'Nieuwkomers gebaat bij snelle inburgering'

ROTTERDAM, 23 JUNI. “Mensen vliegen liever door de ellende dan dat ze erdoor moeten kruipen”, zegt Johan Breukels . “Daarom moet je nieuwkomers inburgeren vanaf de eerste stap die ze in Nederland zetten. Je moet ze niet de kans geven weg te zakken.”

Breukels leidt het gemeentelijke bureau Project Integratie Nieuwkomers (PIN), dat zich er sinds ruim drie jaar op toelegt vreemdelingen snel en efficiënt wegwijs te maken in de Nederlandse samenleving. Niet op de curatieve wijze die het migrantenbeleid volgens Breukels te lang heeft gekenmerkt, zodat het kon gebeuren dat een Turkse vrouw na twintig jaar in Nederland nog steeds haar zoon als tolk moet meenemen naar de dokter of nog steeds moet worden geholpen bij het invullen van een formulier. “We hebben met dat curatieve beleid extreem-rechts in de kaart gespeeld”, zegt Breukels. “Als je het zo ver laat komen dat iemand na twintig jaar nog steeds geen goeiemiddag kan zeggen tegen de buurman, dan kweek je een voedingsbodem voor racisme.”

Bij PIN, dat binnenkort zijn vijfde vestiging in Rotterdam opent, hecht men veel waarde aan een snelle preventie en “zelfredzaamheid” van de nieuwe immigranten: ze moeten zo snel mogelijk met het openbaar vervoer kunnen reizen, een dokter kunnen bezoeken, een kinderbijslagformulier kunnen invullen en een keuze kunnen maken voor de school van de kinderen. Het hart van het Rotterdamse bureau wordt gevormd door een introductiecursus in de taal van het land van herkomst over Nederland. Daarna volgt, na een wachttijd van maximaal drie maanden, een cursus Nederlands en eventueel ook een beroepsopleiding of applicatiecursus voor gediplomeerde vreemdelingen. “We streven naar de uitstraling van een uitzendbureau”, aldus Breukels.

Meteen na het eerste gesprek krijgen de nieuwkomers, die onder meer worden geworven doordat de afdeling Burgerzaken van de gemeente Rotterdam de adressen aan PIN doorspeelt, een informatiepakket mee naar huis over de Nederlandse zeden en gewoonten, van de constitutionele monarchie tot de fiets en de manier van begroeten (“Handenschudden wordt als tamelijk formeel beschouwd”) aan toe. In een van de tekstboeken wordt over de relatie tussen mannen en vrouwen gezegd: “Sommigen denken dat in Nederland de vrouwen de baas zijn, maar dat is waarschijnlijk niet juist.” Verder wordt gesteld: “De Nederlander bestaat natuurlijk niet, maar als je met Nederlanders in gesprek bent valt het op dat zij heel direct zijn. Ze kijken je recht in de ogen, ze komen direct tot de kern van hun verhaal. Dat wordt niet onbeleefd gevonden. De gastvrijheid van de mensen is best wel groot, maar ze zijn erg op hun privacy gesteld. (-) Tenzij u een afspraak heeft gemaakt om te komen eten is het niet de gewoonte dat u blijft of mee eet. Als u op een eetafspraak bij mensen thuis bent uitgenodigd is het aardig om een bloemetje voor de gastvrouw of gastheer mee te nemen. Overigens is het de gewoonte om cadeautjes direct en in het bijzijn van de gever uit te pakken.”

Het Rotterdamse Project Integratie Nieuwkomers is een van de inburgeringsprojecten die de Nederlandse gemeenten hebben opgezet en waarvoor sinds april dit jaar 32 miljoen gulden beschikbaar wordt gesteld door minister d'Ancona (WVC). Het zijn deze bureau's die een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij de verplichte inburgering die prof. dr. H.B. Entzinger prof. dr. A. van der Zwan en voor ogen staat in hun onlangs gepresenteerde advies in hun advies 'Beleidsopvolging minderhedendebat'. Zij schreven in hun rapport: “Men dient zich te realiseren dat veel migranten nooit zijn voorbereid op het functioneren in een complexe maatschappij als de Nederlandse. Voor hier geborenen trekken wij hiervoor ten minste twaalf jaren uit (de minimale duur van de leerplicht), waarom zouden wij dan ook niet systematisch investeren in hen die hier niet zijn geboren, maar op latere leeftijd zijn gekomen en hier wel langdurig zullen verblijven? De kosten hiervan zullen zich zelf op termijn dubbel en dwars terugbetalen.”

Het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) heeft scherpe kritiek op het rapport van Entzinger en Van der Zwan, vooral waar wordt voorgesteld nieuwkomers te verplichten tegen een beloning onder het minimumloon laag geschoold werk te doen. Het leidt tot “een onaanvaardbare tweedeling in de samenleving”, aldus het NCB, dat ook weinig ziet in de verplichte inburgering. “De opstellers van het rapport creëren een beeld van nieuwkomers als een ongemotiveerde, niet werkwillige groep, die alleen via verplichtingen tot participatie is te dwingen.”

PIN-projectleider Breukels kan zich echter wel in het voorstel tot verplichting vinden. Niet alleen omdat volgens hem de meeste nieuwkomers gemotiveerd genoeg zijn, maar vooral omdat zo'n maatregel de Nederlandse overheid dwingt om goede inburgeringsprogramma's aan te bieden en wachttijden voor met name cursussen Nederlands weg te werken.

PIN-leider Breukels stelt wel vraagtekens bij het criterium op grond waarvan een verplichte inburgering als voltooid kan worden beschouwd. Breukels: “Bestaat er een maatstaf op grond waarvan je kunt bepalen of iemand is ingeburgerd? Is dat wanneer iemand goed Nederlands spreekt? Of wanneer iemand een betaalde baan heeft? Is een Marokkaanse vrouw die vrijwilligerswerk doet dan niet ingeburgerd? Het blijft moeilijk daar een uitspraak over te doen.”