene persoonskenmerken er steeds meer toe doen. De initiële opleiding is er niet meer voor een baan, maar voor een loopbaan.”

Rinnooy Kan pleit voor brede hoofdstromen in het hoger onderwijs. “In het HBO is in de sectoren economie en techniek al een aanzienlijk grotere transparantie aangebracht. Ook voor het universitair aanbod is een bezinning op de versnippering en ondoorzichtigheid dringend gewenst.”

Overigens is de werkgeversvoorzitter geen voorstander van multidisciplinaire studies als Ruslandkunde of Sociale Verzekeringskunde. “Het toepassingsgebied als vertrekpunt kiezen is vaak strijdig met het wetenschappelijk karakter van zo'n studie. Het VNO wil disciplinaire opleidingen om de diepgang zeker te stellen. In die zin kan een zekere sanering geen kwaad.”

Rinnooy Kan verwijt de overheid een “gebrek aan strategisch gedrag”, met als gevolg verlies aan collectieve investeringen en persoonlijke frustratie. “Het is een drogreden dat een numerus fixus alleen te verdedigen valt als er, zoals bij geneeskunde, een eenduidige relatie is tussen een studie en een beroep. De feitelijke overschotten op de arbeidsmarkt zouden ook bij de letteren en de sociale wetenschappen de maatstaf moeten zijn, niet het theoretische aantal uitstroommogelijkheden.” Rinnooy Kan vindt sturing via een fixus als uiterste middel “bot en lomp, maar onvermijdelijk”.

De beroepskeuzevoorlichting zou volgens de werkgeversvoorzitter veel beter moeten, waarbij hij een belangrijke rol ziet weggelegd voor de schooldecaan in het voortgezet onderwijs. “Zelfsturing is het beste. Niet alleen de overheid, maar ook de instellingen voor hoger onderwijs hebben een verantwoordelijkheid voor een reële studievoorlichting en een arbeidsmarktvoorbereiding. Het arbeidsmarktperspectief is nu onderbelicht.”

In dit verband complimenteerde Rinnooy Kan het HBO met de HBO-monitor, waarbij recent afgestudeerden in het hoger beroepsonderwijs in hun verdere loopbaan worden gevolgd. Wel erkende de VNO-voorzitter dat betrouwbare voorspellingen voor acht jaar, ten behoeve van de middelbare scholier die zijn vakkenpakket moet samenstellen, lang niet altijd zijn te maken.

Een ander instrument om studiekeuzes effectief te beïnvloeden vormen de financiële incentives. Rinnooy Kan: “Voor letterenstudies met weinig kansen op de arbeidsmarkt zou het collegegeld drastisch omhoogmoeten. Daarentegen verdient het bij een studie als elektrotechniek, waarvoor de belangstelling in vier jaar tijd is gehalveerd, aanbeveling het collegegeld na succesvolle afronding kwijt te schelden. Nieuwe arbeidsmarktverhoudingen vergen nieuwe spelregels. Nu kan de student met nog één tentamen voor de boeg twee jaar op kosten van de regering op wereldreis.”

Voor het bedrijfsleven ziet Rinnooy Kan het als taak om, naast de eerder genoemde overbruggingsplaatsen, “enige zelfkritiek te ontwikkelen ten aanzien van de huidige beloningsverhoudingen, waarbij meer marktwerking op zijn plaats is.” Ook hier moet de voorlichting veel beter. “We slagen er maar niet in de student op de arbeidsmarkt te laten letten.”